Bekijk het origineel

Levend gemaakt met Christus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Levend gemaakt met Christus

7 minuten leestijd

De volkomen eenheid
Er is geen leven, werkelijk leven, dan alleen in de gemeenschap met de levende Christus. Alle leven buiten Hem is het ware leven niet. Dat leven is slechts schijn. Het is, zoals ons doopsformulier terecht zegt, niets anders dan een gestadige dood. Het leven buiten Christus is omgeven door, is geheel in de greep van de dood. Het ligt onder het oordeel van God. Het is een leven, waarin de zonde, de vijandschap tegen God de heerschappij voert. Echt leven is er alleen door de levende Christus.
Daarom, ware Christus dood gebleven, ware het nimmer Paasfeest geworden, dan zou er geen leven zijn voor enig mens.
Nu mogen Zijn gelovigen leven met Hem. Zij hebben deel aan Zijn opstandingsleven. Christus' opstanding is hun opstanding. En Zijn leven is hun leven.
Dat is de blijheid van Paasfeest.
Paasfeest predikt niet alleen de opstanding van Christus, maar ook de opstanding van al de Zijnen.
Daarom verkondigt Paasfeest ons maar niet een historisch feit zonder meer, maar een heilsfeit.
Wij geloven in de feitelijkheid van de opstanding van Christus. Hij is waarlijk opgestaan. Hij, die dood was, is levend geworden. Het graf in Jozef van Arimathea's hof was leeg door Zijn lichamelijke verrijzenis. Christus is met hetzelfde lichaam als waarmee hij werd gekruisigd en stierf op Golgotha weer opgestaan, zij het dan dat Hij na Zijn opstanding een verheerlijkt lichaam bezit, waaruit alle zwakheid en bederf, die door de zonde over ons gekomen zijn, is weggenomen.
Tegen allen, die de werkelijke opstanding van Christus loochenen, houden wij vast aan haar historisch feit.
Maar dit feit alleen maakt Pasen nog niet tot het grote feest van de Christelijke kerk. Zij is zelf bij dit feit direct betrokken. Christus' ondergang zou haar ondergang betekend hebben. Daarentegen betekent Christus' opstanding haar opstanding, Jezus leeft en wij met Hem, zo mag de kerk op Paasfeest zingen.
De apostel Paulus heeft dit heilsgebeuren voor de kerk steeds in zijn brieven sterk benadrukt.
Hij schrijft aan de gemeente te Efeze: God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om Zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen, mede levend gemaakt met Christus en heeft ons mede opgewekt (Ef. 2:4v). En in zijn brief aan Colosse zegt hij: In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt. Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem (Kol. 2:12v). Ook in hoofdstuk 3:1 spreekt hij van met Christus opgewekt zijn.
De gelovigen zijn door de opstanding van Jezus Christus mede levend gemaakt en met Hem opgewekt. In de opstanding van Jezus Christus ligt ook hun opstanding en leven.
Wat bedoelt de apostel met dit mede levend .gemaakt en met Christus opgewekt zijn?
Meestal betrekt men dit bijna uitsluitend op geestelijke levendmaking, op de levendmaking uit de geestelijke dood.
En dat houdt het natuurlijk ook in. Zowel in Ef. 2 als in Kol. 2 staat het levend gemaakt zijn met Christus tegenover het dood zijn door de overtredingen.
In Christus is er voor de Zijnen een opwekking uit de geestelijke dood, waarin de mens door de zonde is gelegen. Door de kracht van Christus' opstanding wordt de zondaar opgewekt tot een nieuw leven. Een leven in geloof en in liefde en in gehoorzaamheid.
Toch is het met Christus levend gemaakt zijn breder dan alleen de opwekking uit de geestelijke dood. Het is het deel hebben aan het volle opstandingsleven van Jezus Christus. Het houdt ten diepste ook in de opstanding uit de lichamelijke dood. Het is met Christus naar ziel en lichaam te zijn opgewekt. De opstanding tot het volle, waarachtige leven in de gemeenschap met God, waar de dood geen heerschappij meer heeft. En aan dat leven ontvangt de gelovige deel.
Daarom voegt de apostel in Efeze 2 aan het met Christus opgewekt zijn ook meteen toe, dat de gelovigen met Hem deel hebben aan Zijn hemelvaart. Ze zijn met Hem mede gezet in de hemel. Intussen zijn zij nog op aarde. Maar in Christus zijn ze reeds in de hemel.
Zij zijn hier nog zondaren en onderworpen aan de macht van de dood. Niettemin hebben zij deel aan Christus' opstandingsleven. Zij zijn één in Hem, één plant met Hem (Rom. 6:5). Geestelijk en lichamelijk zijn ze reeds opgestaan.
In het Grieks gebruikt de apostel werkwoordsvormen, die wijzen op een voldongen feit. Het feit van de mede levendmaking met Christus is geschied, toen Hij opstond in de hof van Jozef.
Paulus ziet een volkomen eenheid tussen Christus en de Zijnen. Christus vormt met de Zijnen één totaliteit. Christus en de Zijnen zijn één. Hun schuld is Zijn schuld. Hun straf Zijn straf. Omgekeerd Zijn opstanding hun opstanding. Zijn leven hun leven.
Wij hebben met dit totaliteitsdenken van de apostel vaak veel moeite. Het is opmerkelijk, dat de geweldige en troostrijke waarheid, die de apostel ons verkondigt omtrent de Paasvorst over het algemeen in ons geestelijke leven slechts weinig of in het geheel geen rol speelt.
Dit komt, geloof ik, voor een deel hierdoor, dat dit totaliteitsdenken de Israëliet beter lag dan ons.
Ons denken is analyserend. Wij zien de delen en trachten door de delen tot het geheel te komen en dat lukt ons vaak niet. We vinden het dikwijls ook niet erg. Wij zijn tevreden als we de delen zien.
We zien dan in het geval, waarover de apostel schrijft, Christus en de gelovige. We letten op Hem, wie Hij is en wat Hij deed. We overdenken ook Zijn opstanding. En naast of tegenover Hem zien we de gelovige. En we zijn bezig met hem en met zijn geloof. Want ook deze twee scheiden wij weer al te gauw en analyseren bovendien het geloof. En we komen niet tot de blijde Paaszekerheid van de apostel.
Het denken van de oude Israëliet was totalitair. Hij zag voor alles de totaliteit en nooit de delen zonder het geheel. Daar voorbeelden van uit het Oude Testament te geven zou me nu te ver voeren.
Maar daardoor was het totaliteitsdenken van de apostel voor de Jood spoediger te verstaan dan door ons.
Wij hebben er door ons analyserend denken moeite mee.
Wij moeten leren meer bijbels te denken.
Het is een rijke waarheid, die de apostel ons hier doorgeeft.
En deze geldt alleen de gelovige. Alleen door het geloof treden we in de gemeenschap met Christus en Zijn opstanding. Door het geloof alleen ontvangen we deel aan het opstandingsleven en de opstandingsheerlijkheid van Christus.
In Ef. 2:8 zegt Paulus, dat we alleen door het geloof behouden worden. En in Kol. 2:12 spreekt hij van een met Christus opgewekt zijn door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt. Het is het geloof, dat de machtswerking van God, die Christus uit de dood wederbracht, zich uitstrekt tot allen, die één zijn met Hem.
Zonder geloof staan we buiten Christus en Zijn leven.
De gelovige wordt geroepen te leven uit het geloof.
Nog komt zijn opstandingsleven hier maar zeer ten dele openbaar. Maar hij mag weten dat het met Christus verborgen is in God (Kol. 3:3). Daar is het veilig bewaard. Eens zal het geopenbaard worden. Namelijk in de paroesie, wanneer Christus verschijnt, die ons leven is. Dan zullen de Zijnen met Hem verschijnen in heerlijkheid (Kol. 3:4).
Dit is een schone troost, dat de komst van Christus zal wezen een openbaring van ons leven (Calvijn).
Thans is het nog verborgen.
Doch in de opstanding van Christus ligt de opstanding van Zijn volk eeuwig vast.

Oosterhoff

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1963

De Wekker | 8 Pagina's

Levend gemaakt met Christus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1963

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken