Bekijk het origineel

Generale Synode (2) (Generale Synode 1968 VIII)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Generale Synode (2) (Generale Synode 1968 VIII)

(voortgezette vergadering)

11 minuten leestijd

Chr. Ref. Church
Na de beslissing over het kiesrecht van de gemeente stelde de praeses een rapport van de commissie „Kerk en kerken" aan de orde met betrekking tot het verzoek van de Chr. Ref. Church tot correspondentie met onze kerken. In de vorige zittingsperiode was dit verzoek reeds aan de orde geweest. Het verzoek als zodanig was toen meegedeeld en toegelicht door ds. B. Nederlof. Hierna heeft de commissie zich op dit verzoek bezonnen. Zij kwam tot de conclusie dat de gronden voor het besluit van de Chr. Ref. Church om „1908" niet langer de status te geven van een bindende leerstellige uitspraak, praktische gronden zijn. In 1962 werd het nog genoemd een bijbelse, evenwichtige, verstandige en irenische behandeling van enkele gecompliceerde leerstellige vraagstukken en als een in die kerken in hoofdzaak onbetwiste bijbelse geloofsverklaring. En, hoewel in de correspondentie van onze deputaten met de Chr. Ref. Church herhaaldelijk hierop was aangedrongen, werd zonder dat motivering voor deze visie werd gegeven, in 1968 besloten de uitspraak van 1908 niet langer de status te doen hebben van een bindende uitspraak. Er is geen principieel besluit gevallen, dat de herroeping van 1908 inhoudt op grond van Schrift en belijdenis. Het onbehagelijke gevoel is gebleven dat men onze bezwaren niet recht aanvoelt.
De commissie wees er verder op dat het bepaalde in art. 51 sub A 5 K.O. het raadplegen van de Free Chr. Ref. Church, waarmee onze kerken in correspondentie staan, noodzakelijk maakt, zij het dat dit kan wachten tot het moment, waarop de synode voor de beslissing staat.
De commissie stelde voor aan de Chr. Ref. Church, onder dankbetuiging voor mededeling van het besluit der synode van 1968 en de afvaardiging van ds. B. Nederlof te berichten dat niet alle bezwaren aan onze kant zijn weggenomen en dat er behoefte aan bestaat haar deze bezwaren alsnog voor te leggen. Overigens werd in het commissierapport opgemerkt dat enkele leden alsmede de adviseur zich afvragen of het zinvol is opnieuw te gaan corresponderen over de aanhangige zaak. Zes broeders voerden over deze zaak het woord: de di J. de Jong, P.N. Ribbers, T. Harder, K.J. Velema, H. v.d. Schaaf en prof. W.H. Velema.
Verschillende van deze broeders meenden dat wanneer gehandeld wordt zoals de commissie voorstelt, met twee maten wordt gemeten. Willen we niet het onderste uit de kan hebben? Waarom deze houding tegenover de Chr. Ref. Church, terwijl we tegenover de Reformed Churches in Australië en Nieuw-Zeeland veel soepeler zijn? Is er in wezen wel zoveel verschil? Hadden deputaten niet eerder zich van de opdracht van de vorige synode moeten kwijten? Klopt dit met hun betuiging in allerlei stukken dat er een vurig verlangen naar eenheid bestaat? Een andere broeder merkte op: als het voorstel van de commissie wordt aangenomen, zullen we pas op de synode van 1974 een definitieve beslissing kunnen nemen. De rapporteur, ds. G. Bilkes en de voorzitter van deputaten, prof. van Genderen, beantwoordden verschillende vragen.
Ds. J. de Jong diende in de tweede ronde een voorstel in van deze strekking: nu besluiten in principe het verzoek van de Chr. Ref. Church in te willigen maar de effectuering van dit besluit uit te stellen tot met de Free Chr. Ref. Church contact (voortgezette vergadering) is opgenomen. Het commissie-voorstel had voorrang. Tegen het voorstel van de commissie „berichten dat niet alle bezwaren zijn weggenomen en de gebleven bezwaren alsnog voorleggen" verklaarden zich 17 afgevaardigden. Het commissievoorstel was daarmee aangenomen en het voorstel-de Jong verworpen. Aan het verzoek van de Chr. Ref. Church tot correspondentie is dus nog niet voldaan.

Berijmde Schriftgedeelten
Hierna werd de bespreking voortgezet over de instructies over berijmde Schriftgedeelten en gezangen, die dinsdagavond was afgebroken.
Nu werden verschillende voorstellen ingediend.
Drs. T. Brienen stelde voor deputaten voor de eredienst opdracht te geven uitvoering te geven aan art. 69 K.O. voor zover dit artikel spreekt over de vaststelling van berijmde Schriftgedeelten.
Ds. T. Harder diende een uitvoeriger voorstel in dat deze strekking had nu uit te spreken dat er geen principiële bezwaren zijn in te brengen tegen het geestelijke lied, dat het echter gezien de praktische situatie in onze kerken prematuur zou zijn nu het geestelijke lied in te voeren en derhalve nu nog niet te voldoen aan het verzoek van de Part. Synode van het Westen.
Prof. W. Kremer gaf als prae-adviseur als zijn mening te kennen dat verschillende afgevaardigden de betekenis van de Psalmen onderschatten. Zij gaan mee op elk niveau van de kerk. Wij als Nieuw- Testamentische gemeente zingen de psalmen opnieuw. Er zit in de psalm een geweldig perspectief. In Christus zijn de heilsfeiten, die in de Psalmen worden aangekondigd, opgeklaard. Hij waarschuwde tegen een aparte Jezus-dienst.
Het commissie-voorstel kwam hierna in stemming.
Het eerste deel van dit voorstel „deputaten te benoemen met de opdracht wegen te zoeken om uitvoering te geen aan art. 69 K.O. voor zover dit artikel spreekt over de vaststelling van berijmde Schriftgedeelten" werd met algemene stemmen aangenomen.
Het tweede deel van dit voorstel „niet in te gaan op het verzoek, gedaan in het tweede deel van de instructie van het Westen (geestelijke liederen voor het gebruik in de eredienst toe te laten en vast te stellen)" werd verworpen met 2 stemmen voor.
Op de volgende synode wordt dus een voorstel ingediend welke berijmde Schriftgedeelten we voortaan zullen zingen, maar het vrije geestelijke lied blijft uit onze eredienst geweerd.

Nieuwe Psalmberijming
Het laatste onderwerp, dat op de tweede synode-dag aan de orde kwam, was dat van de nieuwe psalmberijming. Er was een rapport van deputaten voor onderzoek en overleg inzake de psalmberijming. Daarnaast was er een schrijven van de Interkerkelijke Stichting voor de Psalmberijming (I.S.P.) waarin de Stichting een exemplaar van het psalmboek met de definitieve tekst van de nieuwe berijming. De betrokken deputaten merkten in hun rapport op: „Duidelijk aanwijsbaar is, dat de nieuwe berijming zich nauw heeft aangesloten bij de grondtekst en gebruik maakt van het hedendaags spraakgebruik. Een van de voornaamste veranderingen van de taal in onze tijd, vergeleken bij de taal van de 18e eeuw, is wel een duidelijke merkbare vereenvoudiging en afkeer van alle holle retorica. Liturgisch lijkt ons de nieuwe berijming beter bruikbaar. Oude gewoonten om van het ene vers het eerste deel en van een ander vers het laatste deel te zingen zullen niet meer nodig zijn". Deputaten meenden verder dat de Synode over de nieuwe berijming geen uitspraak behoeft te doen en dat de gemeenten de vrijheid hebben om op eigen wijze met de nieuwe psalmberijming te handelen.
Ds. M. Baan had als deputaat aantekening van zijn mening verzocht. Hij vond de nieuwe berijming liturgisch geen verbetering „omdat deze liturgische vorm het geruisloos aanvaarden van het ritmisch zingen stelt". Het in vrijheid geven van de nieuwe psalmberijming doet vrezen dat dezelfde twisten en onenigheden zich zullen voordoen, als bij het in vrijheid geven van de nieuwe bijbelvertaling.
Commissie III, die deze zaak had voor te bereiden, had de indruk dat deputaten verder zijn gegaan dan hun opdracht strekte, toen ze zich reeds uitlieten over de al of niet-invoering van de nieuwe berijming. De vorige synode heeft uitdrukkelijk uitgesproken dat participatie in de I.S.P. niet impliceert de aanvaarding van de nieuwe psalmberijming.
De commissie overwoog of er, nu naast de berijming van 1773 een nieuwe berijming definitieve vorm heeft gekregen, welke door sommige kerken officieel aanvaard is, zodat er een nieuwe situatie op het gebied van het psalmgezang is ontstaan, geen reden is te onderzoeken of de kerken een uitspraak moeten doen t.a.v. de psalmberijming, die in de kerken gebruikt moet worden. Met een formeel beroep op art. 69 K.O. is het mogelijk om alle psalmberijmingen, die er zijn, te zingen. De commissie was van oordeel dat, om een mogelijke chaos op dit terrein te voorkomen, deze situatie om een oplossing vraagt. De Synode kan nu geen uitspraak doen over het al of niet aanbevelenswaardige van de nieuwe berijming, omdat deze berijming nog slechts enkele maanden oud is, aldus de commissie. „Een overhaast besluit zou hier naar de mening van uw commissie niet passend zijn, temeer waar de mindere vergaderingen nog geen gelegenheid hebben gehad om zich over de definitieve tekst van de berijming uit te spreken".
De commissie stelde dan ook voor een commissie te benoemen met de opdracht „te onderzoeken of de kerken een uitspraak moeten doen t.a.v. de psalmberijming, die gebruikt moet worden en het resultaat van dit onderzoek voor september 1970 ter kennis te brengen van de kerkelijke vergaderingen".
Ook deze zaak kreeg een vrij brede bespreking, die deze avond niet afgerond kon worden. De brs. de Geus, Hilbers, Wubs, J.H. Velema, Tanis, v.d. Schaaf, den Hertog en Bijleveld namen aan de bespreking deel. De eerste drie genoemde broeders wilden de kerkeraden de vrijheid geven de nieuwe psalmberijming in te voeren, indien gewenst. Br. de Geus stelde verschillende vragen aan ds. Baan en m.b.t. het besluit van de vorige synode.
Ds. J.H. Velema noemde het commissievoorstel een mager geval, „een zucht om een zucht". Hij drong er op aan, als we geen gezangen willen zingen, dan toch alle aandacht te geven aan een goede berijming van de psalmen. Verder betreurde hij het dat we in Nederland niet kennen het Amerikaanse systeem: een Psalter, waarin verschillende berijmingen van psalmen naast elkaar staan. Er staan in de berijming van 1773 prachtige verzen, die we niet graag zouden willen missen.
Maar er staan ook verzen in, die men de gemeente niet meer op de lippen kan leggen. Omgekeerd staan er in de nieuwe berijming ook heel goede verzen. We moesten beide kunnen gebruiken.
Ds. Tanis wees verschillende fouten in de nieuwe berijming aan en citeerde daartoe verschillende verzen. Oud. den Hertog wees op de gehechtheid aan de berijming van 1773. Ds. Bijleveld pleitte voor handhaving van de bestaande berijming. De eerste indruk is beslissend. Hem trof bij eerste kennismaking in Ps. 79 het woord schofferen.
Prof. Kremer wees er met nadruk dat in 1965 werd besloten: Participatie aan de I.S.P. impliceert niet aanvaarding van de nieuwe psalmberijming.
Nadat de rapporteur, ds. M.W. Nieuwenhuijze verschillende vragen had beantwoord en gesteld had dat we in deze zaak niet moeten overhaasten, diende ds. H. v.d. Schaaf een voorstel in, dat de bedoeling had deputaten op te dragen de nieuwe psalmberijming op haar betrouwbaarheid en bruikbaarheid te toetsen en de kerkeraden op te wekken deze berijming te beproeven, als zij kennis hadden genomen van het rapport van deputaten.**
De rapporteur van de commissie, ds. Nieuwenhuijze, stelde voor dat de commissie zich met ds. v.d. Schaaf zou beraden op zijn voorstel om te trachten tot een gezamelijk voorstel te komen. Aldus werd besloten, Daarmee werd tevens de tweede synode-dag gesloten. Ds. D. Biesma jr. eindigde met dankgebed.
De volgende morgen — donderdag 9 januari — werd begonnen met het zingen van Ps. 147: 6 en 10, het luisteren naar Jesaja 40: 27—31 en gebed. Er bleken voor deze nieuwe dag nog drie nieuwe secundi te zijn gekomen.
De bespreking over de psalmberijming werd direct voortgezet. De commissie had met ds. van der Schaaf aan een nieuw voorstel „gedokterd". Maar toen het voorstel was voorgelezen door de rapporteur, kwam al spoedig van verschillende kanten de kritiek los. Men vond het voorstel dualistisch omdat men enerzijds de gedachte wilde handhaven in dit voorstel om zich te gaan bezinnen op de vraag of de synode een uitspraak moet doen over de vraag, welke psalmberijming gezongen moet worden en anderzijds de kerkeraden wilde opwekken om de psalmberijming te beproeven. Er werd heel wat over en weer gepraat. Er moest tenslotte een beslissing vallen en die beslissing viel toen een geamendeerd voorstel in 5 onderdelen in stemming werd gegeven.
De synode besloot een commissie te benoemen die vijf opdrachten krijgt:
1. Onderzoeken of de kerken een uitspraak moeten doen t.a.v. de psalmberijming die gebruikt moet worden. Hier waren 12 stemmen tegen.
2. De nieuwe psalmberijming te toetsen op betrouwbaarheid en bruikbaarheid en het resultaat voor 1 september 1970 aan de kerkeraden te doen toekomen. Aangenomen met 7 stemmen tegen.
3. Door de kerkeraden ingezonden opmerkingen in ontvangst te nemen en te beoordelen. 1 stem tegen.
4. Het resultaat van hun arbeid voor 1 januari 1971 aan de kerkeraden te doen toekomen. 1 stem tegen.
5. De mogelijkheden te onderzoeken voor de uitgave van een psalmbundel, waarin meerdere berijmingen van een psalm zijn opgenomen. Vier stemmen tegen.
De praeses noemde dit een belangrijk besluit. De christenen van de eerste eeuw werden herkend aan het feit dat zij een lied zongen. De betekenis van het zingen is bijzonder groot. Hij hoopte dat deze beslissing in de toekomst vrucht zal dragen voor de kerken.

** CORRECTIE EN/OF WIJZIGINGEN (31/01/1969)
In dit synodeverslag dient in het gememoreerde voorstel van ds. H. v.d. Schaaf het laatste gedeelte van de zin te beginnen met „en de kerkeraden op te wekken" geschrapt te worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1969

De Wekker | 8 Pagina's

Generale Synode (2) (Generale Synode 1968 VIII)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1969

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken