Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het proces der geschiedenis (4)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het proces der geschiedenis (4)

4 minuten leestijd

De groote kerkvader Augustinus schreef in het jaar 410 zijn onsterfelijk boek: „De civitate Deï”, waarin hij de christelijke oudheid ontwikkelde. De verschijning van dit standaardwerk stond in onmiddellijk verband met het diepschokkend werelddrama, dat zich in dien tijd afspeelde. In dat jaar toch viel het eeuwenoude Rome, het machtig bolwerk van het Romeinsche imperialisme, onder de mokerslagen der Gothen. In Rome klopte het hart der antieke wereld, welke zich boog onder den scepter der Caesars. Het was het centrum van cultuur en wetenschappen, de stapelplaats van de schatten der drie werelddeelen, allen onder cijns van de als goden vereerde keizers. Eer zou hemel en aarde voorbijgaan, zoo schreven zijn dichters, dan dat de muren van Rome zouden wankelen. En toch, dat ondenkbare, dat onmogelijke geschiedde. In 410 werd de oude wereldstad onttroond, en hierop volgde als vanzelf de ondergang van de Romeinsche wereldheerschappij, vernietigd door de Germaansche legioenen, die als een vloedgolf de stad aan den Tiber overstroomden.
Rome gevallen!
Dit overweldigende feit was van een wereldhistorische beteekenis. De capitulatie van Rome was de sluitsteen aan het tijdperk der Oude Geschiedenis, het eerste hoofdstuk van de geschiedenis der Middeleeuwen werd geopend. Het klonk als een bazuinstoot van Gods wereldgericht!
Onder den diepen indruk van dit wereldgebeuren greep Augustinus naar zijn pen om den val van het Romeinsche wereldrijk allegorisch te verklaren. Voor het christelijk bewustzijn dier tijden was Rome het tegenbeeld van de Godsstad. In zijn „De civitate Deï” teekent hij dan ook de antithese tusschen het koninkrijk der wereld (civitas terrena) en het koninkrijk der hemelen (civitas Deï). Tusschen beide gaapt een onoverbrugbare klove. Het eene is het rijk des lichts, het andere dat der duisternis. Christus is Koning over het eene, Satan over het andere koninkrijk. De strijd, waarin beiden met elkander gewikkeld zijn vanaf het Paradijs, is volgens Augustinus, de zin der geschiedenis, welke haar voleindiging zal vinden in de triumf van het Vrouwenzaad, in de komst van Christus als Wereldrechter, en de eeuwige vernietiging van het „groote Babylon” en het nederdalen van het Nieuwe Jeruzalem van God uit den hemel.
Het koninkrijk der wereld kreeg haar centrum in de stad, welke Kaïn in het land van Nod bouwde, en die hij naar zijn eerstgeborene „Henoch” noemde. De stad van den broedermoordenaar is voor Augustinus het prototype van Rome, in 753 vóór Christus gebouwd door Romulus, die bij deze gelegenheid ook zijn broeder Remus doodde. De wereldmacht, dien in Kaïns stad haar intrede deed, is alzoo in zonde ontvangen en in ongerechtigheid geboren. Nu ligt voor den grooten kerkvader de geschiedenis in één gezichts-vlak: Henoch-Babylon-Rome, voleindigd in den dag van Jezus’ toekomst. De val van het groote Babylon is de triumf van het koninkrijk Gods!
Met deze christelijk-wijsgeerige geschiedbeschouwing ontstond de z.g.n. „Theocratische School”, die haar aanhangers met name in de eerste eeuwen van het Christendom vond. Deze geschiedenis-philosophie van Augustinus moet natuurlijk in het licht van zijn tijd beschouwd worden. De kerk, wier leden in hoofdzaak uit het heidendom tot haar toetraden, stond afwijzend tegenover alles wat tot de wereld (het heidendom) buiten haar in verband stond. Daaruit moet o.m. ook verklaard worden het exclusieve standpunt der Patres ten aanzien van de klassieke vorming van de dienaren des evangelies. Eerst later dringt langzamerhand het besef van de noodzakelijke klassieke opleiding door. Alles wat buiten de Kerk stond, was het terrein van Satan, een voorstelling, welke we in de eeuw der Reformatie terugvinden bij de Anabaptisten (Wederdoopers),
In principe aanvaarden we de geschied-beschouwing van Augustinus, maar met eenige reserve. Met Calvijn, die in zijn tijd zich scherp keerde tegen de Anabaptisten, zien we in de koninkrijken der wereld niet volstrekt de „civitas terena”, het machtsgebied van Satan. Ze vormen geen tegenstelling met het koninkrijk Gods, zooals Augustinus het voorstelde, want door Christus, als de opperste Wijsheid, regeeren de koningen en oefenen de prinsen gerechtigheid. Over deze koninkrijken komt de zegen der algemeene genade tot openbaring in wetten en in instellingen, in rechtsorde en rechtsvrijheid. Het verbond, dat God sloot na den Zondvloed, betrekt ook de wereld der volkeren, die buiten Zijn bijzondere Openbaring leeft, in het heil Zijner algemeene goedheid. En luistert dan naar Paulus als hij op den Areopagus aan de mannen van Athene college geeft in de geschiedenis en de daarmede saamhangende aardrijkskunde (Hand. 17:24-28). Alleen als deze rijken door den geest van den antichrist overheerscht worden, dan vernietigt de God der historie ze als pottebakkersvaten. (Psalm 2).

A. (Apeldoorn) G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 1942

De Wekker | 4 Pagina's

Het proces der geschiedenis (4)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 1942

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken