Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De crisis in de Engelsche kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De crisis in de Engelsche kerk

6 minuten leestijd

XVI.

Uit het rapport, dat over de Mechelsche besprekingen verschenen is, blijkt, dat de eerste bespreking heeft plaats gevonden in 1921, en dat daaraan hebben deelgenomen van de zijde der Anglo-katholieken, Lord Halifax, de deken van Wells en de bisschop van Truro; van de zijde der Roomsche kerk, kardinaal Mercier, mgr. Broegs, de opvolger van Mercier en de abt Partal.

Na de 2de bespreking tusschen deze zelfde heeren, 16 maanden later, werd op aanbeveling van den aartsbisschop van Canterbury de Anglicaansche deputatie uitgebreid met bisschop Gore en Dr. Kidd, terwijl aan Roomsche zijde mgr. Battifol en de abt Hemmer het getal completeerden. Aan de 3e en de 4e bespreking namen deze 10 heeren deel.

Aan het rapport is toegevoegd o.m. een brief, dien kardinaal Mercier van zijn sterfbed aan den aartsbisschop van Canterbury schreef.

De documenten bevatten alle punten over welke men het eens werd, want kardinaal Mercier oordeelde, „dat negatieve conclusies slechts controversen in de pers uitlokken, oude animositeiten doen herleven en tegenstellingen scheppen, die de zaak welke wij bepleiten, afbreken”.

Een zeer belangrijk punt was natuurlijk het gezag van den paus. De Anglicanen stemden de volgende punten toe:


1. Dat de Roomsche Kerk is gesticht door St. Petrus en St. Paulus (naar luid van St. Irenaeus).

2. Dat de Roomsche stoel de eenige historisch bekende apostolische zetel van het Westen is.

3. Dat de bisschop van Rome, gelijk Augustinus van paus Innocentius I zeide, president is der Westersebe Kerk.

4. Dat hij het primaat heeft onder al de bisschoppen van het Christendom, zoodat, zonder gemeenschap met hem, er geen uitzicht is op een hereenigd Christendom.

5. Dat de Engelsche Kerken haar Christendom ontleenen aan den Roomschen stoel, door Gregorius onzen vader, die ons den doop zond.

6. Het gezag van den paus is niet van dat der bisschoppen te scheiden; maar ook kan — in normale omstandigheden — het gezag van het episcopaat niet worden uitgeoefend in afgescheidenheid van dat van hun hoofd.

7. Ten aanzien van zijn primaat kan de paus zeggen een positie ten opzichte van alle andere bisschoppen in te nemen, welke geen enkele andere bisschop heeft.

8. De uitoefening van het primaat is in den loop der tijden verschillend geweest met betrekking tot tijd en plaats en kan opnieuw varieeren. Dat vermeerdert de moeilijkheid de respectieve rechten van den Heiligen Stoel eenerzijds en van het episcopaat anderzijds te definiëeren.

Men ziet, dat eigenlijk alleen de erkentenis van de onfeilbaarheid ontbreekt, doch dat deze met nog een klein weinigje redeneeren uit de acht reeds toegegeven punten even gemakkelijk is af te leiden als de Roomsche Kerk in 1870 zulks deed.

Aangaande de officiëele Engelsche belijdenis, de 39 artikelen van Westminster, vermeldt het Fransche document (het Engelsche is hierover zeer zwijgzaam), dat de 39 artikelen niet zulk een hinderpaal voor de hereeniging vormen als de Roomsch-Katholieke geestelijken eerst meenden, en wel, daar Anglicanen als Pusey en Forbes deze artikelen meenen uit te kunnen leggen op een dergelijke manier, dat de leer overeenkomt met het Concilie van Trente, terwijl anderzijds de Anglicanen verklaarden, dat deze artikelen niet meer als vroeger, bindend werden geacht en zeer velen, met name de leden der Episcopaalsche Kerk van Amerika, deze artikelen als practisch afgeschaft beschouwen.

Aangaande den Doop en de Mis accepteeren de Anglicanen nagenoeg geheel het Roomsche standpunt, met name bijv. de leer, dat de Mis is: de onbloedige herhaling van de offerande van Golgotha; dat Jezus Christus lichamelijk, met zijn vleesch en bloed, in de geconsacreerde elementen tegenwoordig is: dat deze elementen devotie en adoratie mogen en behooren te ontvangen, enz.

Mede constateeren de Roomsche geestelijken, dat de Anglicanen ook de andere sacramenten der Roomsche Kerk als zoodanig hoe langer hoe meer accepteeren, Slechts enkele uitdrukkingen, als b.v. de transsubstantiatie, bieden nog eenige moeite, doch groot is deze moeite niet.

Samengenomen kan worden gezegd, dat de beteekenis van Mechelen deze is, dat de Roomsebe geestelijken er getrouw Roomseb zijn geweest en gebleven. Zij hebben in geen enkel opzicht met deleer der Kerk getransigeerd, noch concessies gedaan op hoop van winst. Op hun houding is niets aan te merken. Aan den anderen kant kan worden gezegd, dat de Anglicaansche geestelijken feitelijk geen eigen standpunt hebben ingenomen; Anglicaansch waren zij niet; zij waren slechts voor een zeker gedeelte „niet-Roomsch”, doch bleken onderweg, dit gedeelte stap voor stap te verwijderen en door goed Roomsche overtuigingen, te vervangen.

En zoodoende komen de besprekingen van Mechelen neer op een poging van een aantal Anglicaansche geestelijken om den terugkeer tot de Roomsche Kerk voor te bereiden en te populariseeren in de Engelsch sprekende wereld, een poging des te meer geaccentueerd, omdat ze de officieuze instemming en aanmoediging van den primaat der Engelsche Kerk, den aartsbisschop van Canterbury, ontving.

Uit Protestantsche oogpunt is er dus over deze conversaties weinig goeds te zeggen; ze bedoelen open en klaar het te-niet-doen en opheffen van de Kerkhervorming en het woord „hereeniging”, bij voorkeur nog gebruikt, is slechts een camouflage voor de werkelijke zaak, die in besprek was, nl. „terugkeer”.

Maar zij hebben ook iets goeds uitgewerkt, Het Engelsche volk is wakker geschud en beseft het gevaar, waarin de kerk verkeerd. Alleen vreezen wij, dat de middelen, die men aanwendt om bet gevaar te keeren, niet doeltreffend zullen zijn. Het proces is reeds veel te ver doorgegaan; men zal het door allerlei kunstmiddeltjes nog wat kunnen remmen, maar vroeg of laat lost de Engelsche Staatskerk zich op en Rome zal er de grootste winst door behalen. Want Rome kan wachten. Rome werkt op de lange lijn, op de lijn der eeuwen. Wij, protestanten, op de korte lijn.

Het eenige, wat de Engelsche kerk redden kan, is reformatie, uitbannen” van datgene wat niet in haar behoort. Maar daartoe wordt geestelijke kracht vereischt, die er helaas niet is. Daarvoor zijn mannen noodig als John Knox, die er helaas niet zijn.

De moeilijkheden in de Engelsche kerk zijn een spiegel voor de protestantsche kerken van het vaderland en een waarschuwing, dat zij den band aan het Woord zullen bewaren en het verband tusschen leer en leven, tusschen de prediking en den cultus zullen vasthouden. Een waarschuwing, dat wij voorzichtig moeten zijn met het toelaten of invoeren van allerlei nieuwigheden in onzen openbaren eere-dienst, die geen verband houden met het beginsel onzer openbare Godsvereering.

De preek blijve de preek en het sacrament het sacrament. Men zij voorzichtig met wijzigingen in de liturgie. Alle papistischen zuurdesem worde geweerd. Wij moeten in alles zijn en blijven protestanten, ook in onze verhouding tegenover Rome. Alleen in een gezond bijbelsch Gereformeerd protestantisme ligt de toekomst van het christendom in Europa.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1928

De Wekker | 4 Pagina's

De crisis in de Engelsche kerk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1928

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken