Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ener vrouwe man.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ener vrouwe man.

5 minuten leestijd

Een br. vraagt naar de betekenis van deze woorden in 1 Tim. 3 : 2 en Titus 1:7.
In de z.g.n. „Pastorale brieven" aan ï\Timotheus en Titus worden aanwijzingen gegeven voor de praktijk van het leven der kerk (en). .
Begrijpelijk dat er ook over ambtsdragers gesproken wordt Dat gebeurt nu in de onderhavige pericopen. We vinden daar, gelijk men het wel genoemd heeft, de z.g.n. „bisschopsspiegel". Hier toch worden aanwijzingen gegeven over de kwaliteiten, die iemand, die tot het ambt van ouderling zal verkoren worden, dient te bezitten. Niet dat er voor ambtsdragers een heel aparte moraal zou gelden, die strenger is dan voor de leden der gemeente. Dit in geen geval. Het gaat er hier om dat een ouderling geen opspraak of aanstoot geeft, doordat er in zijn leven afwijkingen zijn, die een gewoon lid der gemeente tot voorwerp van vermaning maken. De ouderling immers moet deze vermaning uitoefenen. Zou hij zelf schuldig staan, dan zou de kracht van zijn ambtelijke vermaning gebroken worden door eigen openbare gebreken of afwijkingen.
Allereerst spreekt de Apostel, als het gaat over de kwaliteiten van een ambtsdrager, over zijn huwelijksleven.
Dat dit eerst genoemd wordt moet ons niet verwonderen. Immers in de tijd, waarin deze vermaning valt, was de huwelijksmoraal danig .geschonden. En onder de Joden, én onder de heidenen waren er praktijken, die ons nu versteld zouden doen staan.
Vandaar de Apostolische vingerwijzing: ener vrouwe man.
De vraag komt nu: wat betekent dit?
Wil dat zeggen dat een ouderling beslist getrouwd moet zijn, de man van een vrouw dus? Bij hen, die het aldus willen lezen, leeft de gedachte dat de Heere hier zou waarschuwen tegen de ascetische gedachte, die de ambtsdrager bij voorkeur ongehuwd wil doen zijn. Hier zou dan het z.g.n. coelibaat, later door de Roomse kerk tot wet voor de geestelijkheid Verheven, veroordeeld Worden.
Hoewel de Schrift in het algemeen geen grond geeft voor dit coelibaat gaat men toch fout als men meent dat dit hier expres veroordeeld wordt. Het zou dan toch ook anders gezegd zijn. De Apostel gebruikt met nadruk het telwoord één. De man van één vrouw. Een andere opvatting is dat men hier zou moeten lezen dat de ouderling iemand moet zijn die niet of nooit hertrouwd is. Hij zou dus nooit meer dan éénmaal een Vrouw mogen hebben of gehad hebben.
Deze uitleg wordt gedragen door de opvatting dat het huwelijk eigenlijk een soort staat zou zijn, die niet recht strookte met het christen zijn. Iets minderwaardigs eigenlijk. Eenmaal getrouwd zou er dan nog op door kunnen, maar tweemaal zou dan van zodanige vleselijke gezindheid getuigen, dat het in een ouderling niet te dragen zou zijn.
Afgedacht nog van het feit dat nergens in de Schrift een verbod is te vinden voor een tweede huwelijk, wijst heel het N. T. nooit in de richting van de huwelijksverachting. Men zie hier 1 Cor. 7.
Voor wie de gave der onthouding heeft acht de Apostel de ongehuwde staat te prefereren met het oog op de moeilijkheden van tijd en leven. Nimmer echter ziet het N. T. het zo dat een eerste huwelijk toelaatbaar geacht wordt en een tweede niet door de beugel kan en dat dit zou uitsluiten van het ambt.
Tot recht verstaan van dit Apostolische woord zullen we de uitlegkundige regel moeten volgen dat wij geen ingewikkelde opvatting moeten kiezen als de eenvoudige voor de hand ligt
Ik ga nu maar voorbij de vergeestelijkende opvatting, die onder „vrouw" hier de gemeente wil verstaan en die dus het ouderlingschap aan één gemeente verbinden wil. Wij zullen hier rustig moeten uitgaan van de betekenis van het telwoord één.
Als de ouderling getrouwd is dan zal hij één vrouw moeten hebben. Het zal dus het normale huwelijk moeten zijn. Of dit huwelijk voor de eerste, tweede of derde keer is, doet niet ter zake.
Nu is hier tweeërlei afwijking mogelijk. Allereerst dat iemand meer dan één vrouw tegelijk heeft, de z.g.n. simultane bigamie.
Het klinkt ons nu wat wonderlijk in de oren dat daartegen gewaarschuwd wordt in de gemeente des Heeren. Toch moet ons dat niet verbazen. Boven wees ik er op dat de huwelijksmoraal danig geschonden was. Het kwam herhaaldelijk voor bij Jood en heiden dat men naast de ene nog een andere vrouw had. Werd zulk een Jood of heiden nu Christen dan kon hij zo maar niet tot het normale huwelijk terugkeren. Immers wat moest hij met de tweede vrouw en de kinderen? Daar lagen dezelfde moeilijkheden, waarmede ook de zendingsarbeid nog telkens te worstelen heeft. Zulk een gemeentelid nu moet geen ouderling zijn. Hij is niet een voorbeeld. Integendeel hij komt gemakkelijk in opspraak en zijn ambtelijke positie wordt er door verzwakt. Een ouderling moet iemand zijn met een normaal huwelijk met éne vrouw.
Nu is er echter nog een andere vorm van bigamie, het hebben van meer dan ene vrouw. Gesteld iemand was gehuwd geweest. Door scheiding was dat huwelijk ontbonden om een of andere reden. Opgemerkt moet worden dat de scheidingsmogelijkheden vele waren. Nu trouwt zulk een man weer, terwijl de eerste, dus eigenlijke vrouw, nog leeft. Strikt genomen is hij niet ener vrouwe man. Hier is de z.g.n. successieve bigamie. Zulk een lid der gemeente moet hier van het ambt uitgesloten worden geacht. Vooral tegen de achtergrond, vjant de woorden van Jezus in Matth. 19 : 1-9 moet dit in een voorganger der gemeente als een ongeschiktheid tot het ambt worden aangemerkt. Zo wil dit woord dus zeggen dat in de voorganger het normale huwelijk moet worden geeist. Of dit normale het eerste, tweede of derde huwelijk is doet niet ter zake. Zo is in de gemeente des Heeren temidden van veel verwarring de huwelijksorde Gods weer tot gelding gebracht. En vooral in doi voorgangers moet deze orde Gods te zien zijn.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1951

De Wekker | 4 Pagina's

Ener vrouwe man.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1951

De Wekker | 4 Pagina's