Bekijk het origineel

Rondom het Oude Testament (39)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Rondom het Oude Testament (39)

Een oud Babylonisch wetboek. 5.

6 minuten leestijd

Verschillen tussen de wet van Ch. en de wet van Mozes zijn er ook betreffende de huwelijkswetgeving.
Er zijn ook grote overeenkomsten. Bij beide, zowel in Israël als in Babel, is de huwelijkssluiting een zaak van de familie. Noch bij de Babyloniërs noch bij de Israëlieten is sprake van een sacrale wijding van het huwelijk, dus een soort kerkelijke huwelijkssluiting. De jongelui behoeven voor hun huwelijk niet naar een tempel en er komt geen priester aan te pas.
Evenmin is het een zaak van de overheid. Het is een kwestie, waarin alleen de familie betrokken is.
Zowel in Babel als in Israël is het huwelijk patriarchaal, d.w.z. de mannelijke leden zetten het geslacht voort, dus precies als bij ons.
De vrouw verlaat de familie van haarzelf, wanneer ze trouwt, en stelt zich onder de macht van haar echtgenoot om aan de voortzetting van zijn geslacht mee te werken.
De vrouw wordt dus opgenomen in de familie van de man. Daarom is het huwelijk een zaak van de familie. Het familiehoofd, de vader van de bruidegom, beslist over het huwelijk van zijn zoon en beoordeelt of de vrouw van diens keuze de geschikte vrouw is om in de familie te worden opgenomen en aan haar voortzetting mee te bouwen.
Daarom gaat de vader van de verliefde Sichem naar Jakob om de hand van diens dochter Dina te vragen voor zijn zoon (Gen. 34 : 4,8) en zegt Simson tegen zijn vader, wanneer hij een vrouw in Timna heeft gezien: „neemt haar mij tot vrouw" (Richt. 14 : 2).
Bij ontstentenis van de vader kon deze taak worden verricht door de moeder (Gen. 21 : 21) of een zaakwaarnemer (Gen. 24 : 3).
Voordat de bruid ingaat in het huis van de bruidegom betaalt de laatste of diens vader aan de vader van de bruid de bruidschat. In de wet van Chammoerabi heet die bruidschat een „tirchatoem". In het Hebreeuws is het een „mohar".
Van die bruidschat lezen we bv. in Ex. 22 : 16: En Sichem wil aan Jakob wel de hoogst mogelijke bruidschat betalen, als hij maar met Dina huwen mag (Gen. 34 : 12). Saul vraagt van David als bruidschat honderd voorhuiden van de Filistijnen (1 Sam. 18 : 25).
Ook uit de geschiedenis van Jakob wisten wij reeds, dat de bruidschat ook in prestaties kon bestaan (Gen. 29 : 20,27).
Wanneer die bruidschat was betaald aan de vader van de bruid, dan gold eigenlijk het huwelijk als gesloten. Bleef de bruid echter nog een tijd in het huis van haar vader, dan was zij toch voor een andere man niet meer vrij. Ze gold als ondertrouwd. Zou deze vrouw met haar wil toch met een andere man meegaan, dan moest ze gestenigd worden (Deut. 22: 23 v.).
Een ondertrouwd meisje is dus een meisje, voor wie reeds de bruidschat betaald is. Met een niet ondertrouwd meisje (Deut. 22 : 28v) is dat niet het geval.
Bij de overeenkomsten tussen de wet van Ch. en met de wetten van Israël zijn er ook verschillen.
Voor wat we gezien hebben in de geschiedenis van Hagar en waarvoor plaats is in de wetten van Ch., is in de wetten van Israël geen plaats. De daad van Abraham met Hagar is in het licht van de wetten van God zonde geweest.
De wetten van Israël kennen wel een andere regeling bij kinderloosheid, die men in Babel niet gekend heeft; nl. wanneer een man kinderloos stierf, het zgn. leviraats- of zwagerhuwelijk. Het gold namelijk als een grote schande wanneer een man stierf en hij liet geen kinderen na. In dat geval had hij immers geen zaad om zijn geslacht voort te zetten.
De wetten van Mozes bepaalden nu, dat wanneer er meerdere broers waren en een van hen sterft zonder een zoon na te laten, dan zal de vrouw van de gestorvene niet buiten de familie de vrouw van een vreemde man mogen worden, haar zwager zal gemeenschap met haar hebben, haar tot vrouw nemen en zo het zwagerhuwelijk met haar sluiten.
En de eerstgeborene, die ze baren zal, zal op naam van de gestorven broeder staan, opdat diens naam uit Israël niet uitgewist zal worden (Deut. 25 : 5vv).
Een voorbeeld van zo'n zwagerhuwelijk hebben we in Gen. 38 : 8, waar Juda tot een van zijn zonen zegt, dat deze het zwagerhuwelijk moet sluiten met diens schoonzuster Tamar, wiens man gestorven was, om namelijk nakroost voor zijn broeder te verwekken.
Op dat zwagerhuwelijk zinspeelt ook Naomi, als zij tot haar schoondochters zegt: „Heb Ik nog zonen in mijn schoot, die u tot mannen zouden kunnen worden?" (Ruth 1 : 11).
Voorts wordt in de wet van Chammoerabi een man toegelaten te scheiden, maar niet dan op hoge voorwaarden. Zo gemakkelijk ging zulk een scheiding niet.
In par. 137v wordt bepaald, dat wanneer een burger van zijn vrouw wil scheiden, hij haar de gift moet meegeven, die haar vader haar bij het huwelijk gaf; vervolgens moet hij haar meegeven een stuk van de grond, van de boomgaard en geld, opdat ze daarmee haar kinderen kan groot brengen; later als de kinderen groot zijn, moet de vrouw ook nog een aandeel hebben in de erfenis.
Ook een vrouw kan in Babel scheiden. Par. 142 v bepaalt, dat wanneer een vrouw haar echtgenoot veracht en tegen hem zegt: jij zult mij niet meer omhelzen, dan zal de zaak in de poort door de rechters onderzocht worden, en wanneer deze vrouw geen schuld heeft, maar haar man altijd buitenshuis is en hij haar verwaarloost, dan moet de vrouw het geld, dat haar vader haar gaf bij het huwelijk, terugnemen en terugkeren in het huis van haar vader.
Wanneer echter blijkt, dat de vrouw altijd buitenshuis was, haar huisraad verwaarloosde en haar echtgenoot verachtte, dan moet de vrouw in het water worden geworpen.
Onder Israël kon een vrouw echter niet scheiden. Een man wel. Echter wordt dit nergens juridisch vastgelegd.
Nergens wordt in een bepaald geval scheiding als de oplossing aan de hand gedaan.
Het is, zoals Jezus eenmaal heeft gezegd: „Mozes heeft vanwege de hardigheid uwer harten u toegelaten uw vrouwen te verlaten; maar van het begin is het alzo niet geweest" (Matth, 19 : 8).
Er ware meer te noemen. Alle verschillen tussen de wet van Ch. en de wet van Mozes zijn niet vermeld. Dat kan hier ook niet. We moeten het hierbij laten.
Maar wel is duidelijk geworden, welk een interessante vondst het wetboek van Chammoerabi is geweest.
Het doet ons de wetten van God aan Israël beter verstaan en hen bovendien kennen in hun eigen betekenis en waarde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1953

De Wekker | 4 Pagina's

Rondom het Oude Testament (39)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1953

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken