Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Primair en secundair (III)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Primair en secundair (III)

5 minuten leestijd

Een principieele fout.

Het moet voor allen al duidelijker worden, dat de afscheiding van 1834, en de handhaving van het beginsel der scheiding niet een kerkrechtelijke, maar een confessioneele strijd is geweest, en blijft. Natuurlijk is hiermede niet bedoeld, dat het kerkrecht niet een woord heeft meegesproken; maar wij hebben nimmer te vergeten, dat in de acte van afscheiding, dit historisch document, niet naar de kerkorde, doch naar de confessie wordt heengewezen.
Het kerkrecht vloeit uit de confessie voort, niet omgekeerd. Hier is altijd de confessie primair, de kerkorde secundair. Dit blijkt duidelijk uit art. 30—32 van onze belijdenis, waar wij de beginselen van het presbyteriale kerkrecht kunnen vinden, maar niet, dan nadat eerst in art. 28—30 een zuiver kerkbegrip was gesteld. Dit kerkbegrip wordt nu in de acta van afscheiding besproken, en deze kerk is volgens de confessie de draagster van de zuivere bediening van Gods Woord, van de rechte bediening der sacramenten, en van de rechte uitoefening der kerkelijke tucht.
Bij een kerkelijke handeling als in 1892 zijn, gelijk blijkt uit het bezwaarschrift, deze drie kenmerken ter toetsing gelegd. Als dit zou zijn verzuimd, zou deze, gelijk elke dergelijke kerkelijke actie, de facto zijn veroordeeld. Ware de Christelijke Gereformeerde Kerk met haar bezwaarschrift in één van deze wezenselementen te kort geschoten, zij zou zich zelf veroordeeld hebben. Wie hier van secundair zou spreken, heeft wellicht onbedoeld, heel de actie van 1892, heel den strijd tegen de vereeniging van 1892, heel de Christelijke Gereformeerde Kerk een kant opgeduwd, waar zij krachtens haar beginsel, haar con-fessioneelen strijd niet mag en niet kan staan.
Het is om deze principieele redenen onmogelijk om over een afgetrokken kerkbegrip te redeneeren, buiten de leergeschillen om.
Het eene raakt hier van zelf het andere, het schakelt zich in elkaar. Hierom zijn het de leergeschillen, die de scheidingslijn in 1892 trokken tusschen ons en de doleerende kerken, met welke Kerken wij op grondslag van de belijdenis niet konden, en om des beginsels wil niet mochten vereenigen.
Wij zijn hier aan een punt gekomen, dat een levenskwestie is voor een Gereformeerde Kerk. Er bestaan krachtens de gereformeerde confessie geen redenen voor gescheiden kerkelijk leven, zoo zij niet in de leer haar fundeering vinden. Alleen bij verschil in belijdenis is er een rechtsgrond voor een afzonderlijke kerk-groepeering naast andere. Wat Gereformeerd is wordt niet uitgemaakt door Ds A. of Ds B., maar wordt beslist door de confessie.
Zoo er in 1892 geen verschil was geweest in belijdenis tusschen de Christelijke Gereformeerde Kerk en de doleerende Kerken, zou heel onze actie in 1892 en ons stand houden voor het beginsel der scheiding veel op willekeur en scheuring geleken hebben. Waar kerken werkelijk één in belijdenis zijn, daar vraagt men niet meer: moeten wij nu tot U, of moet gij tot ons overkomen? maar daar zijn het meer vragen van formeelen aard (gelijk bijv. 1869), die dan opgelost dienen te worden.
Slechts als de belijdenis, als de leer in geding is, mag tot geen prijs toegegeven worden. En wie tot op den dag van heden niet durft of kan aanvaarden, dat er tusschen de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Kerken verschil in belijdenis is, deze kan met geen gerust hart de Christelijke Gereformeerde Kerk dienen of in haar blijven.
Dit vloeit rechtstreeks uit onze positie van 1892 voort.
Wij moeten deze zoo gewichtige zaken helder en klaar ons bewust zijn. In een tijd als de onze, waarin kerkelijk besef al meer wordt ondermijnd, waarin jonge menschen ook onder onze Christelijke Gereformeerde belijders hun stuur kwijt raken, moeten wij de beginselen, waarom onze voortrekkers goed en bloed hebben opgeofferd, durven handhaven trots spot en verachting, trots scheldwoord of blaam van als kerk in de zonde te leven.
Wij voor ons kunnen met een zeker heimwee terugdenken aan de dagen van ouds, toen wij wel niet zoo groot in aantal waren, maar toen de heiligheid van ons kerkelijk beginsel gedragen werd op de kandelaar des geloofs met een blijdschap, die ons thans tot voorbeeld kan gesteld, Een kerk, die in breedte wint, wint nog niet in diepte.
Als wij als kerk de oude bevindelijke waarheid mogen uitdragen, m.a.w. wanneer wij den rijkdom van het verbond der genade den eisch en de beleving van dat verbond den kinderen des verbonds mogen voorstellen, wanneer wij aantoonen, hoe een leergeschil ook kan zijn een ziels-en geestesverschil, waaruit ook een geheel andere cultuur-waardeering opkomt, zoo zullen wij èn 1834 èn 1892 het best eeren. Want ons GEDENKJAAR wordt niet ten volle geëerd door een historisch geloof, of een kerkrechtelijk betoog, of een dogmatische conclusie, maar door een levende bevindelijke waarheid uit den Heiligen Geest te leeren kennen.
Om al deze redenen geen onderscheiding van primair en secundair in de positie van 1892. De confessioneele strijd in 1892 Iaat deze onderscheiding niet toe.
Wij mogen nimmer vergeten, dat het de gereformeerde confessie is geweest, die ons verbood met de vereeniging van 1892 mee te gaan.
Wij wenschen een vereeniging met kerken, maar met deze alleen, met wie wij één, werkelijk één in belijdenis zijn! Dit is en blijft primair, zoolang de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland haar beginselvastheid van 1892 belijdt en beleeft.

A. (Apeldoorn), S.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1934

De Wekker | 4 Pagina's

Primair en secundair (III)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1934

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken