Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bewaar mij!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bewaar mij!

7 minuten leestijd

„Bewaar mij als het zwart des oogappels! Psalm 17:8.

Daar zullen niet veel menschen zijn, die nog nooit tot God hebben geroepen en gezegd: Bewaar mij! Het leven is zoo vol moeilijke omstandigheden, dreigende gevaren en ontstellende donkerheden, dat, als nog niet heel en al gebroken is met een geloof aan God, ook de meest onverschillige zijne tijden kent, waarop hij met gevouwen, misschien gewrongen handen het oog naar boven slaat en roept om bewaring. Naar het bekende spreekwoord leert nood — en er is veel nood en van allerlei aard — bidden! Dat dit spreekwoord in den meest gewenschten zin niet immer opgaat, is waar; er is veel, dat bidden heet en toch niet voortkomt uit den rechten nood. Toch, ook dit bidden wordt vaak verhoord. God geeft soms zelfs Zijnen vijanden uitredding, als zij tot Hem roepen. Het is, opdat zij niet te veronschuldigen zouden zijn. Toen ik eens bij iemand op bezoek was, die een net burgerlijk leven leidde, doch naar Gods Woord en Zijn dag niet vroeg, kreeg ik tot antwoord op mijn vraag, of hij niet geloofde, dat er een God was, te hooren: Die is er vast, want toen ik nog voer, heb ik nooit in nood gezeten met mijn schip, of, wanneer ik bad, heeft God mij gered!
Het getal dergenen, die de bede van David kennen, zal echter ook niet groot zijn. Is er veel in ’t algemeen roepen tot God, hier is een bijzonder roepen. „Bewaar mij!” zegt de dichter, gelijk zoovelen roepen en geroepen hebben: „Bewaar mij!” Wat hij er evenwel achter voegt, is, wij zouden haast zeggen: te innig, dan dat een ongeloovige het met volle verantwoording op de lippen nemen zou.
Geen teerder lichaamsdeel dan het oog! Naar Zijne groote wijsheid heeft de Heere het oog dan ook bijzondere (beschermers gegeven. De oogleden, waardoor het geheel gesloten kan worden; de wimpers, die het stof moeten weren; de wenkbrauwen, die de taak hebben het oog te bewaren voor het zweet, dat inzonderheid van het hoofd rijkelijk kan af druppen; traanbuizen, die het overvloedige vocht heenleiden. Waar het ’t meest op aankomt in ons oog, is niet het witte, ook niet het bruin of blauw of grijs, dat zich daarin bevindt, maar het betrekkelijk kleine zwarte plekje, dat zwart is, niet omdat het die kleur heeft, maar omdat het de opening is van en naar de donkere ruimte, welke er achter ligt. Een opening echter alleen voor het licht. Door die opening, de pupil van het oog, komen de lichtstralen naar binnen en in het oog heeft nu ongeveer hetzelfde plaats, wat geschiedt in een fotografie-toestel; het voorwerp, waarvan de stralen worden opgevangen, wordt in vorm en kleur gezien, d.i. onze ziel vangt een beeld er van op door middel van het oog.
Is er wel iets waar de mensch meer voor zorgt, ook onwillekeurig meer voor zorgt dan voor het oog? Andere lichaamsdeelen worden veel spoediger aan gevaar blootgesteld dan dit. Zij kunnen er dan ook wel wat beter tegen; het oog kan niets hebben.
Wat David aan het „Bewaar mij!” toevoegt, noemden wij voor den ongeloovige eigenlijk te innig. Het nauwe verband, dat er bestaat tusschen den persoon en zijn oog, treedt hierin toch op den voorgrond. Daarom wordt ook het voorwerp der liefde menigmaal de oogappel genoemd; in een groot gezin is meestal de kleinste aller oogappel. En als nu David zegt: Bewaar mij als het zwart des oogappels, neen, dan zegt hij niet: Uw oogappel, maar wij verstaan toch, dat hij bedoelt: Bewaar mij als dengene, die U lief is. Zie, dat wijst op eene betrekking, den ongeloovige vreemd en door den schijngeloovige maar opgenomen, eene betrekking, die er tenslotte alleen zijn kan, als het leven uit God het deel des menschen zijn mag!
Davids bede dus niet aller bede; alleen de bede, welke bestaan kan, als door het geloof de Heere gekend wordt als de Ontfermende en Genadige, aan Wien onze ziel hangt met de liefde Gods, die in het hart is uitgestort.

Hoe heeft ’s Heeren volk behoefte aan die bewaring!
Wat zijn er een gevaren van allerlei aard, die dat volk omringen. David had zijne vijanden, die hem belaagden en strikken spanden, om hem te dooden. En al is het, dat wij tot hiertoe bewaard zijn gebleven voor vervolging, zooals in Rusland, dat men ons nog niet meesleept naar den kerker en plaatst voor de keuze: Christus of Belial; al is het, dat wij, zelfs nog beschermd, den Heere mogen dienen naar de waarheid Zijns Woords, dreigen er voor Gods kinderen geen gevaren?
Altijd dreigt voor het volk des Heeren het gevaar, want zij verkeeren in een wereld, die in het booze ligt. En dat is het niet alleen, dat is ook niet het ergste. Het ergste is, dat zij in hun vleesch-en-bloed de wereld in zich omdragen, en dat datzelfde vleesch-en-bloed het houdt met den vorst der duisternis, want het onderwerpt zich der wet Gods niet, want het kan ook niet.
Een aangevochten en bestreden leven is het, dat, al blijft de staat er van die van een gered leven, toch in het standelijke zoo ontzaglijk veel wisselingen kent door hetgeen er tegen op en aan komt.
Is het dan wonder, ook al wordt de band aan den Heere in zijne dierbaarheid gekend, dat er plaats is voor de bede van David?
Juist omdat de zonde zonde is voor den geloovige, het kind des Heeren, tegen de liefde Gods, juist daarom is de behoefte zoo sterk om uit onmacht en nood te roepen tot den Heere! Wat voorrecht dan, als er zulk een roepen zijn mag als dat van David, een roepen met beroepen op de liefde Gods!
Mochten wij allen dat bidden kennen, waarin de liefde Gods dringt tot bidden!

Bewaar mij als het zwart des oogappels.
Het zij of worde onze dagelijksche bede! Geen vertrouwen op eigen kracht vervoere ons tot vertragen in het bidden; ook daartegen moeten wij bewaard worden door Hem, die de Machtige en de Willige is, te hooren, als wij tot Hem roepen.
Tot wien zullen wij beter de toevlucht nemen met al de behoeften van lichaam en ziel, voor tijd en eeuwigheid? Is Hij niet de Almachtige, de Alwetende en de Alwijze? Zou iets voor Hem onmogelijk zijn? Is satans list Hem te gauw, ’s werelds kracht Hem te groot, is vleesch-en-bloed Hem te sterk? Geenszins!
Hij kan en wil en zal voor de Zijnen zorgen als voor het zwart des oogappels, met zorgvuldigheid, zachtheid, goedheid en genade! Hij doet de Zijnen nooit naar hunne waardigheid, maar als de getrouwe Verbonds God gedankt Hij Zijns verbonds gestadig, en waar Hij Zijnen Zoon, Jezus Christus, in Wien Hij al Zijn welbehagen had en heeft en hebben zal, waar Hij — sta mij toe het zoo te zeggen in dit verband — waar Hij Zijn „Oogappel” niet gespaard heeft, daar heeft Hij dit gedaan, opdat Hij in genadige sparing Zijne gekenden in alle opzichten zoude te hulp komen.
David — wij weten het — heeft niet tevergeefs geroepen tot den Heere.
David was een mensch van gelijke beweging als wij, zwak van moed en klein van krachten. Maar de Heere heeft hem beschermd en geleid.
Zijn wij ook menschen van gelijke beweging als David?
Dan zullen wij kennis hebben aan zwakheden en gebreken en zonden, maar ook aan de liefde Gods in Christus Jezus; ook aan het pleiten op die liefde en met den psalmist bidden:

„Maak Uwe weldaan wonderbaar.
Gij, die Uw kind’ren wilt behoeden
Voor ’s vijands macht en vrees’lijk Woeden,
En hen beschermt in ’t grootst gevaar.
Wil mij Uw bijstand niet onttrekken;
Uw zorg bewaak’ mij van omhoog;
Bewaar m’ als d’ appel van het oog;
Wil mij met Uwe vleug’len dekken.”
En ervaren:
„Hij neigt Zijn oor, ’k roep tot Hem al mijn dagen;
Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer!”

L.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1931

De Wekker | 6 Pagina's

Bewaar mij!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1931

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken