Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Waartoe?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Waartoe?

5 minuten leestijd

Een vorige maal hebben we gezien, dat het Pantheïsme geen verlossingsleer kan aanbieden, omdat het geen Verlosser weet aan te wijzen. Daarenboven, zoo vervolgen we thans, het pantheïsme zou ook geen doelbestemming voor zulke verlossing kunnen aanwijzen. De „Verlossing” heeft bij hetzelve geen zin, geen doel. Waartoe ook zou er verlossing zijn?
Immers het uur, waarop zulke verlossing zou intreden, was tegelijk het uur van wereldopheffing, en dan had niemand iets aan deze verlossing.
Ja gewis van wereldopheffing.
Dit willen we aantoonen.
Het pantheïsme toch leert (het zij herhaald) alles is de belichaming van één goddelijk wereldprinciep. Al wat is, is daar belichaming, verschijning, gestaltenis van; en anders kan er niets bestaan. Dus goed en kwaad (ook in ethischen zin) zijn de twee aangezichten der ééne wereld. Ze behooren bijéén, als behoorende tot het wezen der wereld. Als dus verlossing van het kwade mogelijk ware; dan verviel er een „stuk” van het wezen des zijns. Verlossing zou dus beteekenen: opheffing van datgene, wat tot het wezen der dingen behoort, dus opheffing der dingen zeil Verlossing zou dus tevens ophouding beteekenen. Op het schoonste moment m.a.w. springt „de zeepbel uiteen.” Dus van tweeën één: of het kwade behoort niet tot het wezen des zijns; en dan houdt men op pantheïst te zijn; óf het behoort er wèl toe; maar dan is opheffing ervan, tegelijk de opheffing des levens. Wie heeft daar wat aan?
Tenzij men moest leeren, gelijk inderdaad dan ook sommige wijsgeeren doen, dat het wereldproces dan weer van voren af aan begint. Dus een emanatie, met in vorm evolutie, met al de ellende daaraan verbonden en daaruit voortvloeiende, weer van nieuws af aan; en dat dan wederom tot opheffing en oplossing; en dan weer van voren af aan; en dat dan zoo van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Wie zoo’n wereldbeschouwing kan indenken moet over heel wat abnormaliteit in zijn denkapparaat beschikken; of ten slotte wel wanhopig pessimist worden. Hier is de troosteloosheid des levens ten evangelie geworden.
Wie consequent zuiver wil vasthouden aan een absolute evolutie des zijns, moet wel leeren, dat een z.g.n. evolutie van het goede nooit kan leiden tot een overwinning van (op) het kwade; want in de evolutie van dit goede ontwikkelt, evolveert het kwade, als de keerzijde van het goede, tegelijk mee!
Terwijl ten slotte naar het princiep, en bij logische consequentie, nooit op een uiteindelijk paradijs kan worden gehoopt.
Ik heb dit, moge ik in alle bescheidenheid zeggen, nu al wel een kwart eeuw lang in geschrift en in redevoering betoogd; bij mijn weten is het nooit weerlegd. Deze stelling n.l., dat als men staat, ‘t zij als pantheïst of als materialist — monist of als wat ook, maar als men staat op het standpunt eener eeuwige evolutie (ontwikkelingsleer), men dan eerlijk zijn volgelingen moet voorhouden, dat dit nooit kan doen hopen op eenigen heilstaat, noch op een socialistisch paradijs, noch op een theosofische zaligheid, noch op wat ook van dien aard.
Ik heb het al jaren geleden openlijk in debatavonden allen revolutiemenschen voorgehouden; of ze overigens zich christelijk of ongeloovig noemden, jood, christen, heiden, maccabeeër, theosoof of wat ook; ze kunnen zich net noemen zoo ze willen; maar als men aan komt dragen met een revolutionnaire (want dat is echt revolutionair als tegen Gods Woord ingaande) leer van evolutie; dan heb ik altijd hun voorgehouden, dat dit dan in eeuwigheid geen uitzicht geeft op een paradijsstaat als vrucht van deze eeuwige ontwikkeling.
En waarom niet? Ik hoop zoolang ik kef niet moede te worden, dit te helpen verkondigen.
Namelijk: als (denk door, hoor!) de dingen van alle eeuwigheid af zouden zijn in een staat van ontwikkeling, dan hebben de dingen dus al eeuwig „den tijd” gehad om het paradijs te laten te voorschijn treden; en ‘t is altijd nog niet gekomen. Welnu dan kan ook niet voorgesteld worden, dat dit paradijs over zeg 50 of 100 jaar er zal zijn, of de S.D.A.P., of de Sovjet, of de theosoof, of ook mogelijk een „christelijke gesnorde” seigneur (want je beleeft tegenwoordig zoo wat!) dit zou leeren; om het even, maar ‘t is absoluut onmogelijk! Als de evolutie eeuwig is, dan heeft alles eeuwig al de gelegenheid gehad. Waarom zouden wc dan nog hopen, of zeggen, dat het over 10 of 20 of 100 jaar wel ‘n paradijs zal geven? Waarom toch? Die 10 of 20 of 100 jaar zijn op die eeuwigheidslengte er al „lang” geweest.
Eeuwig is eeuwig. Goed voet bij stuk houden! Dus eeuwig in ‘t verleden, dan liggen daar al de mogelijkheden, die nooit werkelijkheden zijn geworden, al lang in begraven.
Laten onze mannen dit hun onlogisch denkenden tegenstanders, den heeren socialisten, vrijdenkers, communisten, vrijzinnigen en weet ik al wat voor philosophische toovenaars meer, maar eens goed aan hun verstand bergen. Vraag hun daar maar eens van terug. Ik heb er nooit antwoord op gehad.
Bij dit punt nekt men alle stelsels, die in verwerping van Gods Woord een eigen gemaakte evolutie-philosophie er op na houden.
Men moge het zoo vroom inkleeden als men verkiest, en het met den siernaam van pantheïsme noemen, maar op dit punt, op deze rotspunt loopt het vast.
Ze zullen hebben toe te geven dat, zooals op een of ander „tijdstip” het wezen der wereld verschijnt, dit in alle eeuwigheid zóó het wezen zal zijn en blijven.
‘t Is net een caroussel; draaien altijd door door„ wat al vooruitgang!! Maar je ziet nooit en niets anders, dan altijd maar door ….dezelfde beesten, die vóór-draaien!
Och, och, wat houden ze bij ‘t ongeloof de „goedgeloovige” proletariërs, darwinisten, congres-dames en heeren; theosophen, fascisten, pacifisten, ontwapeningscongressen, en de gansche „kudde” van philosophen en theologen met blijkbaar hersenlooze schedels toch voor een koopje zoet. Leve het op de komst zijnde evolutieparadijs, hetwelk al eeuwig ….. op de komst” is!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1930

De Wekker | 4 Pagina's

Waartoe?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1930

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken