De tiende ure
En het was omtrent de tiende ure (Joh. 1:40b)
Zijn leven lang is Johannes die dag en dat uur niet meer vergeten! Andreas en hij (nee, de naam van Johannes wordt hier niet genoemd, maar algemeen wordt aangenomen, dat hij het was) waren bij hun meester, Johannes de Doper.
Daar kwam weer die Man aan, die Jezus! Met die Man was er iets bijzonders! Eergisteren had Johannes de Doper veel over die Man gezegd, waar ze eerst niets van begrepen: „Hij staat midden onder ulieden, Dien gij niet kent; Dezelve is het, Die na mij komt, Welke vóór mij geworden is". Tóen was Jezus bij hen, in hun nabijheid, maar zij wisten niet, wie Hij was. Maar gisteren, toen Hij weer kwam, wees Johannes Hem aan: Zie het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt! Deze is het! Deze is de Zoon van God!
En nú, daar zien ze Hem weer! Voor de tweede maal wijst Johannes de Doper Hem aan als de Messias: Zie het Lam Gods! En nú, het slaat in bij twee van zijn discipelen, Andreas en Johannes. Zij kunnen het niet meer houden, zij moeten meer van Hem weten, Hem nader leren kennen. Hij wordt het Lam Gods genoemd. Zou Hij het dan zijn, van Wie Jesaja sprak: Gelijk een lam is Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open? Zou Hij het zijn, van Wie gezegd werd: Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld?
Door Woord en Geest worden zij gewezen op de Messias, op de Zaligmaker van zondaren, en wordt een hartelijke begeerte in hen gewekt om Hem nader te leren kennen. Zo wil de Heere ook ú, lezers, doen wijzen op Hem, Die alléén zaligmaken kan. Wanneer u op de dag des Heeren met de gemeente mag samenkomen onder de bediening van het Woord, komt Jezus Christus in de gedaante van dat Woord tot u. En ook nu mogen Gods knechten op Hem wijzen: Zie, het Lam Gods!
Ziet u Hem ook? U allen wordt steeds weer op Hem gewezen. Maar als u met uw hele hart nog zo bij andere dingen leeft, hetzij wereldse of godsdienstige, dan zult u Hem niet zien, dan zijn uw ogen voor Hem gesloten! Vraag dan toch, of de Heere uw ogen opent!
Ongetwijfeld waren er veel mensen bij Johannes de Doper. Maar onder die allen waren er slechts twee, die deze prediking verstonden, en die dat Lam Gods nódig kregen. Twee mensen, zondaren, die het zélf niet in orde konden maken tussen de heilige en rechtvaardige God en hun ziel; die een Borg nodig hadden.
Bij herhaling worden zij op Hem gewezen. Hij komt langs. Hij wandelt daar. Op onweerstaanbare wijze worden zij naar Hem toegetrokken: „en zij volgden Jezus". Zij gaan achter Hem aan. Zo graag willen zij Hem spreken. Hem hun levensvragen voorleggen, en van Hem de woorden des levens horen. Hun hart gaat naar Hem uit. Niets kan hen er meer van weerhouden. Alle schuchterheid is weggenomen.
Echter, vóórdat zij spreken kunnen, keert Hij Zich om. Hij spreekt eerst! Hij wéét, dat ze Hem volgen, dat het om Hem te doen is, maar tóch lokt Hij ze uit, door te vragen: „Wat zoekt gij?"
Hij maakt het hen gemakkelijk. Hij moedigt ze door deze vraag aan om zich tegenover Hem uit te spreken. Hij vraagt niet wie zij zoeken, maar wat zij zoeken, alsof Hij zeggen wil: Wat verlangt u van Mij?
Nee, zij zochten niet de bevrediging van een natuurlijke weetgierigheid. Maar de prediking van Johannes de Doper had de begeerte naar de Waarheid in hun harten gewekt, en de Geest leidde hen tot Degene, Die hij het Lam Gods genoemd had en de Zoon van God, en Die doopte met de Heilige Geest.
Het is natuurlijk moeilijk voor hen, om alles wat bij hen leeft, zo maar in de drukte van de openbare weg te bespreken. Daarom antwoordden zij met een wedervraag: „Rabbi, waar woont Gij?" Zij willen Hem opzoeken waar Hij tijdelijk Zijn verblijf houdt.
Is zo ook niet het verlangen van hen, die de Heere zoeken, die zo graag Hem willen horen en hun hart willen horen verklaren? Zij willen weten, waar Hij Zijn verblijf houdt. In het ijdele rumoer van de wereld voelen zij zich niet thuis. Ze kunnen soms zo verlangen naar een plaats, waar zij Hem alleen vinden, waar zij tot Hem roepen en spreken kunnen en waar Hij tot hen spreken kan. Dan vragen ze wel, om toch eens voor enkele ogenblikken boven de beslommeringen van het leven uitgetild te worden, om even aan niets en niemand behoeven te denken dan aan Hem. Nu, die plaats wil Hij ook wijzen.
„Komt en ziet", zegt Hij. „Komt en ziet" Een eenvoudig, hartelijk welkom voor Andreas en Johannes, waarin echter reeds een rijke belofte ligt opgesloten. Ook nu maakt Hij het ze weer gemakkelijk. Hij stoot ze niet af, en Hij stelt ook niet uit, maar weer moedigt Hij ze aan, door ze uit te nodigen tot een nader gesprek.
Zou dit ook niet geschreven zijn om schuchtere zielen te bemoedigen? Zulken zijn er wellicht ook onder onze lezers: zij willen zo graag de Heere Jezus nader leren kennen, maar zij missen de vrijmoedigheid om tot Hem te gaan. Hóórt Hem dan toch op zoveel plaatsen in de Schrift u nodigen: Komt en ziet! Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt! Waagt het er dan eens op, evenals Johannes en Andreas om tot Jezus te gaan! Hij is immers de Enige, aan Wie u alles kwijt kunt: de Enige, Die u bemoedigen en vertroosten kan; de Enige, Die u redden en verlossen kan?
De Bijbel vermeldt niet, wat er tussen die twee discipelen en de Heere Jezus precies besproken is. Het zal heel wat geweest zijn, want zij bleven die dag bij Hem. Het was omtrent de tiende ure, dat is bij ons vier uur in de middag, dus tegen zonsondergang. In de natuur werd het al donkerder. Maar in hun zielen ging het volle licht op, dat zij in Jezus de Messias hadden gevonden!
Een onvergetelijk uur was dat! Kunt u het misschien ook heel goed begrijpen, dat dit tijdstip na zoveel jaren Johannes nog zo vast in het geheugen lag? Omdat ook ú nooit van uw leven zult vergeten, het uur, waarin Jezus Zich aan u bekendmaakte? Die tijd, dat u zoveel van Hem mocht leren? En zegt u nu eens: wat was het voornaamste, dat u toen geleerd hebt? Was het niet, dat u zonder Hem niet meer kon leven en dat u Hem altijd en in alles nodig had?
Wanneer u nu gevraagd wordt of u in uw leven ook al eens zo'n tiende ure hebt mogen meemaken, wordt niet gevraagd of u de dag en het uur van uw wedergeboorte kunt noemen. Dat zal wellicht niemand met zekerheid kunnen! Maar wèl mag gevraagd worden, of bij u kenmerken van de wedergeboorte gevonden worden: een droefheid naar God en een haten en vlieden van de zonde. En als er dan wel eens een tijd in uw leven was, dat u in toevluchtnemend geloof Jezus mocht volgen, dan kent u ook zo'n „tiende ure".
Als iemand, die dit leest, nu eerlijk moet zeggen, niet te weten van zo'n tijd in zijn of haar leven: bent u niet vreselijk ongelukkig?! Alles van deze wereld, ook de meest onvergetelijke uren van uw leven, buiten de Heere Jezus, moet u uiteindelijk loslaten; het heeft geen eeuwigheidswaarde. Bent u nooit eens jaloers op dat geluk, dat blijvende geluk, dat Gods kinderen bezitten? Blijf toch vragen of de Heere uw ogen opent, opdat u het Lam Gods ziet, waar Het u steeds gepredikt wordt.
Zij die van zo'n „tiende ure" in hun leven mogen spreken, moeten overigens niet denken, dat zij nu af-bekeerd zijn. Misschien zijn er onder de lezers ook, die er juist mee tobben, dat zij de volle zekerheid niet bezitten, en dat zij niet wandelen in het volle licht. Maar, zegt u nu eens eerlijk; wat u in die „tiende ure" hebt geleerd, bracht u toch een beslissend stapje verder op de levensweg? U zult er toch niet toe komen, om het werk van de Heere te loochenen? Wees dankbaar voor het onderwijs, dat u mocht ontvangen en vraag maar veel of de Heere u doet groeien, opwassen in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus. De discipelen hebben ook niet direct alles begrepen; heel weinig wisten zij nog maar van Zijn borgtochtelijke lijden en sterven, toen zij zelfs al enige jaren met Hem omgegaan waren.
En tóch werd aan hen gemerkt, dat zij Jezus gevonden hadden! Zij kónden er eenvoudig niet van zwijgen; zij moesten ook anderen gaan mededelen, dat zij de Messias gevonden hadden. Zij zouden anderen tot Jezus leiden. Doet u dat ook?
D.J. van Vuuren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1974
De Wekker | 8 Pagina's