Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een Soemerische Job (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een Soemerische Job (I)

5 minuten leestijd

Dezer dagen las ik de Nederlandse bewerking van het boek van de Amerikaanse Assyrioloog S.N. Kramer, die verschenen is onder de titel: De geschiedenis begint met de Soemeriërs.
Deze Soemeriërs zijn de oudste inwoners van de vlakte van de Eufraat en de Tigris geweest en leefden in de buurt van de oude stad Oer ongeveer 15 eeuwen voordat Abraham daar woonde.
Honderd jaar geleden wist niemand iets van deze Soemeriërs. Het was zelfs geheel onbekend, dat ze eens hadden bestaan. Echter begon men in die tijd opgravingen in het oude Mesopotamië in de hoop iets naders te vinden omtrent de Assyriërs en de Babyloniërs, die men kende uit de Bijbel en andere oude geschriften. En inderdaad heeft men over deze volken ontzaglijk veel gevonden. Een oude cultuur en geschiedenis, die in de bodem van het oude Assyrië en Babylonië was verloren gegaan werd weer aan de oppervlakte gebracht. Doch men ontdekte tevens, dat aan hun cultuur en geschiedenis een nog veel oudere was voorafgegaan, die zelfs als de bakermat van de latere moet worden beschouwd. De dragers van deze oude cultuur zijn de Soemeriërs geweest en het land waar zij woonden werd door hen Soemerië genoemd. Waarschijnlijk zijn ze in oude tijden gekomen uit het bergland van Azië en hebben zij zich gevestigd in de vruchtbare vlakte van de Eufraat en de Tigris.
Het belangrijkste dat van dit oude cultuurvolk is gevonden zijn kleitabletten met Soemerisch schrift. Zij schreven namelijk evenals de latere Assyriërs en Babyloniërs op kleitabletten. Klei van de rivieren was in hun omgeving in overvloed te vinden. Daarvan maakte men tabletten waarin men met een stift schreef. Soms werden deze tabletten in de zon gedroogd, maar niet altijd.
De Soemeriërs konden namelijk schrijven. Voor zover wij thans weten zijn zij de eerste mensen in de wereldgeschiedenis geweest, die schreven. Zij zijn de uitvinders van het schrift geweest.
Later schrijven ook andere volken, maar de Soemeriërs hebben daarvan de primeur. Trouwens hebben zij niet alleen de primeur van het schrift, maar ook allerlei andere cultuurvormen gaan op hen terug.
Dat toont de schrijver van het genoemde boek op boeiende wijze aan. Het boek bevat een verzameling van 25 zuiver Soemerische teksten uit de rijke en schone literatuur van dit oude volk, welke de laatste jaren uit de bodem van de oude vlakte is opgegraven. Drievierde van de Soemerische teksten hebben we te danken aan de moeizame arbeid van prof. Kramer, die een voortreffelijk en uiterst bekwaam Soemerioloog mag worden genoemd. Hij heeft gedurende de laatste 25 jaren vaak onder zeer moeilijke omstandigheden zijn beste krachten gewijd aan het bijeengaren van allerlei teksten, die uit de bibliotheek van de oude Soemerische stad Nippoer terechtgekomen zijn in allerlei moderne musea, die over de gehele wereld verspreid zijn.
Het boek telt 25 hoofdstukken. Elk hoofdstuk laat ons zien, hoe de wortels van onze moderne cultuur teruggaan op het oude Soemerië. Dit oude volk heeft de primeur van wat wij soms beschouwen als vruchten van onze westerse cultuur. In de titels van de hoofdstukken laat de schrijver dit uitkomen door telkens het woord „eerste" te gebruiken. Zo spreekt hij van: de eerste scholen, de eerste zenuwoorlog, het eerste parlement, het eerste receptenboek enz. Men vindt het alles bij de Soemeriërs.
Elk hoofdstuk is bijzonder interessant. Bijzonder trof mij het 14de hoofdstuk, dat tot titel heeft: De eerste „Job".
De schrijver behandelt daar een Soemerisch gedicht van ongeveer 135 regels, geschreven op een kleitablet, dat werd gevonden in de buurt van Nippoer.
In dit gedicht bezitten wij de oudst geschreven studie van het menselijke lijden.
Natuurlijk heeft de mens met het lijden geworsteld zolang hij daarmee heeft te maken gehad. De mens haat het lijden en tracht daarvan te worden bevrijd. Dat geldt van de moderne mens, maar niet minder van de mens uit de oudheid. In genoemd gedicht vinden we daarvan het eerste schriftelijke bewijs.
We komen daarin in aanraking met een mens, die in zwaar lijden is gekomen en daaruit begeert verlost te worden. Hij kent daartoe slechts één uitweg, nl. zijn god voortdurend te loven en te prijzen en deze te smeken en te bidden, tot deze zijn gebeden en jammerklachten goedgunstig zal verhoren. De dichter denkt bij deze god aan een persoonlijke beschermgod, die in de godenvergadering voor zijn beschermeling moet opkomen. Want de oude Soemeriër was polytheïst, d.w.z. hij hing het veelgodendom aan. Hij kende niet de verering van één god, maar van vele goden en godinnen.
De naam van de lijder wordt niet genoemd. Hij was een rijk, wijs en rechtvaardig man en had vele vrienden en verwanten. Op een dag wordt hij overvallen door ziekte en lijden. Dan nadert hij nederig tot zijn godheid met weeklachten en tranen en legt hij zijn hart voor deze open in gebed en smeekbeden. Het gevolg daarvan is dat zijn god behagen in hem gaat stellen en medelijden krijgt. Deze verhoort het gebed en verlost hem uit zijn lijden en doet zijn verdriet in vreugde verkeren.
Prof. Kramer zegt, dat wij in dit gedicht de Soemerische versie hebben van het thema, dat door het Bijbelboek „Job" zo'n belangrijke plaats in de wereldliteratuur en in het godsdienstig denken verworven heeft. Het Soemerisch gedicht kan in draagwijdte, in diepte en ook in poëtische zeggingskracht zeker niet naast het Bijbelboek worden gesteld, maar het heeft toch als oudste verschijningsvorm van dit beroemde motief een geheel eigen en niet te onderschatten betekenis.
Inderdaad doet ons dit oude Soemerische gedicht denken aan het Bijbelse boek Job. Er zijn ook wel overeenkomsten, maar de verschillen zijn enorm groot. Daarop wil ik in een volgend artikel nog even ingaan. Tevens ben ik dan in de gelegenheid te wijzen op de onwaardeerbare betekenis van de openbaring Gods.

Oosterhoff.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1960

De Wekker | 4 Pagina's

Een Soemerische Job (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1960

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken