Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Indrukken uit Zuid-Afrika (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Indrukken uit Zuid-Afrika (II)

7 minuten leestijd

De bevolking
Er zijn eigenlijk twee Zuid-Afrika's, een blank en een zwart Zuid-Afrika. Dat dit bijzondere problemen met zich meebrengt is zonder meer duidelijk.
Er wonen in Zuid-Afrika ongeveer 3 miljoen blanken, 1½ miljoen kleurlingen en 12 miljoen bantoe's. Onder kleurlingen worden verstaan mensen van gemengd ras en de bantoe's zijn de oorspronkelijke bewoners van Afrika. Dat wil niet zeggen, dat ze allemaal uit Zuid-Afrika komen. Vele bantoe's komen uit noordelijker gedeelten van Afrika. Ze zijn daar vroeger reeds vandaan getrokken of ook vandaan geworven om te werken in de mijnen en fabrieken.
De blanke bevolking is hoofdzakelijk van Nederlandse afkomst. Allerlei Nederlandse namen herinneren daar nog aan. De eerste Nederlandse nederzetting dateert van 1652, toen onder leiding van Jan van Riebeeck de Ned. O. Indische Compagnie zich vestigde aan de Kaap de Goede Hoop. Later hebben voortdurend emigraties uit Nederland naar Zuid-Afrika plaats gehad, vooral in de 18e en de 19e eeuw en ook heel wat Nederlanders zijn naar Zuid-Afrika getrokken vlak voor de eerste wereldoorlog en na de tweede wereldoorlog en de emigratie duurt nog steeds voort.
Naast Nederlandse afkomst zijn er ook heel wat mensen, die van Duitse en van Franse afkomst zijn. Ook daaraan herinneren de namen. Veel Duitsers zijn in de 18e eeuw naar Zuid-Afrika getrokken en eveneens vele Franse Hugenoten. De meesten vestigden zich als boeren. En al deze mensen hebben een nieuw, eigen volk van Zuid-Afrika gevormd met een eigen taal, het Zuid-Afrikaans.
Natuurlijk wonen er ook veel mensen van Engelse afkomst. De Engelsen hebben zich in Zuid-Afrika gevestigd in het begin van de vorige eeuw. In 1806 kwam de Kaap in handen van Engeland en werden pogingen gedaan om Zuid-Afrika geheel te verengelsen. Alles moest engels worden, ook de taal. Dat heeft indertijd grote weerstand bij de boeren in Zuid-Afrika gewekt. Tussen 1834 en 1838 had „de grote Trek" plaats. Er zijn toen vele Zuid-Afrikaanse boeren uit de Kaapprovincie (weggetrokken om aan de engelse overheersing te ontkomen. Ze trokken met hun vrouwen en kinderen, met hun vee en de bezittingen, die ze mee konden nemen naar het Noorden. Hun vervoermiddel was de ossewagen. Het is een zware tocht geworden over hoge bergen en door uitgestrekte wildernissen. En voortdurend moesten bloedige gevechten worden geleverd met de inlandse bevolking. Een deel van de boeren trok naar Natal. Anderen stichtten Oranje Vrijstaat en Transvaal. Maar de Engelsen bleven hen dwars zitten. In 1880 volgde de Vrijheidsoorlog tegen de Engelsen, wat een aanvankelijk succes betekende. Onder president Kruger ging het land toen snel vooruit. In 1899 volgde echter de bekende Boerenoorlog, waarna de boeren hun vrijheid moesten prijsgeven. De vier provincies werden Engels gebied. In 1910 smolten de provincies samen tot de Unie van Zuid-Afrika en werd Zuid-Afrika een engelse „dominion". Pas in 1961 kwam Zuid-Afrika vrij van Engeland en werd de Republiek van Zuid-Afrika gesticht.
De van afkomst Engelse bevolking van Zuid-Afrika leidt een min of meer eigen bestaan. Hun voertaal is engels. In kultureel, godsdienstig en politiek opzicht sluit men zich nauw bij Engeland aan.
In de houding van het Zuid-Afrikaans sprekend gedeelte van de bevolking tot deze van afkomst engelse bevolking speelt de herinnering aan het verleden nog steeds een rol.

De Afrikaanse taal
Deze is onder invloed van allerlei bekende en onbekende faktoren ontstaan uit het Nederlands, dat door Jan van Riebeeck en de zijnen in de 17e eeuw aan de Kaap gesproken werd.
Ik had het genoegen mijn eerste logies te ontvangen in het gezin van prof. dr. H. Venter. Prof. Venter is hoogleraar in de Zuid-Afrikaanse taal en het Nederlands aan de universiteit van Potchefstroom. Al heel spoedig waren wij in allerlei gesprekken over de taal en vooral over het Afrikaans en het Nederlands gewikkeld. Nog nooit heb ik in één dag zoveel aan etymologie gedaan als toen. Ik wou graag weten waar bepaalde Zuid-Afrikaanse woorden vandaan kwamen en hij vroeg mij over de betekenis van sommige Nederlandse woorden. Heel het gezin deed er aan mee. Ook de twee dochters, die nog thuis waren, toonden een grote belangstelling voor de taal. De jongste is pas 8 jaar, maar zei net als haar vader taalgeleerde te willen worden en ik moet zeggen, dat ze van een aanleg daartoe niet geheel ontbloot is. Nederlandse en Afrikaanse woordenboeken kwamen er aan te pas om de vragen, die we zelf niet konden beantwoorden, op te lossen.
Prof. Venter vertelde mij allerlei bijzonderheden over de Afrikaanse taal. Ik had altijd gedacht, dat het Engels invloed op de taal had uitgeoefend, maar mijn gastheer maakte mij duidelijk, dat dit beslist niet het geval is. Het is door de houding van de Afrikaner tegenover de Engelsen ook wel begrijpelijk, dat men Engelse invloed zoveel mogelijk vermeden heeft. Juist in zijn strijd tegen de Engelsen en de Engelse taal heeft de Afrikaner zijn eigen taal zoveel mogelijk bewaard.
Prof. Venter toonde mij aan, dat het Zuid-Afrikaans ontstaan is uit het Oudnederlands. Hij liet mij allerlei verbanden zien met het middeleeuws-Nederlands. Hij deed dat door gedeelten uit de middeleeuwse literatuur uit zijn hoofd te citeren.
Het Afrikaans mag zeker niet worden gezien als een verbastering van het Nederlands. Het Afrikaans en het Nederlands moeten worden gezien als twee zelfstandige ontwikkelingen uit een zelfde bron.
Het is ook opmerkelijk, dat het Duits en het Frans nauwelijks invloed op de taal hebben uitgeoefend. Dat bewijst, dat toen Duitse en Franse emigranten zich vestigden in Zuid-Afrika de Afrikaanse taal eigenlijk al gevormd was. Duitse en Franse immigranten hebben langzamerhand de toen reeds vaststaande taal overgenomen.
Opmerkelijk is ook, dat het Afrikaans geen dialekten kent. Wij in Nederland kennen vele dialekten. Op een afstand van twintig kilometer wordt bij ons soms weer een ander dialekt gesproken. Dat is in Zuid-Afrika niet het geval. Overal spreekt men hetzelfde Afrikaans.
Soms deed mij de taal denken aan het Zeeuws, soms aan het Fries. Er is eveneens verwantschap met het Vlaams in België. Het is een prachtige taal, met een zoet vloeiend accent.
Natuurlijk heeft de taal de eeuwen door invloeden ondergaan. Typisch is de aanwezigheid van enige scheepstermen in de taal. Zo is de keuken een „kombuis" en een deken een „komber", woorden, die in onze taal alleen als scheepstermen bekend zijn. Hier schijnt de invloed van van Riebeeck met zijn scheepsvolk nog aanwezig te zijn. Verder zijn er ook maleisische woorden te onderkennen. Dat moet worden verklaard uit de invloed van de Maleiers, met wie door de handel kontakten werden gelegd. Een maleisisch woord is b.v. het Afrikaanse woord „baie", dat als adjektivum „veel" en als bijwoord „zeer", „erg" betekent. Er waren op het feest in Potchefstroom „baie" mensen en het was „baie" mooi.
Er bestaat ook een uitgebreide Afrikaanse literatuur. In dat verband kan iemand als Totius niet onvermeld blijven. Totius is de latijnse naam van prof. dr. Jacob Daniël du Toit, de vader van de tegenwoordige oud-testamenticus van Potchefstroom prof. S. du Toit.
Du Toit Sr. studeerde aan de Theologische school in Burgersdorp en promoveerde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam in 1903. Hij werd vervolgens predikant te Potchefstroom, waarheen mede op zijn aandringen in 1904 de theologische school is verplaatst. In 1910 werd prof. du Toit aan de theologische school benoemd tot hoogleraar om onderwijs te geven in het O.T. Later heeft hij ook het N.T. gedoceerd.
Prof. du Toit was een zeer begaafd mens. Vele werken heeft hij nagelaten. Hij is vooral als dichter bekend. Hij gaf ook een Afrikaanse berijming van het hele psalmboek, welke berijming in alle kerken van Zuid-Afrika gezongen wordt. Voordien moest men zich bedienen van de Nederlandse psalmberijming. Verder gaf Totius een Afrikaanse vertaling van de hele bijbel, een werk waar men diep respekt voor hebben moet. Totius was een groot man, uitzonderlijk begaafd en geleerd. Hij stierf in 1953 op 76-jarige leeftijd.
In het museum van Potchefstroom is een aparte afdeling ingericht, waar allerlei voorwerpen zijn te zien, zoals de tafel, waaraan hij werkte, de boeken, die hij gebruikte, zijn manuscripten enz., die herinneren aan de vertaalarbeid van prof. du Toit.
Met zijn zoon stond ik aan zijn graf en dan bedenk je, dat je staat bij het graf van iemand, die voor het volk en voor de kerk van Zuid-Afrika van onschatbare betekenis is geweest.

Oosterhoff

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1969

De Wekker | 8 Pagina's

Indrukken uit Zuid-Afrika (II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1969

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken