Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerk en Staat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerk en Staat

6 minuten leestijd

’t Is niet zoo eenvoudig om een behoorlijk inzicht te krijgen in de Kerkelijke verhouding, die er onder de protestanten in Duitschland bestaat, met het oog op de verkiezingen die binnenkort zullen gehouden moeten worden.
Uit een artikel in „De Standaard” kreeg men den indruk, dat er samenwerking gekomen was tusschen de groepen Mahrarens en Niemöller en in „De Nederlanden” van dien zelfden dag, werd het juist anders medegedeeld.
’t Verheugd mij, dat wij thans door bemiddeling van het Christelijk persbureau in staat zijn, deze verhoudingen juist te kunnen aangeven. Het Christelijk persbureau publiceert daarover het volgende:
In antwoord op informaties, die bij ons werden ingewonnen, deelen wij mede, dat de jongste publicaties aangaande samenwerking tusschen de beide richtingen der belijdenisbewegingen (richting-Mahrarens en richting-NiemölIer), waarover dezer dagen bericht kon worden, niet beteekent, dat deze beide richtingen samen zijn gesmolten of principieel zich met elkander kunnen vereenigen, of zelfs tot algeheele samenwerking zijn gekomen. Geen van die dingen is gebeurd en ligt evenmin in het voornemen. Slechts dit is gebeurd, dat de beide richtingen met elkander afgesproken hebben om gegevens aan elkander vriendschappelijk toe te zenden, en elkander op de hoogte te houden van de stappen, die door een van beide groepen gedaan worden. De principieele verschillen blijven echter bestaan en in die opzichten blijven beide groepen ook volkomen vrij. Deze verschillen zijn trouwens niet van geringen aard. De richting-Mahrarens, welke omvat de Luthersche landen zooals Beieren, Wurtemberg, Baden, Hannover, Saksen en eenige andere landen, voorts in de oud-Pruisische Uniekerk de Unie van Christelijke Bonden, n.!. de Centraal Bond voor Inwendige Zending, de Gustaaf Adolf-vereeniging en de Predikantenvereeniging voor welke Unie dr. Wielhelm Zoellner lijstaanvoerder is, en ten slotte Gereformeerd Hannover en Oost-Frisland met Lippe, staat op het standpunt dat de beide confessies, n.1. de Luthersche en de Gereformeerde, niet vermengd of verzwakt moeten worden en een oplossing moet worden nagestreefd, waarbij beide confessies geheel naar eigen aard tot kerkvorming kunnen voortvaren. Voorts wil deze richting de „volkskerk” mits in confessioneel en zin en weigert zich te onderwerpen aan de met een en ander in strijd geachte conclusies der synodale samenkomst van Barmen, gelijk die door Karl Barth werden opgesteld. In deze groep vindt men dus eigenlijk de nïet-Barthiaansche confessioneele Lutherschen en Gereformeerden bij elkander. De richting-Nïemöller, die behalve een deel der Lutherschen in de oud-Pruisische Uniekerk en de Gereformeerde Wuppertalers, die eveneens tot de Pruisische Uniekerk behooren omvat, alsmede den Gereformeerden Bond in Duitschland, wil in plaats van de volkskerk tot de besliste belijdeniskerk komen, doch dan de belijdeniskerk, zooals die in de theologie van Karl Barth werd gegeven, dat wil zeggen een belijdeniskerk waarbij Lutherschen en Gereformeerden op nieuwe basis {synode van Barmen) tot een soort dogmatische eenheid zoeken te komen. Voorts staat deze richting veel critischer tegenover den staat. Theologisch is echter opmerkelijk, dat deze groep uit het zoo juist genoemde de verwerping afleidt van artikel 2 der Nederlandsche geloofsbelijdenis omdat deze belijdenis te veel concessie doet aan de leer van ras en bodem en de formuleering van artikel 2 door deze groep Duitsch Christelijk wordt geacht.
Deze verschillen zijn zoo groot, dat een werkelijke samenvloeing der twee stroomingen momenteel zeker niet verwacht kan worden. De onderhandelingen, die daartoe gevoerd werden zijn ook volkomen mislukt.
Dat blijkt wel uit de verklaring die de Raad der Evangelisch-Luthersche Kerken in Duitschland d.i. de Belijdenis-beweging richting De Mahrarens, heeft afgelegd tegenover de groep Niemöller, die geëischt had dat de Theologische verklaring van Barinen 1934 (van de hand van prof. Barth) als confessioneel bindend voor de belijdenis-beweging aanvaard zou worden. Deze verklaring laat aan duidelijkheid niets te wenschen over en alle aangesloten landskerken en broederraden hebben daarmede hun instemming betuigd. Zij spreekt uit, dat de Barmerver-klaring op goede wijze den weg wijst in den geestelijken nood van den tijd en aan de kerken toont welke beslissingen te nemen zijn, doch dat men met beslistheid afwijst om deze verklaring als een confessie te aanvaarden en daarmee a fortiori eveneens afwijst als zou deze nieuwe confessie de basis voor een nieuwe kerk moeten zijn.
Wij gelooven, dat dit juist gezien is. Men kan een Kerkelijke reformatie nu eenmaal niet forceeren. Forceeren beteekent hier stuk breken. Wij mogen er ons over verheugen, dat er ten minste eenig perspectief in de verkiezingen komt.Want men vergete niet, dat de Duitsche Christenen onze onderlinge verdeeldheid niet hebben, maar in alle deelen van Duitschland als een eenheid optreden, ’t Zal een zeer spannenden strijd worden, over welks resultaat niets te zeggen valt. Van harte hopen wij, dat de overwinning zal zijn aan de Belijdenisbeweging, want anders zouden er heele zware tijden voor de Belijdenis-beweging aanbreken, omdat velen stellig niet zouden kunnen blijven in een Kerk, waar de Duitsche Christenen het roer in handen hadden.
Maar wat dan?
Wij hebben deze vraag meer dan eens in Duitsche kringen besproken, en dan had men daarop geen antwoord, omdat men geen kans zag zijn eigen eeredienst te bekostigen, Dat maakt, vooral voor de positieve belijdenis het kerkelijk probleem zoo onoplosbaar. Men durft zich niet af te scheiden van de z.g. Staatskerk, die grootendeels voor de financiën van de Kerk gezorgd heeft en nog zorgt. Wij hebben indertijd in Saksen gezien, welke ontzettende gevolgen dat voor de predikanten gehad heeft, toen een Socialistische regeering de tractementen niet uitbetaalde en het breken met de Kerk aanmoedigde. Wij zeggen niet, dat het op dit oogenblik tot de zelfde toestand zou lijden, maar gezien het feit, dat de bevolking geweldig verarmd is, zou het er stellig voor de predikanten niet best uitzien, wanneer zij door hun gemeenten moesten onderhoude worden. Onze Afgescheiden predikanten hebben dit in de jaren 1834 ook op een pijnlijke wijze ervaren, toen zij hun tractement van hun gemeente moesten hebben. Van Velzen verklaarde in later jaren, dat er heel veel geleden was, en wie met het leven van Vader de Cock bekend is, weet dat dit woord van Van Velzen daarin pijnlijk vervuld geworden is.
Wij mogen de Duitsche Kerken dan ook in ons gebed wel gedenken, en bidden, dat de Heere ze voor en alles getrouw maken mag, en de verkiezingen zoodanig mogen verloopen, dat het positieve deel daarin de overwinning behale. Maar mocht Gods weg anders zijn, dat zij dan ook het geloof mogen ontvangen, om liever den lijdenswegen te gaan, dan te blijven in een Kerk, waarin Jezus Christus niet meer erkend worden zou als de Zone Gods en de Eenige Vaam onder den hemel tot zaligheid.

d.H. (Den Haag) J.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1937

De Wekker | 4 Pagina's

Kerk en Staat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1937

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken