Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Toelichting op de Kerkorde (LXXII)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Toelichting op de Kerkorde (LXXII)

Kerkorde (72)

6 minuten leestijd

Aan den dienst des Woords is verbonden de dienst der gebeden. Ook deze dienst behoort, volgens artikel 16 van de Kerkorde, tot het werk van de dienaren des Woords.
Toen de Gereformeerde Kerk in ons land nog staatskerk was, schreef de Overheid meermalen voor, waarvoor de predikanten hadden te bidden. Zoo verscheen er 17 Nov. 1618 een resolutie van de Staten van Holland van dezen inhoud: „Is gelast alle de Classen in Holland en Westvriesïand te worden aangeschreven, by de Kerkendienaren elk in haar Ressort ordre te willen geeven, dat sy in haare publicque gebeeden in de Kerken willen gedenken Godes Almagtige zeegen te bidden" over de Synode Nationaal, om door sijnen H. Geest in deselve te willen presideeren, en alles sulks dirigeeren, dat daar mooge gevonden worden de goede besluitinge der Kerkelijke saaken, en differenten, t'sijner Goddelijke Majesteits eere en glorie, weederbrenginge van de ruste der kerken, en van den staat van den Lande, en de goede Ingeseetenen van dien; en van gelijken in haare gebeeden te gedenken die van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Oostenrijk en Boheemen, deselve te conserveeren en te vermeerderen."
De Staten vergaten ook niet om aan de Kerken opdracht te geven voor de Overheid te bidden.
Verschillende resoluties dienaangaande werden uitgevaardigd. In 1663 gaven de Staten van Holland zelfs een concept voor dit deel van het publieke gebed. In 1664 verscheen zelfs een resolutie. Waarbij het aan de synoden werd verboden voorstellen tot wijziging van dit gebed te behandelen of over dit gebed te delibereeren. Dit zal wel in verband hebben gestaan met het feit, dat de Kerken Oranje-gezind waren, terwijl de Staten anti-Oranje waren — het was immers het eerste stadhouderlooze tijdperk.
Thans hebben wij geen Overheidsvoorschriften meer omtrent den dienst der gebeden in de kerken. Ieder dienaar des Woords is vrij in zijn gebed, behalve bij sommige kerkelijke handelingen, waarbij hij gebonden is aan de kerkelijk voorgeschreven formuliergebeden. We laten nu deze zaak verder rusten, omdat zij meer behoort tot het terrein van de liturgiek.
Naast den dienst des Woords en der gebeden noemt de Kerkorde den dienst der Sacramenten. Deze is onafscheidelijk aan den dienst des Woords verbonden. Wie gerechtigd is tot het een, is ook gerechtigd tot het andere, en wie de taak heeft het Evangelie te prediken, heeft ook tot aak de Sacramenten te bedienen. Later komt de Kerkorde op een en ander terug, zoodat wij thans gevoegelijk kunnen volstaan met het noemen van deze werkzaamheid.
In de derde plaats behoort het tot de taak van de dienaren des Woords om met de ouderlingen de gemeente te regeeren. Het is niet doenlijk dit alles in den breede te beschrijven. De Kerkorde zegt, „dat zij opzicht (moeten) houden over hun medebroeders, ouderlingen en diakenen, gelijk ook over de gemeente, tucht oefenen met de ouderlingen en zorgen, dat alles betamelijk en in goede orde geschiede." De dienaar des Woords is herder en leeraar. Dit werk heeft hij te doen in de prediking des Woords, maar zijn werk als herder en als leeraar is niet tot den preekstoel beperkt. Hij heeft de schapen der kudde in hun woningen op te zoeken om hun geestelijke leiding te geven en ze te onderwijzen, ze op te wekken tot den waarachtigen dienst des Heeren, ze te vermanen en te vertroosten. Een gemeente, die alleen een prediker heeft op den kansel, en in de week eigenlijk niet kan merken, dat zij een herder en leeraar heeft, is een beklagenswaardige gemeente. Zulk een dienaar verwaarloost een belangrijk deel van zijn werk. Met nadruk zij hier dan ook herinnerd, dat van ouds af onze theologen en kerkelijke vergaderingen eenstemmig zijn geweest in hion oordeel, dat een dienaar des Woords van Godswege geroepen is tot het doen van zieken- en huisbezoek. Tallooze uitspraken van synoden enz. zouden hier kimnen worden vermeld. Wat het huisbezoek betreft, citeeren wij hier Bouwman, die in zijn Geref. Kerkrecht, I, 488, schrijft: ,.Behoort dus ook het huisbezoek mede tot het ambt der dienaren, dit wil niet zeggen, dat zij het geheele huisbezoek mede moeten verrichten, dat er geen huisbezoek zou mogen gedaan worden zonder den dienaar des Woords. Dit is in groote kerken eenvoudig onmogelijk. Dat zou er toe leiden dat de dienaar des Woords geen tijd voor de studie overhield, dat hij zelf geestelijk zou verarmen en dat de gemeente groote schade zou lijden. Doch de ouderlingen zijn den dienaar als medehelpers in het werk van de regeering en de verzorging der gemeente toegevoegd, opdat door hun gemeenschappelijken arbeid de gemeente zou worden gebouwd. Het huisbezoek is zoo goed en zoo noodig, niet alleen voor de gemeente, maar ook voor den dienaar des Woords. De band tusschen herder en kudde wordt bewaard en gesterkt. De herder leert de behoefte der schapen kennen. Hij kan nagaan of de prediking de gewenschte vruchten oplevert, op welke zaken hij zelf in de prediking en bij het onderwijs moet letten. Hij leert naast menige droeve ervaring ook kennen de kostelijke blijken van Gods genade in het leven en de ervaringen van Gods volk, zoodat het huisbezoek ook voor hem zelven rijke vruchten draagt, zoowel voor de verdieping van eigen geestelijk leven als voor zijnen ambtelijken dienst."
Aan deze woorden van wijlen prof. Bouwman behoeven we niets toe te voegen. Elke dienaar des Woords zij er diep van doordrongen, dat hij wel zeer ernstige en gewichtige redenen moet hebben om vrijstelling, geheel of gedeeltelijk te vragen van dit deel van zijn werk. Die redenen kunnen en mogen niet liggen in „opzien tegen de moeilijkheden" van het huisbezoek, nog veel minder hierin, dat hij dan geen gelegenheid heeft om in de week ergens te gaan preeken. Neen, deze redenen, die hij met een goede conscientie voor den Heere en voor de gemeente, die hem tot haar herder beriep, moet kunnen neerleggen, kunnen o.i. alleen maar liggen in de grootte van de gemeente, waardoor het onmogelijk wordt huisbezoek te doen, of in zwakheid des lichaams of in zeer bijzondere omstandigheden, alles ter beoordeeling van den kerkeraad. En elke kerkeraad zij voorzichtig in het geven van vrijstelling van huisbezoek. Dit mag nimmer op lichtvaardige gronden geschieden, of omdat men eigenlijk niet tegen het verlangen van den dominee, die er eigenlijk wel graag af wil, durft op te komen. Zelfs dan, als een kerkeraad vanwege de grootte der gemeente overtuigd is, dat de predikant onmogelijk huisbezoek kan verrichten, overwege hij toch, of het niet mogelijk is, de andere werkzaamheden van den predikant als ziekenbezoek en het bezoeken van ouden van dagen zóó te verlichten en dit werk zóó te regelen, dat de predikant toch in een klein gedeelte van de gemeente, jaarlijks te verwisselen, huisbezoek doe. Laat ieder er diep van overtuigd zijn, dat voor de fundering, instandhouding en bouw van de gemeente huisbezoek dringend noodig is, vooral in onzen tijd. Eén van de oorzaken van den slechten geestelijken toestand in de gemeenten is ongetwijfeld, dat er niet trouw en naar de Schriften huisbezoek wordt gedaan. En dit is o.i. mede één van de oorzaken van het feit, dat vele gemeenten, zoo als men dat wel eens zegt, als los zand aan elkander hangen.

A. (Apeldoorn) H.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 1951

De Wekker | 4 Pagina's

Toelichting op de Kerkorde (LXXII)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 1951

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken