Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Herman Bavinck

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Herman Bavinck

7 minuten leestijd

Dr. R.H. Bremmer, vrijgemaakt Gereformeerd predikant te Enschede, is de vorige maand aan de Vrije Universiteit gepromoveerd tot doktor in de theologie op een proefschrift, dat handelt over „Herman Bavinck als dogmaticus". Dat de promotie van deze vrijgemaakte predikant plaats had aan de V.U. heeft in vrijgemaakte kringen nog al wat stof doen opwaaien. Sommigen schijnen dit bijna als een verraad aan de zaak der vrijmaking te beschouwen. Als buitenstaander laat ik deze zaak echter rusten.
Het proefschrift zelf verdient onzer aller aandacht. Dr. Bavinck was één van de grootste nederlandse dogmatici uit de tweede helft van de vorige eeuw en zijn werk behoudt klassieke waarde.
Hij was volop een kind der scheiding. Dr. Bremmer laat ons zien dat deze dat ook tot zijn dood gebleven is. Vooral in zijn levensstijl kwam dit uit.
Dr. Bavinck werd in 1854 in Hoogeveen geboren, waar zijn vader toen predikant was in de afgescheiden kerk. Later verhuisden de Bavincks naar Bunschoten en vandaar naar Almkerk. De jonge Bavinck bezocht enige jaren aldaar de school en werd later leerling van het gymnasium te Zwolle. In 1874 werd hij student in de theologie te Leiden, waarover vele Chr. Gereformeerden in die tijd nog al verontwaardigd waren, omdat de hoogleraren, die daar doceerden modern waren. In 1880 promoveerde Bavinck cum laude op het proefschrift „De ethiek van Zwingli". Na een jaar predikant te zijn geweest in de Christelijke Gereformeerde kerk te Franeker werd hij hoogleraar in de dogmatiek aan de Theol. School van de Chr. Ger. Kerken te Kampen. Na de vereniging van het overgrote deel van de Chr. Ger. kerken met de kerken uit de doleantie in 1892, waarin ook Bavinck een belangrijk aandeel had, werd hij in 1902 hoogleraar in de dogmatiek aan de V.U. te Amsterdam. Hij verloor toen van velen uit de kerken der scheiding het vertrouwen. Hij stierf in 1921.
Reeds zijn verscheiden publicaties over de persoon en de betekenis van H. Bavinck verschenen, waaronder zeer verdienstelijke. Toch werd zijn theologische en dogmatische betekenis nog niet zo uitvoerig en grondig behandeld als in bovengenoemd proefschrift. Bovendien waren nog lang niet alle aanwezige bronnen verwerkt. Zowel op biografisch als op dogmatisch gebied lag er nog heel wat braak.
Een van de verdiensten van het proefschrift van Dr. Bremmer is, dat deze bij zijn studie over Bavinck heeft geput uit diens nalatenschap aan brieven, zowel door als aan hem geschreven. Behalve het Kuyperarchief in Den Haag en het Bavinckarchief in Amsterdam stond aan Dr. Bremmer het familiearchief van de fam. Bavinck ten dienste.
Er was op deze wijze alle reden voor een nieuw boek over Bavinck en Dr. Bremmer heeft er een boeiend en interessant geschrift van gemaakt, waarvoor hij lof verdient. De grote betekenis van het boek acht ik, dat hij ons de figuur van Bavinck laat zien in het geheel van zijn tijd, vooral in het theologisch en wijsgerig raam daarvan. De tweede helft van de vorige eeuw was een tijd, waarin op theologisch en wijsgerig gebied heel wat te doen was. Allerlei nieuwe opvattingen en stromingen braken zich baan. En in dit alles heeft Bavinck een belangrijke en in bepaalde opzichten een beslissende rol gespeeld.
Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel laat ons Bavinck zien in contemporaine belichting. We zien hem geplaatst in zijn relatie tot Abraham Kuyper, naast wie hij een groot deel van zijn leven arbeidde en die op hem grote invloed oefende. Een belangrijk onderdeel van deze studie is gewijd aan Bavincks beschouwing over Kuypers Encyclopedie, waarbij Dr. Bremmer put uit een oud dictaat van Bavinck. Vervolgens wordt in dit eerste deel besproken Bavincks relatie tot de ethische theologie. Figuren als Chantepie de la Saussay, Gunning, Daubanton en Wildeboer komen aan het woord, ook uit tot nu toe niet gepubliceerde brieven. Op deze bladzijden worden we geconfronteerd met een belangrijk stuk kerkgeschiedenis uit de vorige eeuw. Niet het minst in zijn strijd met de ethischen was Bavinck gedwongen rekenschap te geven van zijn eigen standpunt en dit heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van zijn eigen dogmatisch denken. Tenslotte wordt dit eerste deel afgesloten met een studie over Bavinck en de Modernen. Ook dit hoofdstuk is van grote betekenis. Al met al behoort naar mijn gevoelen dit eerste deel tot het beste van het boek.
In het tweede deel volgt dan een analyse van Bavincks dogmatische inzichten, waarbij vooral zijn dogmatiek de aandacht vraagt. Dit geschiedt in de volgende hoofdstukken: prolegomena; God, schepping en mens; zonde, Christus en genade; kerk, sacramenten en eschatologie. Wijsgeren als Plato en Aristoteles en theologen als Augustinus, Thomas van Aquino, Calvijn en Kuyper blijken op Bavincks denken te hebben ingewerkt.
In het derde deel - Terugblik en Uitzicht - komt de schrijver tot een synthese van de resultaten van zijn analyse van Bavincks dogmatische gedachtengangen en een bepaling van de betekenis van diens Dogmatiek in het geheel van de reformatorische theologie.
Interessant is wat in dit deel wordt gezegd over de verhouding van Bavinck en Kuyper. Dr. Bremmer komt tot de conclusie, dat Bavinck in principe stond op de lijn van Kuyper wat betreft diens opvatting van de wedergeboorte als instorting van het eerste levensbeginsel. Hij wilde ook met Kuyper de kinderen houden voor wedergeboren en in Christus geheiligd, tot bij het opwassen het tegendeel blijkt. Het „in Christus geheiligd" vatte hij evenals Kuyper in subjectieve zin op. Maar op één punt ging hij beslist niet met Kuyper mee. Hij kende de historische gereformeerde Dogmatiek te goed om niet te weten, dat de veronderstelling van wedergeboorte als grond voor de doop geen gemeengoed van de gereformeerde dogmatiek was. Er waren twee ontwikkelingslijnen in de gereformeerde dogmatiek, zo betoogde hij. De een wilde het verband tussen verbond en verkiezing zo hecht mogelijk zien en achtte de kinderen reeds vóór de doop wedergeboren. De andere deed dit niet en durfde van de wedergeboorte vóór de doop geen regel maken. Op deze lijn vermeldt Bavinck de oudste reformatorische theologen als Calvijn, Beza, Zanchius e.a. Veel meer dan Kuyper zocht hij de grond voor de doop in de objectieve sfeer van de belofte zonder nochthans deze van haar subjectieve realisering los te maken.
Dr. Bremmer meent, dat Bavinck een correctie heeft gegeven op Kuypers onderstellingsleer, hoewel hij in grote hoofdzaken met Kuyper instemde.
Wat de formele karakterisering van Bavincks Dogmatiek betreft sluit Dr. Bremmer zich in grote trekken aan bij die van Van der Vaart Smit. Hij noemt in de eerste plaats het historisch karakter van deze dogmatiek. Er is in het werk een jarenlange grondige studie van de geschiedenis van de theologie, met name van de dogmatiek en van de geschiedenis van de wijsbegeerte verwerkt.
In de tweede plaats moet genoemd worden de religieuze instelling van het werk. Bavinck redeneert niet over abstracte problemen. Hij doorworstelde in eigen hart de vragen en problemen waarvoor het contact tussen het evangelie en de eigentijdse cultuur de mens stelt.
In de derde plaats was zijn dogmatiek oecumenisch-synthetisch. Hij trachtte samenbindend te werken in oecumenische zin.
Hier ligt ook de blijvende betekenis van Bavincks Dogmatiek. Vooral door haar sterke historische en synthetische instelling en door haar religieus-reformatorisch karakter blijft zij een uitgangspunt, waar iedere gereformeerde dogmaticus mee rekening zal hebben te houden in de benadering der problemen.
Dr. Bremmer heeft ons een waardevol boek geleverd over een zeer belangrijk onderwerp en we zijn hem daarvoor uitermate erkentelijk. Het is een dissertatie geworden, welke ons kan verder helpen. Wie haar zich aanschaft, zal er geen spijt van hebben. Zij blijft een voortdurende bron van studie en kan stimuleren tot nieuwe dogmatische zin en onderzoek. Het werk, dat bij Kok in Kampen is uitgegeven, is niet goedkoop. Het kost ƒ 18,75, maar biedt met zijn 457 blz. ook ontzaglijk veel. We zien met belangstelling uit naar het volgende deel, dat ons door de schrijver in het uitzicht is gesteld. Dat zal een biografie over Bavinck bieden. Moge het de schrijver gegeven zijn!

Oosterhoff.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1961

De Wekker | 8 Pagina's

Herman Bavinck

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1961

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken