Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Veelsoortig Pantheisme

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Veelsoortig Pantheisme

4 minuten leestijd

Uit hetgeen boven gezegd is, verstonden we reeds, dat het pantheïsme God niet wezenlijk onderscheidt van de wereld, noch de wereld van God. God is hier niet een persoon, maar een „iets”; een iets, dat zich van zichzelf om te beginnen niet bewust is.
God is hier het „Eéne”, zooals dit in het „Al” uitvloeit, zich gestalte geeft, en alzoo de grond van alle bijzondere dingen.
Ik herhaal God is bij het pantheïsme om te beginnen niet zelfbewust, want zoo redeneert men, zelfbewustzijn is zichzelf in zichzelf onderscheiden door zichzelf van het andere.
God is voorts niet de zijnde, maar de altijd wordende, wordende in het wereldproces en ook daarom feitelijk nooit ten volle aanwezig, geen wezen dat voltooid, volmaakt is; en daarom ook nooit ten volle in zelfbewustzijn; wel, zoo leert het pantheïsme, komende tot zelfbewustzijn in den menschelijken geest.
Het pantheïsme rechtdoende moeten we derhalve niet zeggen, (wat meermalen geschiedt) dat het pantheïsme is die leer, welke leert: „alles is God”; in den zin alsof elk schepsel, elk voorwerp, elk ding, elke zaak een stuk, het zooveelste deel der godheid is. Dit is geen juiste, maar een foutieve voorstelling over pantheïsme. Neen, pantheïsme beteekent, dat de wereld in hare totaliteit, in de totaliteit aller dingen, de belichaming is als ‘t ware van het Eéne; dat om zoo te zeggen de geheele wereld van stof en geest, de wereld in haar geheel, in haar alles de „geronnen” godheid is; het „Eén en het Al”. De wereld is als „de bevroren” gestalte zich gevende godheid; ‘t zij dat ge die godheid in de materie of in den geest belijdt te bestaan. Het pantheïsme kan dus óf materialistisch óf idealistisch zijn, al naar gelang het god in de wereld of de wereld in god laat opgaan.
Maar hoe ook: pantheïsme is altijd de voorstelling, welke de vereenzelviging van god en wereld leert, vereenzelviging in de relatie; en geen onderscheid in het wezen.
Naar den idealistischen vorm leert het pantheïsme dan dat „god” in den menschelijken geest komt tot zelfbewustzijn.
De wijsgeer van het pantheïsme, de man die er een wijsgeerig systeem wiskunstig over saam gesteld heeft, is Baruch Spinoza (1632—1677). God, zoo leerde hij, is de substantie met twee attributen: denken en uitgebreidheid. Toch is er naast Spinoza en het Spinozisme nog van verschillende soorten van pantheïsme te spreken. Onder de voornaamste noemen we:
1. Immanent pantheïsme, Men leert dan, dat het z.g. goddelijk alleven in alle afzonderlijkheden zou te voorschijn getreden zijn. Zoo leert b.v. Hackel dat de natuurmacht de verborgen drijving des levens of de dusgenaamde wereldgrond is, in de gansche natuur of wereld is dan een evolutie des goddelijken levens; god treedt voor zich zelf te voorschijn in de wereld; komt in de wereld als het ware tot zichzelf.
2. Transcendent pantheïsme. Het leert, dat de goddelijke urgrond ligt in de verborgen diepten van alles. Zoo het Brahmanisme b.v. Men merke er op, dit is het tegenovergestelde van het vorige. Hier is het een god die in de natuur, in de wereld zich…… verbergt. Dit noemt men involutie; god belichaamt zich in de wereld; maar dit is dan geen openbaring maar veeleer verberging te noemen. Vandaar de trek van ascese en contemplatie bij het Brahmanisme; d.w.z. dat men door onthouding, door wereldverachting en ontvlieding, door bespiegeling tot God wil komen. Men moet dan om het goddelijke, dien urgrond, het in de wereld inwonende princiep te vinden, uitgaan uit de stoffelijke sfeer, uitgaan uit het z.g.n. diesseits, uit zijn mensch-leven, en indringen naar het goddelijke jenseits-leven. Dit wordt praktisch een uitschakeling van ons ik, een verneinung, een opheffing van ons zijn tot een nirwana.
3. Een niet-teleologisch pantheïsme. Dat wil zeggen men leert dan wel een goddelijke zichzelf belichaming in de wereld van het al; maar zonder dat er doelbestemming in die wereld zou zijn. Teleologisch toch wil zeggen: niet doel-bestemming. Het niet-teleologisch pantheïsme ontkent dan zulk een doel. Ook dit is echt Brahmanistisch
4. Een wel-teleologisch pantheïsme. Dus hetwelk zulk een werelddoel waar alles op aangaat wél belijdt. Doch dan wéér in twee soorten:
a. óf als een opwaarts strevende doelmatigheid een positief optimistisch wereldproces, van lager tot hooger, van goed tot beter, enz. Op de manier van Heg el.
b. óf als een neerdalend, een ondergaand proces, wereldopheffend. In deze wereld en haar proces is „slechts” te zien de „stervende” god; alles keert terug tot ondergang en niet-zijn, en dan wéér van voren af aan (von Hartmann).
Voorts kan men ook nog van verschillenden wereldgrond spreken bij het pantheïsme. Dit D.V. de volgende maal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 28 March 1930

De Wekker | 4 Pagina's

Veelsoortig Pantheisme

Bekijk de hele uitgave van Friday 28 March 1930

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken