Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Koningin Juliana

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Koningin Juliana

7 minuten leestijd

Nederland maakt zich op om zijn jonge Vorstin een luistervolle ontvangst te bereiden. Allerwegen, van Dollar tot Schelde, breekt de nationale vreugde zich baan vanwege het wonder gebeuren, dat weer een Oranje den troon beklimt. De kerken ontsluiten haar deuren voor de groote scharen, die samenvloeien om den God der Vaderen te danken, dat de eeuwenoude band met het geliefd Oranjehuis bestendigd bleef, en om Zijn zegen in te roepen over Koningin JULIANA. Maar het centrum der nationale feestvreugde is Amsterdam, dat de eere geniet de Vorstin ter inhuldiging te begroeten. Hoe kan het anders! In de hoofdstad toch klopt het hart der natie! Amsterdam houdt deze hooge onderscheiding niet uit kracht van traditie, maar de Constitutie heeft haar dit onvervreembaar recht verzekerd. De Grondwet regelt onze democratische regeeringsvorm tot in het minitieuse. Zoo spreekt zij ook niet van kroning, maar van inhuldiging. Dit is trouwens zeer ad rem! Wij kennen niet, zooals Engeland de Anglicaansche kerk, wier aartsbisschop de kroning verricht, ook niet als Denemarken de Luthersche kerk, die de nationale is, wier bisschop deze plechtigheid regelt. De inhuldiging geschiedt in de Nieuwe Kerk, waar de Staten-Generaal in vereenigde zitting samenkomen. De voorzitter der vereenigde Kamers neemt van Hare Majesteit den eed af, zooals deze in de Grondwet is voorgeschreven en aldus luidt: „Ik zweer, aan het Nederlandsche volk, dat ik de Grondwet steeds zal onderhouden en handhaven. Ik zweer, dat ik de onafhankelijkheid en het grondgebied van den Staat met al mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat ik de algemeene en bijzondere vrijheid en de rechten van al mijn onderdanen zal beschermen en tot instandhouding en bevordering van de algemeene en bijzondere welvaart alle middelen zal aanwenden, welke de wetten ter mijner beschikking stellen, zooals een goed Koning (in) schuldig is te doen. Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig!”
De leden der Staten-Generaal, die staande deze eedsaflegging hebben aangehoord, leggen bij monde van hun voorzitter den eed af: „Wij ontvangen en huldigen, in naam van het Nederlandsche volk en krachtens de Grondwet, U als Koningin; wij zweren, dat wij Uwe onschendbaarheid en de rechten Uwer kroon zullen handhaven; wij zweren alles te zullen doen, wat goede en getrouwe Staten-Generaal schuldig zijn te doen. Zoo waarlijk helpe ons God Almachtig.”
Hierna treedt de oudste van de „Koningen der Wapenen” naar voren en terwijl hij met zijn scepter zwaait, roept hij met luide stem: „Hare Majesteit Koningin JULIANA is ingehuldigd. Leve de Koningin!” Hiermede is de plechtigheid afgeloopen.
JULIANA is niet eerst nij Koningin, maar ze was het reeds op 4 September, toen bij het afscheid van den troon door Koningin WILHELMINA de regeering automatisch in haar handen overging. Wat bij de inhuldiging geschiedde, was de bezegeling van het koningschap door de Staten-Generaal, als vertegenwoordigers van het volk.
We onthouden ons een nadere beschrijving van den luister, waarmede de inhuldiging omgeven is. Men moet daartoe tot de gelukkige getuigen dezer plechtigheid behooren en ook dan zal men niet ten volle een weergave kunnen schenken van wat het oog heeft gezien en het oor heeft gehoord.
Met de troonsbeklimming van JULIANA als Koningin der Nederlanden wordt een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Vorstenhuis en Vaderland geopend. Het zal allereerst een onvergetelijke dag zijn voor ons Koninklijk Huis, inzonderheid voor Koningin WILHELMINA, die onder ons zal voortleven als Prinses der Nederlanden, een titel waaraan ons volk wennen moet. Dit bedoelt niet te zijn een degradatie, maar een duidelijke geste, dat van nu voortaan WILHELMINA in de schaduw van den troon treedt en het volle licht valt op Koningin JULIANA. Maar wat zal er het hart der Moeder omgaan bij het terugzien op den dag, waarop zij voor 50 jaren in haar lenteschoon onder dienzelfden troonhemel zich aan haar volk verbond. Toen stond haar Moeder aan haar rechterhand, nu staat zij als Moeder aan de zijde van haar Dochter, die vergezeld is van haar Gemaal Prins Bernhard, en van de Prinsesjes. God is goed over Oranje en Nederland! Wie had dat kunnen denken in de schrikkelijke Mei-dagen van 1940, toen ons Koninklijk Huis moest uitwijken. De geschiedenis van 1567 en van 1795 herhaalde zich! Weggaan, maar ook wederkeeren! Na donkeren nacht ging de zon weer op!
Niet minder zal de dag der inhuldiging een dag van bijzondere beteekenis zijn voor Koningin JULIANA. Ze aanvaardt haar vorstelijke erfenis in zeer bange tijden! De internationale verhoudingen zijn zeer zorgwekkend en doen denken aan 1939. Dreigende wolken pakken samen aan den staatkundigen hemel. Er heeft een verschuiving van verhoudingen op alle terreinen plaats, een revolutie op het gebied van het geestelijk en stoffelijk leven. Er voltrekt zich in eigen land een revolte, die een ommekeer brengt in wat vroeger zoo vast scheen. Wie denkt niet aan het Indisch probleem, waarvan niet kan gezegd wat het einde zal zijn. Hierbij komt in niet geringe mate allerlei sociale, economische en financieele vraagstukken, die met alle oplossing spotten. Dan, en dat niet het minst, de zedelijke en geestelijke degeneratie van ons volksleven. Het Christendom schijnt vervangen te zullen worden door het Humanisme. En niet te vergeten het veldwinnend Communisme, dat als een sterke vloed dam en dijk doorbreekt. Naar alle zijden is er ellende!
Wel een tijd, waarin Gods volk geroepen wordt te bidden voor onze Koningin, door Wie het God behaagt ons te regeeren. We leven in een critischen tijd, en zeker er is zooveel wat we gaarne anders zouden zien! Maar inplaats van elkander te sterken van altijd en altijd maar te critiseeren, zou het aanbeveling verdienen het gebed te vermenigvuldigen!

JULIANA!
Onze Koningin is niet de eerste, die dezen naam draagt. Eeuwen geleden woonde op den Dillenburg, de bakermat van onze Nassau’s, een gravin JULIANA VAN STOLBERG, de stammoeder van een geslacht van helden en martelaren. Vromer Moeder heeft de wereld niet gekend. Haar naam staat als met goud uitgehouwen in de historie van Vorstenhuis en Vaderland. De Gravin was een vrouw des gebeds en des geloofs, vol van goede werken, waarmede zij den Heere behaagde. Wie JULIANA VAN STOLBERG wil leeren kennen, moet haar enorme correspondentie lezen, die een lijvig dossier vormt. Gelijk alle Moeders van groote Mannen heeft zij ook haar stempel gedrukt op het leven en werk van Prins WILLEM I, den Vader des Vaderlands! Ze is het „geweten” van den Prins genoemd, zeer zeker was zij, de eenvoudige discipelin des Heeren, de stimulans in den bloedigen oorlog tegen Spanje. Ze heeft ook haar offer gebracht in geld en in bloed van haar dierbare kinderen, die zij zelf in hun jeugd onderwees in den geest der reformatie, dat in gehalte en strekking grootelijks verschilde van den modernen paedagoog Kees Boeke, den humanist. Ze heeft gebeden en gestreden, geleden en is in het geloof gestorven. Zij vermaande altijd haar kinderen de eeuwige dingen boven de tijdelijke te kiezen. Want beter was het het lichaam dan de ziel te verliezen. Toen zij heenging naar haar eeuwige erve, was zij arm en tot den dood toe vermoeid! En dit vanwege den zaak des Heeren!
Wanneer we nu bij de troonsbeklimming van Koningin JULLANA een wensch zouden mogen uitspreken, dan zou het de biddende begeerte zijn, dat de God van haar roemrucht geslacht, haar make als de Stammoeder van den Dillenburg, rijk in kennis en in de vreeze des Heeren! Dit zou niet dan winst beteekenen voor haar Huis en winst voor haar koninkrijk, hier en over zee!
Nomen est omen! De naam zij een voorteeken.
God zegene Hare Majesteit, Koningin JULIANA!
En het zij gelijk in het verleden was:

Myn schilt ende betrouwen
sijt ghij, o Godt mijn Heer!
op u soo wil ick bouwen,
verlaet my nimmermeer!
Dat ick doch vroom mag blijven,
U dienaer t’aller stondt,
de tyranny verdrijven,
die mij mijn hert doorwont.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1948

De Wekker | 4 Pagina's

Koningin Juliana

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1948

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken