Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Tractaat - 14

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Tractaat - 14

5 minuten leestijd

„Breuke met het bestaande”.
Hier wordt de medische weg verlaten, en komt men tot een meer chirurgisch ingrijpen, Wie nu uit de beginselen van ’34 leeft, en geen doleantie-theorieën als gids wenscht te kiezen, wie enkel en alleen Gods Woord tot richtsnoer voor zijn kerkelijke handeling aanvaardt, die met art. 28 der Nederlandsche geloofsbelijdenis zegt, dat wij ons hebben af te scheiden, van wat geen „Kerk” is om ons weder als „Kerk” te kunnen openbaren, verstaat onder deze breuk e niet anders dan de zuivere reformatorische daad om de kerk des Heeren weder te institueeren, naar eisch van Schrift en .belijdenis. Dan gaat het om een nieuwe kerkformatie, zooals in de dagen van Luther en Calvijn en de Cock.
Dit nu stemt het Tractaat ons niet toe. maar meent veeleer, dat Luther en Calvijn den weg der doleantie hebben bewandeld, en dat de Cock en de zijnen meer separatistisch zijn opgetreden. Gij hebt misschien tot nog toe altijd nog gemeend, dat de reformatie in de 16e eeuw afscheiding was van de bestaande kerk, en het komen tot een nieuwe kerkformatie. Het Tractaat zal u duidelijk maken, dat dit een gansch verkeerde voorstelling is. Geen wonder. dat men stemmen gehoord heeft, toen door ons de Cock naast Luther en Calvijn werd geplaatst, en dat allen, die uit doleantie-aspiratiën leven — en die zijn er tegenwoordig veel — getracht hebben’het onhoudbare hiervan aan te toonen.
Luther en Calvijn — doleerend!
Ds Gispen heeft er eens een loopje mee genomen in zijn brieven aan een vriend te Jeruzalem, als hij in zijn brief van 2 Mei 1884 schreef:
„Dikwerf is bij mij en velen de vraag opgekomen, hoe de vrienden der groote Kerk de breuk met de Roomsch katholieke kerk in de 16e eeuw toch goed praten kunnen? Op deze vraag geeft het Tractaat een antwoord, zooals ik het nooit gehoord heb. Prachtig gevonden, riep ik uit!
Gij weet, dat groote nadruk er in de laatste jaren gelegd is op de uitdrukking: kerken, en dat iedere plaatselijke gemeente een volledige kerk van Christus is. De groote beteekenis van deze onderstelling komt in het Tractaat eerst recht aan het licht. Gij hebt misschien gemeend, dat de reformatie in de 16e eeuw toch wel wis en zeker was eene afscheiding van de bestaande kerk. Blijkens het Tractaat is hier niets van aan. Wel is dit geschied te Parijs, en te Weenen, in Polen en in Italië, maar niet in Amsterdam.
In Amsterdam, Londen, Genève en Wittenberg scheidde men zich af niet van de kerk, waarin men geboren was om een nieuwe kerk op te richten, maar men maakte zijn eigen oude kerk los uit haar correspondentie met de andere kerken, riep een nieuw en beter kerkverband in het leven, en zuiverde zijn kerk van misbruiken”.
Hierop laat Ds. Gispen zeer lakonisch volgen: „Zeer aangenaam zou het mij zijn, den heer Dr. Schaepman op dit punt eens te hooren.”
Hoe is nu de redeneering in het Tractaat om deze opzienbarende geschiedschrijving van de kerk des Heeren met name in ons vaderland goed te praten?
Het Tractaat stelt drie categoriën in deze breuke met het bestaande.
1. breuke met de bestaande organisatie,
2. breuke met het bestaand kerkverband.
3. breuke met de bestaande kerk of nieuwe kerkformatie.
Wij zijn hier gekomen tot in de pit van de kwestie. Hier ontwikkelt de schrijver van het Tractaat zijn grootste genialiteit om zijn positie niet alleen tegenover de afscheiding te rechtvaardigen, maar ook om aan te toonen, dat de afscheiding niet was de voortzetting van de lijn der reformatie tenzij, dat deze kerken der afscheiding zich zelf ophieven, en als doleerende kerken zich wilden aandienen.
Hier zijn wij genaderd, tot wat eens Ds. Gispen heeft genoemd: „het machtigste pleidooi tegen de afscheiding”.
Wij zullen hierop het volle licht moeten laten vallen, en wij zijn dit verplicht niet alleen tegenover ons opkomend geslacht, dat zoo licht door eenzijdige voorlichting kan worden afgeleid, maar ook ter wille van de waarheid zelf.
Wij gelooven nog altijd, dat de kerk der afscheiding een wettige erfdochter is van de kerk, die in de 16e eeuw in deze landen is geïnstitueerd, en dat niet de doleantie van ’86, maar dat de afscheiding van ’34 in het spoor der vaderen is getreden.
Dit goed duidelijk ons te realiseeren zal noodig en nuttig zijn nu reeds zooveel plannen worden gehoord om het gouden feest der doleantie te vieren.
Wij voor ons hebben er niets op tegen, dat ook de actie van 1886 over een jaar zal worden herdacht, dat ook hier dankbare nazaten zich opmaken om dit feit te herdenken, maar men zij eerlijk in zijn herdenken, en zegge rond en klaar, hoe men vóór 50 jaren zich scherp gesteld heeft tegenover de kerk der afscheiding.
Misschien kan dan de dag nog komen, waarop een openlijk belijden van een verkeerde positie een stap in de goede richting kon heeten.
Wij zullen nu zien, wat verstaan wordt onder breuke met de bestaande organisatie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1935

De Wekker | 5 Pagina's

Het Tractaat - 14

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1935

De Wekker | 5 Pagina's

PDF Bekijken