Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het heilig Evangelie naar de beschrijving van Markus. (8)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het heilig Evangelie naar de beschrijving van Markus. (8)

6 minuten leestijd

1 : 29—34 (voortzetting).

Het wonder van de uitwerping van den onreinen geest heeft de bezoekers van de synagoge ten zeerste verbaasd en den Heiland tot den meest besproken mensch van Kapernaüm gemaakt. Tijdens het verblijf des Heeren in het huis van Simon gaat het gerucht van Hem als van mond tot mond. Een, die de duivelen uitwerpt; die, mogelijk is de genezing van Simons schoonmoeder ook vernomen, de koorts bestraft! Wat is van Hem niet te hopen voor de vele lijdenden binnen Kapernaüm en voor hen, die onder het lijden der hunnen gebogen gaan!
Maar het is sabbat (vs. 21). Wachten tot deze voorbij is, en dan, dan zal men gaan tot Hem. Als het nu avond geworden was, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die kwalijk gesteld en van den duivel bezeten waren. De geheele stad was bijeenvergaderd omtrent de deur. Zeker zijn er, behalve de kranken en die hen begeleidden, vele nieuwsgierigen geweest, onder hen denkelijk ook wel ware belangstellenden, die meer wilden weten van de „nieuwe leer”, door Jezus gepredikt. Van een prediken des Heilands voor het huis van Simon lezen wij echter niet, wel, dat Hij er velen genas, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren. Dit moest te meer opzien baren, omdat de geneeskunst toen ter tijd, (ook nu nog staat zij voor veel ongeneeslijks,) nog op een zeer lagen trap van ontwikkeling stond; de medicijnmeesters beschikten maar over zeer geringe kennis en kunde. Geen kwaal was evenwel te erg voor Hem, die onze krankheden op Zich genomen en onze smarten gedragen heeft” zie Jes. 53:4 in verband met Matth. 8:17. Hij wierp ook vele duivelen uit. Evenals in de synagoge was Zijn woord met macht; de duivel moest Hem gehoorzaam zijn. Wat evenwel in de synagoge geschied was, liet de Heiland hier niet toe. In de synagoge had de onreine geest eene getuigenis afgelegd aangaande Jezus. De Heere liet den duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden. Misschien valt het op, dat er verschil is. Men bedenkt evenwel, dat de mensch met den onreinen geest niet tot Jezus gebracht is, opdat hij zou genezen worden, en dat wij het spraken van dien geest daar als plotseling hooren opklinken, zonder dat de mensch met den Heiland in aanraking was gebracht. Dat spreken, dat getuigen van den satan heeft de Heiland verhinderd. Geen hulp van die zijde kan ooit gewenscht zijn. Ook Paulus heeft later zoodanige hulp afgewezen (Hand. 16:16—18). Van den Heiland staat geprofeteerd, Jes. 42 2, „Hij zal niet schreeuwen, noch Zijne stem verheffen, noch Zijne stem op de straat laten hooren,” hetgeen niet beteekenen kan, dat Hij niet zou prediken op de straten en dat er in die prediking geen verheffing van stem of zelfs schreeuwen zou geweest zijn, indien het te pas kwam. Bedoeld is het reclamemaken, waardoor de persoon vaak ten koste van de zaak op den voorgrond wordt geplaatst. Alle reclame heeft Jezus afgewezen, en het is opmerkelijk in hoeveel bescheidenheid de knecht des Heeren Zijne taak heeft vervuld. En allerminst kon de Heiland genoegen nemen met de reclame van den vorst der duisternis.
In veler hart is dankbare blijdschap geweest vanwege de weldaden, door Jezus bewezen. Wat al pijnen gestild, smarten gelenigd, vreezen weggenomen! Wat al welstand en rust geschonken! In de woning van menigen vromen Israëliet is voorzeker het loflied aangeheven. Maar kenden zij Hem, wien zij de uitkomst in den middellijken weg dankten? Hebben zij verstaan, dat Hij, die de krankheden des lichaams en ook des geestes genas, is de Geneesmeester der ziel? —

1 : 35 Christus biddende.
De nacht is neergedaald over Kapernaüm. In Simons huis slaapt Jezus. Maar niet lang is de ruste, die Hij neemt. Des morgens vroeg, als het nog diep in den nacht was, opgestaan zijnde, verliet de Heiland het rustbed en het huis en begeeft zich naar de poort der stad. De straten zijn stil; ook in het verblijf van den poortwachter is het nog rustig. Maar deze wordt aangezegd de poort te ontsluiten. Daar gaat de Heiland in de donkerheid van den nacht. Straks verlaat Hij den weg om tusschen de akkers door Zich te begeven naar een woeste plaats, d.i. een onontgonnen grond, kaal of met kreupelhout begroeid, waar anders niemand kwam. Aldaar bad Jezus.
Trekken wij de schoenen van de voeten; elke plaats, waar gebeden wordt, is heilig land. Hier is geen bidden voor den vorm, maar een bidden met wezenlijken inhoud, een waar bieden der eere aan God en een waar aanbieden der behoeften aan Hem. Wat Jezus gebeden heeft, weten wij niet. Belijdenis van zonde en schuld van Hemzelf behoefde, kon er niet in zijn; was Hij niet de Heilige en Rechtvaardige? En dan toch behoefte aan gebed. Ja, Hij, die zich altijd in de gemeenschap des Vaders wist, bad als mensch behoefte aan oogenblikken, aan uren van alleen zijn met God. Het geloofsleven in den Christus was volmaakt, en, hoe meer geloofsleven, hoe meer behoefte aan het verkeer met den Heere en dat, ook in den geloovige niet, niet om scheiding op te heffen alleen, maar om in de rechte eerbiediging des Heeren zich uit te spreken. En was het geloofsleven in den Heiland volmaakt, wij moeten, ook in het geloof, dat Hij is Gods Zoon, niet vergeten, dat Hij hier op aarde vertoefde als de Knecht des Heeren, die niets van Zichzelven doen kon, tenzij Hij den Vader dat zag doen. (Joh. 5:30).
Daarbij denken wij ook, als wij Hem biddende zien, aan den Hoogepriester, die daar worstelt voor Zijn volk, worstelt om de komst van dat Koninkrijk, welks nabijzijn door Hem verkondigt wordt.
Wie zal het wezen van den God-en-Mensch vatten?
Wie de diepte van Zijn bidden peilen?

L.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1926

De Wekker | 4 Pagina's

Het heilig Evangelie naar de beschrijving van Markus. (8)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1926

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken