Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Bondszegelen. (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Bondszegelen. (5)

5 minuten leestijd

't Is een alleszins rijke gedachte, dat de sacramenten zegelen worden genoemd. Dit komt reeds dadelijk hierin uit, dat de verzekering van het kindschap Gods ten nauwste met de verzegeling samenhangt. De vraag is gedaan, wat nu eigenlijk vooraangaat, m.a.w. of de verzekering vrucht is van de verzegeling, of dat de verzegeling de vrucht is van de verzekering. Ook voor die laatste gedachte hebben wij wel eens een lans zien breken. Dan stijgt de verzegeling in het genadeleven boven alles uit. Met voorliefde werd dan heen gewezen naar de verzegelden voor den troon, naar de verzegeling in het bundelke der levenden, of naar het woord uit het Hooglied: „Zet mij als een zegel op uw hart, als een zegel op uw arm.”
Wanneer men echter op zulk een alles overstemmende wijze over de verzegeling spreekt, zal er met de beste bedoelingen toch nog wel een foutje gemaakt zijn. Wanneer wij de Heilige Schrift raadplegen, dan blijkt wel, dat verzegeling en verzekering met elkander in zeer nauw verband staan, maar niet, dat wij het eerste zoover boven het laatste mogen verheffen. Eerder zouden wij geneigd zijn te zeggen, dat de verzegeling altijd aan de verzekering moet voorafgaan. Immers de verzegeling is er, opdat wij verzekerd zouden zijn. En wanneer dus de sacramenten zegelen zijn, dan zijn ze dat, opdat wij verzekerd zouden worden van de heilsweldaden in Christus. Dat deze verzekering de bedoeling der verzegeling is, blijkt, wanneer wij de Heilige Schrift opslaan. In de Heilige Schrift is menigmaal van een zegel sprake. Zoo lezen wij van de Perzische staatsstukken, dat zij met des konings ring verzegeld werden (Esther 3:12). Zoo vinden wij van den koopbrief, dien Jeremia schreef, da de profeet dezen brief verzegelde (Jeremia 32:10). Zoo weten wij van Christus' graf, dat de Joden dit graf hebben verzegeld „en zij heengaande, verzekerden het graf met de wacht, den steen verzegeld hebbende.” Het blijkt uit deze enkele bijbelplaatsen al heel duidelijk, dat zegelen er zijn om ons zekerheid te verschaffen in dit zoo valsche en leugenachtige leven.
Verzegelen geschiedt om te bevestigen, te bekrachtigen, te waarborgen, zoodat wij er ons met een gerust hart op kannen verlaten. Zoo lezen wij van den Heere Jezus, dat Hij door God den Vader is verzegeld Joh. 6:27, d.i. als Gods gezant gewettigd door teekenen en wonderen, waarom Johannes later schrijft: „deze wonderen zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, en opdat gij, geloovende, het leven zoudt hebben in Zijn Naam.” Ook van Paulus lezen wij, dat hij in den zegen op zijn arbeid een zegel, een bevestiging van zijn apostelschap heeft ontvangen (1 Cor. 9:2) Ook wordt er herhaaldelijk op gedoeld, hoe de Heilige Geest den kinderen Gods als een zegel is geschonken, opdat zij als erfgenamen van de toekomstige zaligheid bewaard zouden worden. „Die ons heeft verzegeld en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven” 1 Cor. 1:22. „En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing” Efeze 4:30.
Alleen de tekst Efeze 1:13 heeft iets eigenaardigs. Daar lezen wij in onzen Hollandschen Bijbel: „in welken gij ook, nadat gij gelooft hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.” Hier zou men allicht kunnen lezen, gelijk het dan ook wel geschiedt, dat men wel een geloovige, wel een kind Gods kan zijn, maar dat de verzegeling met den Heiligen Geest eerst veel later geschiedt en mitsdien de hoogere, ja de hoogste trap in het genadeleven zou wortelen. Maar dat heeft de apostel Paulus hier nooit bedoeld. Dat men tot zulk een gedachte komt, kan alleen zijn oorzaak vinden in de uitdrukking „nadat gij gelooft hebt.” Maar die tijdsbepaling staat in den oorspronkelijken tekst niet. Paulus heeft veeleer willen zeggen, gelijk het oorspronkelijke duidelijker aangeeft dat, toen de Efeziërs geloofden, zij verzegeld geworden zijn met den Heiligen Geest. Het „nadat” is hier een woord, dat gereede aanleiding tot misverstand kan geven.
Duidelijk blijkt wel, dat de verzegeling ons bekrachtigen, ons verzekeren wil, 't zij dan van een of andere maatschappelijke zaak of van een of ander persoon (Christus in Zijn Zoonschap, Paulus in zijn Apostelschap) of van ons persoonlijk aandeel aan den Heere Jezus en Zijne erfenis.
Zoo ook zijn nu de sacramenten zegelen, onderpanden, om ons te verzekeren, om ons ten stelligste te betuigen, dat al wat God in Zijn Woord als rijkdom der belofte heeft genoemd, waar en zeker is. Dit is natuurlijk iets anders dan de verzegeling met den Heiligen Geest, die het kindschap Gods raakt. Dat is meer de onderwerpelijke verzegeling, die in den weg van een verbondsbeleving wordt ontvangen. Bij de sacramenten hebben wij de meer voorwerpelijke verzegeling, die de Heere bij de verbondsoprichting elken bondeling schenkt. Maar hierin komen deze beide zijden der verzegeling overeen, dat wij door middel van de verzegeling tot verzekering zouden geraken.

A. (Apeldoorn) S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1926

De Wekker | 4 Pagina's

De Bondszegelen. (5)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1926

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken