Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christus, het hoofd der gemeente I

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christus, het hoofd der gemeente I

5 minuten leestijd

Binding aan dit woord.
In de Heilige Schrift wordt er telkens op gewezen dat wij van nature onze eigen wegen gaan. gelijk Israël van de oude dag ook deed. Wanneer wij dit doen, dan maken wij onze eigen plannen en vragen wij de mond des HEEREN niet, Jes. 30 : 1, 2. In de diepste zin van de zaak is dit het verwerpen van het woord des HEEREN. En dat is heel erg. Heel ernstig is Gods klacht: Zelfs de ooievaar aan de hemel weet zijn gezette tijden en een tortelduif en kraan en zwaluw nemen de tijd hunner aankomst waar, maar mijn volk weet het recht des HEEREN niet. Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons? Zie, waarlijk te vergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden; de wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen: zie, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben? Jer. 8 : 7—9.
De trekvogels ontvingen van de Schepper hun instinct en dat leidt hen met schier onfeilbare zekerheid in betrekking tot de tijden van hun vertrek.
De HEERE heeft aan de mensen veel meer gegeven. Let er wel op, dat in de genoemde pericoop telkens sprake is van den HEERE, van den God des verbonds. Door deze naam openbaarde de HEERE Zich op aparte wijze aan Zijn volk. Hij is die genadige God, die altijd actief werkzaam is voor de Zijnen en altijd de vijanden van Zich en Zijn volk in bedwang houdt. Hij is die Ontfermer, die in de door onze zonde geslagen breuk Zijn Zoon gezet heeft als Breukheler. En die HEERE heeft Zijn voorschriften gegeven aan Zijn volk. Die klaagt: Mijn volk kent het recht des HEEREN niet. Recht des HEEREN is heel wat anders dan instinct; recht des HEEREN is, wat Hij heeft voorgeschreven. Dit recht, dit voorgeschrevene, is naar Zijn rechtsregel, overeenkomstig Zijn rechtsnorma, rust dus op de grondslag van Gods gerechtigheid en moet daarom gehouden worden. Wat God voorschrijft is nooit anders dan overeenkomstig Zijn recht; dat recht moet op de rechte wijze worden betracht. De HEERE schrijft Zijn volk voor hoe dat volk moet handelen en wandelen; Hij schrijft voor hoe de verhouding van dat volk moet zijn tegenover Hem en tegenover de naaste; Hij gebiedt en doet dat in liefde, hoe het volk naar Zijn woord, naar zijn verbond, godsdienstig, kerkelijk, moet leven. De rechten (mispatim) des HEEREN mogen niet naar willekeur worden betracht of nagelaten. Niemand heeft de bevoegdheid die rechten te verdraaien naar eigen inzicht. Op geen enkel terrein. In het persoonlijk leven niet; in het gezinsleven niet; in het staatkundige leven niet; ook niet in het kerkelijke leven. Wanneer iemand tegen een ander of tegen een, kerk beschuldigingen inbrengt, dan moeten deze beschuldigingen ook gegrond zijn op het woord des HEEREN; dus moet bewezen worden dat de rechten des HEEREN niet zijn moeten die rechen des HEEREN ook of niet worden gehouden. Maar dan worden gekend.
En dat is juist het droeve in de klacht des HEEREN: Mijn volk kent het recht ........ niet. Het kennen, hier bedoeld, is wat meer dan oppervlakkig ergens kennis van nemen of een zaak goed bestuderen; de kennis, welke hier wordt bedoeld raakt hoofd en hart. Het gaat om het recht kennen, het kennen met ervaring, het kennen en beleven van de rechten des HEEREN. Het bondsvolk, Israël, kende het recht niet, hoewel het leefde onder de bijzondere openbaring. Dat volk durft te zeggen: Wij zijn wijs en de wet(tora) is bij ons. Maar wat zij bij zich hebben is een product van de leugenpen der valse leidslieden. Men laat het zuivere woord niet spreken; de valse pen der dwazen heeft een compendium gegeven van de waarheid, dat een leugenproduct is.
Niet de mannen door Gods Geest gedreven, als Jeremia, worden geloofd, maar naar de leugenprofeten, die het woord des HEEREN verwerpen, wordt geluisterd. Maar dan geldt: Zij hebben des HEEREN Woord verworpen, wat wijsheid zouden zij hebben? Dat is het verschrikkelijke. Wie het Woord des HEEREN verwerpt, wie de zuivere openbaring des HEEREN niet meer als richtsnoer erkent, heeft geen wijsheid, geen practische levenskennis en dus ook geen rechte levenservaring. Die leeft ook niet uit den Christus, want de Heere Jezus Christus bindt Zijn kerk aan het woord, Joh. 5 : 39. Er zijn ook heden nog mensen, die menen een openbaring van den Heere ontvangen te hebben, maar zulk een openbaring is vals. Iemand zei eens tot ons: de Heere heeft mij geopenbaard enz. Toen werden wonderlijke dingen genoemd. Er werd bij gezegd: het staat niet in de Bijbel.
Zo waren er in de dagen van Jeremia, die valse openbaringen schreven; wie die openbaringen geloofden, verwierpen het Woord des HEEREN. En die dat doen hebben geen wijsheid, missen de practische, de geheiligde levenskennis en missen vanzelf ook de levenservaring. Het is wel heel erg, wanneer op een leugenweefsel wordt gebouwd door mensen, die leven onder de bijzondere openbaring Gods. Zulke mensen praten ook wel over de breuk, maar zoeken die op het lichtst te helpen en roepen zo heel gemakkelijk: „vrede, vrede", doch daar is geen vrede. En dan blijft het oordeel des HEEREN niet uit; de wraak van Gods verbond zal gewis zich openbaren.
De HEERE bindt Zijn kerk dus aan Zijn Woord.
En dit doet Hij natuurlijk in volle zin, d.w.z. dat die binding geldt voor heel het leven. Acties werken meest reacties. En uitersten leiden tot scheiding en scheuring. De spanningen kunnen niet blijven voortduren. En bij hoogspanning is het gevaar zo heel groot dat wij niet meer luisteren naar de bijzondere openbaring, maar ons laten leiden door wat mensen ons voorschrijven. En die mensen kunnen ook kinderen Gods zijn; die mensen kunnen menen dat de Heere hen dit heeft geopenbaard.
L.H. van der Meiden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1952

De Wekker | 4 Pagina's

Christus, het hoofd der gemeente I

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1952

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken