Bekijk het origineel

Filippus en de kamerling

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Filippus en de kamerling

5 minuten leestijd

„En Filippus deed zijn mond open, en beginnende van diezelve Schrift, verkondigde hem Jezus." Hand. 8: 35.

In Psalm 87:4 staat „Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met den Moor, deze is aldaar geboren." De Heere gaat dit woord vervullen. De Heere Jezus Christus is ten hemel gevaren en op de Pinksterdag is de Heilige Geest uitgestort. De Heilige Geest brengt tot onderzoek van de Schrift. De Heilige Geest werkt de begeerte tot de zaligheid.

De Heere vergadert Zich door Zijn Geest en Woord een gemeente ten eeuwigen leven.

We komen in het schriftgedeelte, waaruit de tekst genomen is, Filippus tegen. Wie is deze Filippus? Hij behoort tot de zeven eerste diakenen in Jeruzalem. Al spoedig breken er vervolgingen uit van de zijde der joden tegen de christenen. Het gevolg hiervan is dat allen worden verstrooid door de landen van Judea en Samaria, behalve de apostelen. Zo is Filippus in Samaria gekomen. In Samaria mag Filippus prediken en tekenen verrichten.

Dan wordt Filippus van zijn arbeidsveld weggeroepen door een engel des Heeren. Hij moet heengaan, naar de weg die van Jeruzalem afdaalt naar Gaza, welke woest is. Filippus maakt geen tegenwerpingen. Hij zegt niet: Waarom moet ik dit arbeidsterrein verlaten om naar een eenzame weg toe te gaan?

Hier zijn de velden immers wit om te oogsten en daar is bijna niemand? Filippus gaat in gehoorzaamheid aan het bevel van de engel.

Nu komen we in Hand. 8 ook een Moorman tegen. Een kamerling, een machtig heer van Candacé. Hij is opperschatbewaarder van de koningin van Candacé. Wij zouden zeggen: minister van financiën. De Heere heeft door Zijn Heilige Geest gewerkt in het hart van deze man. Zo is deze kamerling de Heere gaan zoeken. Dat dreef deze kamerling naar Jeruzalem.

Hoe is dat met u persoonlijk? Hebt u de armoede buiten de Heere al mogen zien? Als we daar aan ontdekt zijn, kan het niet anders of we gaan de Heere zoeken. Dan gaan we naar de plaatsen waar de Heere te vinden is. Dat betekent o.a. dat we trouw opgaan naar Gods huis. Het is geen best teken als we onze plaats daar onbezet laten.

De kamerling kwam om aan te bidden te Jeruzalem. Waar zou hij dat anders hebben willen doen dan in de tempel? Daar mocht hij niet komen. Hij was immers een heiden en een kamerling, een gesnedene. Teleurgesteld moest hij terugkeren. Hij had in Jeruzalem niet gevonden wat hij had verwacht.

Maar de kamerling houdt aan in zijn zoeken. Hij kan het niet nalaten. Hij onderzoekt de Schrift. Als Filippus hem ontmoet, leest hij een gedeelte van Jesaja. Dat is nu een kenmerk van het nieuwe leven. Het houdt na een eerste teleurstelling niet op met het lezen van het Woord Gods, maar met des te meer ijver wordt het Woord Gods onderzocht. Het houdt aan in het onderzoek van het Woord Gods.

Filippus krijgt een opdracht van de Heilige Geest om zich bij de wagen van de kamerling te voegen. Filippus hoort dat de Moorman een gedeelte van Jesaja leest. Filippus vraagt aan de kamerling: Verstaat gij ook, hetgeen gij leest? Dan geeft de kamerling te kennen dat hij onderwijs nodig heeft. Hij geeft te kennen dat hij niet verstaat hetgeen hij leest.
Dan gaat Filippus hem Jezus verkondigen, beginnende van diezelve Schrift. Met als uitgangspunt het gedeelte dat de kamerling aan het lezen was gaat Filippus Jezus prediken.

Hij zal gesproken hebben van het lijden en sterven van de Heere Jezus Christus. Hij zal gesproken hebben over de opstanding, over de hemelvaart, over de uitstorting van de Heilige Geest. Hij zal gesproken hebben over de mogelijkheid van ontkoming voor de Moorman. Onder de oude bedeling was er al van gesproken. Jes. 56: 3b „En de gesnedene zegge niet: Zie, ik ben een dorre boom".

Rijk onderwijs mocht de kamerling ontvangen. Rijk onderwijs mocht Filippus geven. De Heere had het zo beschikt, dat juist op die eenzame weg, Filippus en de kamerling elkander zouden ontmoeten. Uit de profetie van Jesaja mocht door Filippus de Christus gepredikt worden aan de kamerling.

Er zou rijke vrucht gezien worden op de prediking. De kamerling geeft de begeerte te kennen gedoopt te worden. De toegang was voor hem ontsloten in de Heere Jezus Christus. In Hem zijn alle hinderpalen van schuld en onvolmaaktheid weggenomen. Van Gods volk geldt: Gij zijt in Hem volmaakt. De kamerling wordt gedoopt door Filippus.

Na de doop wordt Filippus door de Geest des Heeren van de kamerling weggenomen. De kamerling zag hem niet meer. Hij reisde zijn weg met blijdschap. Jezus was hem verkondigd en hij was gedoopt.
De Heere heeft door Zijn Woord en Geest rijk willen werken in het leven van de kamerling. Tot op de dag van vandaag wil de Heere nog werken door Zijn Woord en Geest. Jong en oud, lezen en onderzoeken wij het Woord voor onszelf? Zouden we door een predikant of ouderling, die ons een bezoek komt brengen, aangetroffen kunnen worden, het Woord onderzoekende? Of gaan we helemaal op in de dingen van deze wereld, in zondige zaken?

Wees getrouw in het gebruik van de middelen. De Heere is nog Dezelfde en werkt nog op dezelfde wijze als bij de kamerling. De Heere is bij machte de lezing en de prediking van Zijn Woord te zegenen. Laten we het dan in biddend opzien van Hem verwachten.

A. van Heteren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1977

De Wekker | 8 Pagina's

Filippus en de kamerling

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1977

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken