Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tien keer gereformeerd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tien keer gereformeerd

7 minuten leestijd

Reeds enige maanden ligt het boekje, dat begin april onder deze titel verscheen, op bespreking te wachten.¹) Het bevat een serie artikelen over de Gereformeerde Gezindte, eerder verschenen in het weekblad „De Waarheidsvriend"; tevens is in deze bundel een drietal referaten opgenomen, die gehouden zijn op een door het Hoofdbestuur van de Geref. Bond belegde predikantenconferentie. Het interessante boekje is verschenen onder auspiciën van de Gereformeerde Bond; het is opnieuw een bewijs van de dominerende positie, die de Geref. Bond in de Geref. Gezindte wil of gaat innemen.

Beschamend
De eerste opmerking, die we maken n.a.v. deze kleine paperback, is: het is een beschamende zaak van dit boekje kennis te nemen. Immers de verschillende bijdragen demonstreren het feit dat de Gereformeerde Gezindte uit elkaar ligt in niet minder dan acht verschillende kerken, groepen of denominaties. Weliswaar zijn er tien bijdragen, maar drie bijdragen komen van hervormde auteurs, zij het uit verschillende hoek: dr. W. Aalders, ds. S. Kooistra en ir. J. v.d. Graaf. Acht scribenten uit verschillende kerken zijn hier aan het woord; niemand vindt de verdeeldheid goed, al tilt de een er zwaarder aan dan de ander. De oudgereformeerde ds. van der Poel begint met de opmerking: „De verdeeldheid is bijna zo oud als de zondeval in het Paradijs en gaat door tot het einde der wereld." Wie zo begint - het is inderdaad waar wat hier staat - lijdt niet onder de verscheurdheid van de Gereformeerde Gezindte.
Het is beschamend te lezen hoe iedere scribent zijn kijk geeft naar aanleiding van vier vragen, die aan ieder werden gesteld: hoe beziet u de huidige situatie van de Gereformeerde Gezindte; is de eenheid van de gereformeerde belijders alleen een geestelijke eenheid of moet die ook kerkelijke consequenties hebben; is er gezien de ontwikkelingen in de Hervormde Kerk en de gescheiden kerken reden om de motieven van Afscheiding en Doleantie nog weer eens onder ogen te zien en is er binnen het raam van het gereformeerd belijden ruimte voor een legitieme pluriformiteit?
Sommige auteurs hebben zich strikt aan de vragen gehouden; anderen hebben naar aanleiding van deze vragen hele beschouwingen ten beste gegeven.
Beschamend vind ik dit boekje ook omdat in de meeste bijdragen te weinig de schuldbelijdenis doorklinkt. Velen rechtvaardigen hun eigen kerkelijk standpunt - begrijpelijk. Elk kerklidmaatschap betekent een bepaalde keuze. Lid zijn van twee kerken - zoals dat vandaag door sommigen wordt gepropageerd - wil niemand van deze tien. Maar dat behoeft een schuldbelijdenis niet uit te sluiten - integendeel. Die toon mis ik teveel. Alleen waar de nood van de verdeeldheid nood en schuld wordt voor Gods aangezicht en dan generaal, daar kan onder de zegen des Heren wat gebeuren. De verleiding is groot om op elk van de bijdragen apart in te gaan. Maar dat moeten we achterwege laten. Alleen een korte typering: dr. Aalders geeft het schijnbaar onzakelijkste artikel; ds. Kooistra het meest hervormde; prof. Velema het meest afgescheiden; drs. Vergunst het verwonderlijkste (in het licht van zijn eigen kerkelijke positie en praktijk); prof. Douma het reëelste; ds. Overduin het nuchterste; prof. Veenhof het uitvoerigste; ds. Mallan het kortste; ds. Van der Poel het gemoedelijkste en ir. v.d. Graaf het laatste artikel.

Bevredigend?
Destijds bij het lezen van de artikelen en nu weer bij het overlezen komt de vraag op: is deze hele behandeling van de vragen en het probleem bevredigend?
Geeft dit boekje, dat fijn is samengesteld omdat uit iedere kerk en groep iemand heeft willen meewerken, een aanzet tot oplossing van het probleem, dat in dit boekje op onze tafel wordt gelegd?
Terecht kan een tegenvraag worden gesteld: is het billijk dit van dit boekje te verwachten? Is dat niet een te grote opgave?
De waarheid van deze tegenvraag erken ik ten volle; alleen ik zou dan graag gezien hebben dat verschillende auteurs hun eigen positie wat minder geconsolideerd hadden en wat meer oog voor de ander hadden gehad.
Ik kan verschillende artikelen niet rijmen met de praktijk van de kerk, waartoe een bepaalde scribent behoort. De meeste moeite heb ik met de bijdrage van drs. Vergunst - een op zichzelf genomen uitnemend artikel, dat ik van a tot z onderschrijf. Maar ik vraag wel: broeder, als u dan zo hartelijk meent dat de huidige kerkelijke verdeeldheid schadelijk is voor de delen van de Gereformeerde Gezindte, waarom sluit u zich zo af als kerken en waarom leeft u dan zo geïsoleerd? En ook: als er dan een legitieme pluriformiteit mag bestaan - hartelijk mee eens! - waarom vonden de Gereformeerde Gemeenten het dan nodig een leeruitspraak te geven naast de belijdenis en waarom ademt de kerkelijke praktijk in de Geref. Gemeenten, waaraan u door uw positie mede leiding geeft, zo weinig de geest van uw artikel? Onbevredigend vind ik dat ir. v.d. Graaf het laatste woord heeft en van de gelegenheid gebruik maakt de overige negen artikelen in zijn bijdrage te betrekken. Dat loopt uit op een duidelijke verdediging van het standpunt van de Geref. Bond, gestaafd met citaten van Brakel en Koelman, Ledeboer en ds. Keck.
Ook in dit artikel komt weer aan de orde het verbreken van de eenheid van het Verbond. „Me dunkt dat deze kwestie door de andere scribenten in deze serie, die afstammen van De Cock of Kuyper, uitdrukkelijker aan de orde had moeten komen", aldus de samensteller van dit boekje.
Met hetzelfde recht zouden anderen kunnen zeggen: de scribent uit de Geref. Bond had uitdrukkelijker moeten ingaan op de legitieme plaats, die de vrijzinnigen in de Hervormde Kerk hebben. Of - anders gezegd - op het feit dat - zoals de Chr. Geref. scribent terecht stelt - „het principe van afscheiding confessioneel is vastgelegd". Artikel 28 is voor de gereformeerde belijders buiten de Hervormde Kerk terecht in geding. En daar gaat de Geref. Bonder aan voorbij.
Daarom bevredigt een en ander beslist niet. Het eigenlijke gesprek moet m.i. nog beginnen. De kaarten zijn nauwelijks op tafel gelegd.

Bemoedigend?
Is dit boekje bemoedigend en brengt het ons verder op de weg tot elkaar? Die vraag is niet met ja of neen te beantwoorden.
Enerzijds zeg ik: ja. Verschillende schrijvers spreken onomwonden uit dat we elkaar nodig hebben. M'n broer schrijft: „Geen kerk of theoloog van gereformeerd belijden kan het alleen. We zullen ons moeten aaneenvoegen. Samen bidden, strijden en - als het moet - ook lijden zal het onderling vertrouwen doen toenemen."
Drs. Vergunst geeft hoog op van hartelijke samenwerking op verschillende terreinen. Ds. van der Poel wekt op tot gezamenlijk werken op het terrein van het onderwijs, de stichting en onderhouding van ziekenhuizen, de arbeid van en in de zending. Behalve dat: het is bemoedigend dat zo vele schrijvers zich over de vragen hebben gebogen en hebben willen antwoorden.
Maar er zijn toch ook minder bemoedigende elementen in deze bundel aan te wijzen. Ds. Overduin constateert: in vrede naast elkaar is beter dan in ruzie bij elkaar. Ook maakt hij de juiste opmerking: „Men raakt menigmaal in eigen kerkverband elkaar geestelijk kwijt, terwijl men elkaar geestelijk herkent in andere kerkverbanden."
Inderdaad — dat is de weinig bemoedigende situatie.
Prof. Douma verklaart waarom we de vrijgemaakten niet of nauwelijks zien op interkerkelijke conferenties. Deze afzijdigheid spruit niet voort uit een negativistische instelling, maar juist uit de positieve begeerte om elkaar daar te ontmoeten waar Christus ons hebben wil: samen etend en drinkend van brood en wijn.
Accoord, maar moeten we elkaar daarom juist niet veel beter leren kennen en gaan herkennen? En daarom niet veel meer ontmoeten? Het meest aansprekende artikel schreef m.i. prof. Veenhof. De allesbeheersende voorwaarde voor het tot stand brengen van kerkelijke eenheid is de overwinning van de zelfzucht, met alle uitstralingen daarvan als: zelfhandhaving, machtsbegeren, eerzucht, geldingsdrang enz.
Zijn we zover al?
Het zou bemoedigender geweest zijn wanneer iedere scribent over deze zaak zijn licht had laten schijnen.
Misschien was het dan tot een wezenlijk gesprek gekomen.
Nu worden vriendelijke woorden geschreven, antwoorden vanuit eigen positie gegeven, maar komt de zaak, waar het uiteindelijk om draait, (nog) niet op tafel.
Dat tien keer gereformeerd is een aanklacht. Het moet weer worden: één keer gereformeerd en dan goed gereformeerd!
Overbodig om te zeggen dat we dit boekje met interesse hebben gelezen, dankbaar zijn voor de verschijning, het gaarne ter lezing aanbevelen, maar uiteindelijk op meer hopen in de goede schriftuurlijke weg.

J.H.V.

¹) Tien keer gereformeerd - dr. W. Aalders e.a. Uitgave J.H. Kok B.V., Kampen. Prijs ƒ 8,75.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1973

De Wekker | 8 Pagina's

Tien keer gereformeerd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1973

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken