Bekijk het origineel

Onze Kerkregeering.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Onze Kerkregeering.

Art. 71 D.K.O. Het recht der tucht. (3)

4 minuten leestijd

Dat Christus tucht oefent in zijne Kerk door middel van de ambten, zal wel geen enkel Gereformeerd mensch ontkennen. Volgens het presbyteriaansch kerkrecht moet het presbyterium, dat is, de kerkeraad de tucht handhaven in de gemeente des Heeren. Noch de paus met heel zijn hiërarchie, noch de overheid, die op het terrein van het burgerlijk leven regeert, mag hier de tucht oefenen. Er is echter nog eene afwijking en wel dat de gemeente door hare afzonderlijke leden tucht gaat oefenen in plaats dat de kerkeraad dit doet. Dit is eigenlijk het beginsel der Independenten, die de macht en de tucht in de kerk verleggen van den kerkeraad naar de gemeente. In onzen tijd vindt men dat bij de Baptisten, Adventisten, Kwakers, Unitariërs en verscheidene andere secten. Dit beginsel is in den grond individualistisch, d.w.z. dat het individu, de enkele persoon op eigen hand tucht oefent.
Volgens dit stelsel heeft iedere groep van geloovigen het recht eene gemeente te stichten, al is er ook reeds een dergelijke gemeente in eene plaats. Kan de eene groep van geloovigen niet met de andere groep overeenstemmen, welnu, dan verlaat men die andere groep en sticht men eene zelfstandige gemeente. In de practijk wordt dit individualisme in ons land veelvuldig toegepast in de vrije Gereformeerde groepen. Men formeert gemeenten, soms drie of vier in ééne stad, al naar de ligging is van een groep geloovigen. Dat men daardoor de gemeente des Heeren, het volk van God uiteenscheurt, gevoelt men niet. Gaat de eene voorganger wat „dieper", dan den andere, welnu men gaat van den een naar den ander, of sticht weer eene nieuwe gemeente al naar de keuze van enkele meest op den voorgrond tredende leden. Van kerkverband heeft men geen begrip en men gaat van de ééne kerk naar de andere kerk even gemakkelijk over als van den éénen trein naar den anderen als men op een kruispunt van vragen gekomen is. Niet Gods Woord beslist, maar het individu, zij het dan ook het geloovig individu, en het is dan ook geen wonder, dat in zulke individualistische kringen, de meeningen dikwijls tegen elkander botsen en men verneemt dus weldra, dat een groep is uitgegaan en alweer eene nieuwe gemeente is opgericht.
Vanzelf volgt hieruit ook, dat dit beginsel niets wil weten van een band tusschen de verschillende kerken. Zeker, de verschillende kerken of gemeenten mogen wel eens met elkaar saamkomen en dat noemen zij ook wel eene classis, maar er mogen geen bindende besluiten worden genomen. Raadgevend mag een classis optreden, maar niet beslissend volgens het kerkverband.
Onze kerkorde zegt, dat wat in eene meerdere vergadering met meerderheid van stemmen is besloten, vast en bondig is voor al de gemeenten. Bij de independenten echter, hebben de meerdere vergaderingen geen zeggenschap. Die ligt alleen bij de gemeente. Wanneer in een kerkeraad de meeningen verschillen, welnu, dan roept men de gemeente saam om over die geschillen te beslissen. De gemeente moet met meerderheid van stemmen dan de zaak uitmaken en de kerkeraad moet uitvoeren wat de gemeente in meerderheid beslist.
Het houden van gemeentevergaderingen is dan ook zeer geliefd en zij worden gehouden om den kerkeraad de wet te stellen, hoe hij handelen moet. Nu veroordeelen wij dit independentisch beginsel, maar hoe vele Christelijke Gereformeerden zijn er, die toch wel een tikje weg hebben van dit beginsel in hun practijk. Als een lid naar hun gedachten niet goed heeft gehandeld, dan maar terstond naar den kerkeraad met hun klacht en liefst zouden zij dan maar willen, dat de kerkeraad de kerkelijke tucht toepaste.
De regel van Matth. 18 om eerst broederlijk met zijn medelid te spreken is hun een te zware eisch. In eene gemeentevergadering stelde eens een broeder voor om eenen anderen broeder, die volgens hem eene tuchtwaardige zonde had bedreven, staande de vergadering te censureeren. Hij wilde dit liefst door stemming van de gemeenteleden uitgemaakt hebben. Daarom zijn zulke gemeentevergaderingen zoo gevaarlijk, als ze niet onder eene vaste leiding staan. 't Mogen dan ook feitelijk geen gemeentevergaderingen zijn, maar vergadering van den kerkeraad met de leden der gemeente is de juiste naam. De kerkeraad komt dan saam met de gemeente en de leden mogen dan hunne wenschen openbaren en hun oordeel laten hooren over hetgeen de kerkeraad ter tafel brengt, maar de kerkeraad beslist dan zelfstandig na de gemeente gehoord te hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1931

De Wekker | 6 Pagina's

Onze Kerkregeering.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1931

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken