Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tweeërlei heiligheid in Christus 3

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tweeërlei heiligheid in Christus 3

7 minuten leestijd

Het was op de classicale. vergadering te Londen op 26 April 1655, dat de volgende vraag ter tafel kwam:
Of de bekentenisse in het Formulier des Doops, dat onze kinderen in Christo geheiligt sijn en daarom als litmaten der Gemeinte behooren gedoopt te wesen, niet en is gesont en met Gods Woort overeencomende en wat voor een heilicheyt daer verstaen wort? (Zie werken der Marnix-Vereeniging Serie 2 Deel I.)
Hierop is de antwoort van dese vergaderinge: Dat het Formulier des Doops van onze Gereformeerde Kerken seer treffelijk is: ende wat aengaet die bekentenisse, dat onse kinderen in Christo geheiligt sijn etc. die is ooc heel gesont en met Gods Woort overeencomende: want:
1; Na ’t oordeel der liefde wij bekennen, dat de kinderen in Christo geheiligt sijn door de wedergeboorte en heiligmakinge des Geestes, haer versegelt in den H. Doop ja ooc, dat haar toecomt het rijk der hemelen. Matth. 19 : 14.
Dit lijkt toch wel als twee druppels water op de uitspraak der Gereformeerde Kerken, en het is te verklaren, dat op deze passage een beroep is gedaan om een leer des verbonds, die thans door de Gereformeerde Kerken confessioneel is geeikt, te staven. En inderdaad, wanneer in deze en dergelijke uitspraken de basis voor de Gereformeerde leer van het genadeverbond is te zoeken, dan zou het ongeoorloofd zijn om positie te kiezen togen de Gereformeerde Kerken.
Het is evenzeer te verklaren, dat velen met een dergelijke uitspraak tevreden zijn en zonder nader onderzoek aanvaarden, wat als historisch materiaal wordt aangeboden.
En toch — hoe zeer het ook schijnt, dat de Gereformeerde Kerken de lijn der Gereformeerde Vaderen trekken — ook hier geldt, wat wij vóór eenigen tijd schreven, toen een beroep werd gedaan op de Synode der Christelijke Gereformeerde Kerk uit het jaar 1837: Raak en toch . . . . mis.
Het is ons volkomen duidelijk geworden, dat onze Gereformeerde Vaderen door dergelijke uitspraken nimmer de leer des verbonds confessioneel hebben willen systematiseeren, maar een polemisch element aan de leer des verbonds hebben ontleend.
Het zal niet aanstonds voor ieder duidelijk zijn, wat wij met dit polemisch element bedoelen.
Wij hopen gelegenheid te vinden dit nader te verklaren.
Thans moge alleen het vervolg van deze classicale uitspraak een plaats vinden, en het is meer dan een opmerkelijk verschijnsel, dat de woordvoerders der Gereformeerde Kerken wel nummer 1, maar niet nummer 2 van deze classicale uitspraak hebben aangevoerd ter staving van hun gevoelen. Immers deze Classicale uitspraak wijst op tweeërlei heiligheid in Christus.
Heeft zij onder sub 1 gesproken van een heiligheid naar het oordeel der liefde — de subjectieve en dus niet de dogmatische basis — onder sub 2 gewaagt zij van een heiligheid in Christus krachtens het verbond — de dogmatische of objectieve basis. No. 1 is geen dogma, dat voorwerpelijk vaststaat, maar daar wordt in onderwerpelijken zin gesproken over een oordeel der liefde. Waarom dit geschiedt zal straks duidelijk worden. Het is ons thans alleen slechts te doen om het onderscheid aan te geven tusschen een oordeel der liefde en het oordeel der verbondsheiligheid, dat de dogmatische grondslag voor de Gereformeerde verbondsleer moet zijn, waarnaar een gereformeerde Kerk zich in haar symbolen heeft te richten, en waarnaar een Gereformeerde Synode zich heeft te voegen.
Zie hier nummer 2 van deze classicale uitspraak der Gereformeerde gemeenten te Londen. Let dan vooral op de teksten, en met name op 1 Cor. 7 : 14, een tekst, die in het geheel niet genoemd wordt onder sub 1, waar zij toch stellig een plaats had moeten vinden naar de lezing der Gereformeerde Kerken.
Het stuk is de moeite waard om het te lezen met het oog op den strijd onzer dagen:
No. 2. Wij bekennen ooc, dat de kinderen in Christo geheiligt sijn door de heilicheit des Verbonts (dat in Christo, het beloofde saet, was opgericht) waerdoor de kindeken Israëls, die den Heere tot een volck en tot een eigendom waren afgesondert en toegehedigt, dikwijls worden heilig genaemt, en sijn sulx, hoewel dat sij anders waren een sondig en wederspannig volc. Dese heilicheit des Verbonds en is niet eigen alleen aan het vole Israëls, want het onderscheit der volken is door Christum weggenomen, en de waerlijke tacken, namelijk de Joden, afgebroken sijnde, so sijn de Heidenen, die te voren wilde takken waren, ooc in den selven olijfboom van de Kerke Gods ingelijfd en deelachtig dese heilicheit des Verbonts, gelijc de Apostel ons leert Rom. 11 : 16 en 1 Cor. 7 : 14.
’t Is waer, onse kinderen sijn wel in sonden ontfangen en geboren, maer die God wil heiligen en in sijn Verbont opnemen, die en moet niemant onrein houden. Act. 10; 15.
So dan onse kinderen en sijn niet als de kinderen der Heidenen, vremde van ’t burgerschap Israëls en vremde van de Testamenten der beloften, maar erfgenamen des Verbonts. Act. 2 : 39, Act. 3 : 25, die ooc de versegelinge daervan behooren te ontfangen in den H. Doop, als het sacrament van onse opneming in ’t Verbont en inlijvinge in de Gemeinte, gelijk de Besnijdinge sodanig was in den Ouden Testamente, in welkers plaets den H. Doop gecomen is.”
Let er op, dat hier gesproken wordt van een verbond der genade in Christus, niet met Christus opgericht, en dat hier nog veel minder plaats is voor een verbond der genade, alleen met de uitverkorenen opgericht. Let er tevens op, dat het zoo onbeduidend en zinledig is, als gezegd wordt, dat wij onze kinderen met Heiden kinderen gelijk stellen, wanneer de leer der veronderstelde wedergeboorte niet wordt aanvaard.
Welk is dan het voordeel van den Jood (den bondeling) en welk is de nuttigheid der besnijdenis (de Heilige Doop)? Vele in alle manier. Dit is wel het eerste, dat hun de Woorde Gods zijn toebetrouwd. Rom. 3 : 1—2.
Maar dit merken wij slechts als in het voorbijgaan op. Er zijn andere zaken, die ons thans bezig houden.
De uitspraak der Gereformeerde Kerken in het jaar 1943 heeft ons opgeroepen ons te bezinnen over deze tweeërlei heiligheid in Christus, want hier knijpt het fijne puntje, van waar de scheidingslijn getrokken wordt tusschen de Christelijke Gereformeerde en de Gereformeerde Kerken. Er moge zijn een eenheid van belijdenis in naam, zij is er niet in wezen. Het formeele dekt hier het materieele niet.
Ons opkomend geslacht zou bijna aan deze dingen ontwend worden, te gevaarlijker in een tijd, waarin een zekere losheid in het kerkelijke de jeugd bedreigt, terwijl de ouderen onder ons een kleine herinnering niet overbodig kunnen achten.
En wanneer gevraagd wordt, wat toch het verschil is tusschen, hetgeen de Gereformeerde Kerken besloten hebben, en hetgeen de protesteerenden aanvoeren, zoo zij opgemerkt, dat de belijdenis der Christelijke Gereformeerde Kerk of liever de leer van het genadeverbond noch haar bevrediging vindt in de eene, noch in de andere groepeering. Hier zijn twee uitersten, waarvan de fout ligt voor de een in het begin (de leer der veronderstelde wedergeboorte) voor de ander in de voortzetting of ontwikkeling van de beleving des Verbonds, die te vinden is in de noodzakelijkheid van wedergeboorte en zelfonderzoek.
Natuurlijk zal er gelegenheid zijn om dit nader te verduidelijken, maar het lijkt ons niet overbodig thans reeds deze opmerking te maken.
Apeldoorn
J.J. van der Schuit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 26 May 1944

De Wekker | 4 Pagina's

Tweeërlei heiligheid in Christus 3

Bekijk de hele uitgave van Friday 26 May 1944

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken