Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ons gedenkjaar. (XXVIX)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ons gedenkjaar. (XXVIX)

Hoofdstuk 7.5 Groei in druk.

4 minuten leestijd

Zoo waren dus in Genderen de hagepreeken weer herleefd. Dit was een doorn in het oog der Overheid. Kon men Scholte maar verdrijven en de Cock het prediken beletten. Scholte werd dan ook weldra gedaagd voor de rechtbank te Appingedam om zijn optreden te Ulrum en tot gevangenisstraf veroordeeld.
Daar zes dagen later de boete betaald werd kwam Scholte weer vrij. Ook wilde hij gaan procedeeren over de kerkelijke goederen, doch hij kreeg van de burgerlijke Overheid aanzegging om binnen drie dagen de pastorie te Doeveren te ontruimen. De dokter gaf een geneeskundig attest, dat de zieke vrouw van Scholte niet mocht vervoerd worden. Toch gaf de Overheid geen uitstel van vervoer en zoo werd de zieke vrouw naar Genderen overgebracht, waar nu bij een lid der gemeente twee kamers waren beschikbaar gesteld. Dit geschiedde op Maandag 30 Maart ’35 op een zonnigen lentedag, toen de zwakke vrouw gelukkig vrij van koorts was.
Intusschen had Ds. Scholte op 1 November 1834 zijne acte van afscheiding bij het classicaal bestuur van Heusden ingezonden, waarop hij 10 December werd afgezet en zijn kerkeraad voor drie maanden geschorst. Intusschen bleef Scholte te Doeveren preeken in de stalling der pastorie. De laatste maal, dat dit geschiedde was op Zondag 29 Maart 1835. Hij preekte toen over psalm 125: Rondom Jerusalem zijn bergen, alzoo legert de Heere zich rondom Zijn volk en de scepter der goddeloosheid zal niet rusten op het lot der rechtvaardigen. Deze preek mag wel een profetie worden genoemd. Dinsdag 31 Maart begon de klok te kleppen en werd den inwoners bekend gemaakt dat een detachement Kurassiers zou worden ingekwartierd om wanordelijkheden te voorkomen.
Men had wel mogen zeggen om onrust te verwekken. Zondag 5 April kon Scholte dan ook niet in het openbaar optreden en daar velen naar Scholte waren gegaan kwam de luitenant, brak de deur van Scholte’s woning op, maakte proces-verbaal op en gebood het gezelschap, voor zoover er meer dan 20 personen waren, heen te gaan. Ook bij andere leden der gemeente hielden de kurassiers toen zoo geweldig huis, dat men voor de dronken en vloekende soldaten het huis moest uitvluchten. Dit alles moest dienen, zei men, tot bescherming van den godsdienst. Wel een eigenaardige godsdienst die door vloeken, razen en dreigementen moest beschermd worden.
De taktiek in Ulrum gevolgd, vond navolging in Genderen. Boekdeelen zouden kunnen geschreven worden over de kwellingen den afgescheidenen aangedaan, inzonderheid door de inkwartiering, waarbij de Hervormden verschoond en de afgescheidenen overstelpt werden. Vooral in Gelderland geschiedde de inkwartiering opzettelijk bij de gescheidenen. Te Apeldoorn bediende Ds. de Cock eens het avondmaal en den dag daarna werden 80 soldaten ingekwartierd. Hier kwam nog bij, dat de vergoeding voor inkwartiering niet werd uitbetaald. Te Epe, Wezepe en andere plaatsen moest een gezin van een ouderling en een diaken langen tijd zonder vergoeding aan tien soldaten kost en huisvesting verleenen, en te Oosterwolde moest Klaas Smit zelfs 31 man onderhouden. Hij ging op audiëntie bij Z.M. den Koning, maar hij kreeg geen cent schadevergoeding.
Men wilde de afgescheidenen arm en daardoor murw maken om ze zoo te dwingen naar de Herv. Kerk terug te keeren. Te Emmikhoven behoefde men slechts aan den Burgemeester en den Herv. predikant te beloven terugkeer naar de Herv. Kerk en dit te toonen door één keer ter kerk te komen en de inkwartiering werd opgeheven.
Kerk en Staat werkten samen om door druk den groei te belemmeren.
Treffend getuigenis gaf God in Genderen in den persoon van den burgemeester, die de ééne week den Afgescheidenen dreigde met “hangen en branden” en een week later plotseling door den dood werd weggenomen.
Dan deed de Roomsche burgemeester van Dussen anders. De afstand tusschen Genderen en Dussen is niet zoo heel groot. In ’t felst van de vervolging in Genderen, trokken de Afgescheidenen Zondagsmorgens naar Drussen, waar hen werd toegestaan op het open veld godsdienstoefening te houden. De soldaten uit Genderen mochten de grens van Dussen zonder toestemming van Dussen’s burgervader niet overschrijden en hoorden aan de grens der gemeente wèl het psalmgezang, doch konden het niet beletten. Ook tijdens den druk in Almkerk, preekte Ds. Meerburg dikwijls te Dussen voor groote scharen.

d. B.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1934

De Wekker | 6 Pagina's

Ons gedenkjaar. (XXVIX)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1934

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken