Bekijk het origineel

Geen woning - geen kroning?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Geen woning - geen kroning?

8 minuten leestijd

De slogan van de Amsterdamse krakers geeft me deze keer gelegenheid om een paar opmerkingen te maken rond de gebeurtenissen volgende week als Koningin Juliana afstand doet van de troon en haar dochter Koningin Beatrix als zodanig zal worden ingehuldigd.

Symptoom
Deze zin, die het „doet", is symptomatisch voor de tijd, waarin onze nieuwe Vorstin aan de regering komt.
In tweeërlei opzicht zelfs.
Allereerst blijkt uit deze leus dat de wisseling op de troon plaats vindt onder een bewolkte hemel in een tijd vol zorgen.
Het feit dat 35 jaar na de bevrijding uitgerekend in de hoofdstad van het land het woningprobleem nijpend is en de huizen verdeling veel beroering oproept is typerend voor de wijze waarop we in ons land met elkaar samenleven en hoe er geregeerd wordt.
Bij alle goeds dat er gegeven is en bij alle welvaart, die door velen wordt genoten, blijkt de woningnood voor een deel van de bevolking schrijnend te zijn en dat is een verdrietige zaak.
Maar deze leus is ook symptoom van een mentaliteit, die hoe langer hoe meer doordringt: Beatrix' kroning is afhankelijk van het feit of wij een woning hebben; het gezag wordt erkend als het ons aanstaat en als aan onze wensen is voldaan.
Hier is de erkenning van de regering van een Vorstin bij de gratie Gods natuurlijk ver te zoeken.
Het zijn de krakers in Amsterdam alleen niet, die zo denken.
Er zijn er maar al te velen, die een gezagsdrager of -draagster erkennen zolang hij of zij handelt zoals zij het willen. Of die erkenning is afhankelijk van de eigenschappen en het optreden van de gezagsdrager. Is dat sympathiek en komt dat overeen met het algemeen gevoelen dan heeft men geen moeite met het gezag.
Maar is het anders, treft men een onsympathieke gezagsdrager of vindt men dat zijn optreden het algemeen belang niet dient of niet in overeenstemming is met wat „men" vindt of doet dan wordt de gehoorzaamheid opgezegd en kan de gezagsdrager feitelijk verdwijnen.
Het is duidelijk dat op deze wijze de grondslag van de gezagskring zeer wankel is.
In dat licht gezien is de leus „geen woning - geen kroning" zeer bedenkelijk.

Kroning
Het woord „kroning" is overigens te weids voor het gebeuren dat op 30 april In de Nieuwe Kerk te Amsterdam plaats zal vinden.
Het woord „inhuldiging" past hier beter.
Wie de inhuldiging van onze Koningin vergelijkt met die van de Engelse vorstin, weet het verschil.
In Engeland wordt de Koningin of Koning inderdaag gekroond - plechtig getooid met de attributen van de koninklijke waardigheid nadat alle andere praal- en siertekenen zijn afgelegd.
Op de bekleding met de attributen volgt de presentatie en proclamatie aan de rijksgroten en daarna komt pas de kroning.
Het ceremonieel in Amsterdam is minder omslachtig. Het woord kroning is te groots.
Intussen is het niet niets wat plaats vindt: een Vorstin gaat, doet plechtig afstand; een Vorstin komt en wordt plechtig ingehuldigd, legt de eed af op de grondwet terwijl de volksvertegenwoordigers haar trouw beloven.
Het blijft een uniek gebeuren, dat herinnert aan de goddelijke oorsprong van het gezag.
Daarom mogen we dankbaar zijn dat de komst van een nieuwe Vorstin niet zonder stijl en plechtigheid verloopt. Vorstin en volk worden er aan herinnerd dat de bron van alle gezag bij God Zelf ligt.

Betekenis
De inhuldiging van Koningin Beatrix na de troonafstand van Koningin Juliana maakt ons duidelijk dat de band tussen Nederland en het Oranjehuis bestendigd blijft.
We kunnen daar niet dankbaar voor genoeg zijn, al weten we dat die band geen eeuwigheidswaarde heeft en het uiteindelijke heil van land en volk van die band niet afhangt.
Dat neemt niet weg dat we bijzonder veel prijs stellen op de voortzetting van deze band.
Nederland en Oranje zijn, naar onze vaste overtuiging, niet maar door toevallige omstandigheden aan elkaar verbonden.
Volk en vorstenhuis zijn op elkaar ingesteld.
Oranje heeft zich in de loop der eeuwen op wisselende manieren ingezet voor ons volk en ons volk heeft zich in grote eendracht rond de Oranjetroon geschaard, dankbaar voor wat Oranjevorsten en -vorstinnen voor ons volk hebben gedaan.
De diepste achtergrond van de verbinding Nederland en Oranje is het geloof in die God, die Oranje en Nederland samenbracht in een wonderlijke strijd, die funderend is geweest voor ons volksbestaan en daarom ook voor de verhouding Nederland en Oranje.
Naarmate ons volk dat minder ziet en erkent zal de dankbaarheid voor de bestendiging van deze band ook geringer zijn en meer bepaald worden door menselijke factoren.
Naarmate het Oranjehuis zelf zich dat niet meer herinnert zal het de verantwoordelijkheid ook minder laten bepalen door gehoorzaamheid aan Gods Woord en Wet en meer door menselijke overwegingen.
Reden te over voor allen, die buigen voor de Koning der Koningen, volk en vorstin te herinneren aan deze leiding en zich biddend te scharen rond de nieuwe vorstin.
Als de hervormde synode oproept tot gebed en herinnert aan de oude band tussen het Oranjehuis en deze kerk, dan klinkt dat lichtelijk kerkistisch.

Alle kerken bidden voor Koningin Beatrix en vergeten daarbij Koningin Juliana niet.
Niet omdat ze kerklid is, want al zou ze geen kerklid zijn dan zouden we nog voor haar bidden; maar omdat we geloven dat ze regeert bij Gods gratie en daarom recht heeft op onze voorbede.

We weten zeer wel dat het koningschap niet de enige door God geboden regeringsvorm is. We zouden ook op een andere manier kunnen geregeerd worden. Maar we zijn, gegeven Gods leiding in de geschiedenis van land en volk èn vorstenhuis wel zeer dankbaar dat wij in ons kleine land deze regeringsvorm kennen zoals die nu reeds jarenlang heeft gefunctioneerd.

Het zou een grote ramp voor ons zeer verdeelde volk zijn als we het Oranjehuis niet hadden. We zouden ons volksbestaan ondermijnen en in onderlinge twisten tegenover elkaar staan. Oranje is het symbool van eenheid.

God zegene Koningin Juliana in Zijn gunst; dankbaar zijn we voor haar regering sinds 6 september 1948. Niets menselijks was haar vreemd. De zorgen zijn-haar en haar gezin in deze jaren niet voorbijgegaan. We hebben met haar meegeleefd en voor haar gebeden. We bidden ook voor onze nieuwe Vorstin. Gods zegen begeleide haar en haar gezin. De band tussen volk en vorstin moge onder haar regering niet verslappen, maar bestendigd blijven jarenlang.

„De dag van onze kroning"
Intussen mogen we niet verhelen dat er diepe schaduwen vallen over 30 april - schaduwen reeds aangeduid in de zin „geen woning, geen kroning".

Er is meer aan de orde: we denken aan het verlaten van Gods wegen, de toenemende wetteloosheid en de revolutionaire krachten die in ons volksleven werken.
Er is overeenkomst tussen Hosea's tijd en onze tijd. (Lees eens Hosea 7)​
Toen werd de feestdag van de koning gebruikt voor intriges en kuiperijen. Een koninklijke feestdag was bij uitstek de dag die boze lieden afwachten om hun slag te slaan. Zij weten hun tijd te beiden. Als het in hun ogen welgelegen uur is gekomen slaan zij hun slag en proberen een grote ommekeer tot stand te brengen. Zo wordt een dag van blijdschap en belofte een dag van zorg en zonde. Al slaapt de bakker de ganse nacht de oven brandt 's morgens toch wel als een vlammend vuur, want de bakker is pas gaan slapen nadat hij de oven behoorlijk verhit heeft.

Hosea waarschuwt ons, vertrouw niet op een feest vierende massa rond de troon en niet op een blijde vorstin op de troon.
Heb open oor en oog voor de gevaren, die dreigen en die sluimeren onder de oppervlakte van een blij vaderland.
Om te onthouden op 30 april!

Daarom mag de dag van onze Koningin wel een dag worden van bezinning en bede. Een dag die een keerpunt mag zijn voor vorstin en vaderland. Hosea weet er van dat God straffende hand over een volk kan gaan als van dat volk moet gelden: Doch zij hebben zich niet bekeerd tot de Here, hun God en hebben Hem trots dit alles niet gezocht" (vs. 10). Trots dit alles - trots alle waarschuwingen en trots alle zegeningen!

In perspectief
Een christen is burger van het Koninkrijk der hemelen en dat burgerschap is meer dan het Nederlandse staatsburgerschap.
Daarom weet een christen, behoort een christen althans te weten dat er een nauw verband is tussen kroning en woning.

In Amsterdam willen de krakers beginnen bij de woning en dan misschien nog eens denken aan de kroning.
Maar een gelovige die de Bijbel kent weet: Christus is Koning. En Hij werd op de Hemelvaartsmorgen - 30 april valt tussen Pasen en Hemelvaartsdag - gekroond.
Maar daarom is de woning voor al de Zijnen gewaarborgd. In het huis van Zijn Vader zijn vele woningen, die Hij bereid heeft voor wie onder Zijn heerschappij hebben leren buigen.

Daarom is de intronisatie van Koning Jezus meer dan welke inhuldiging ook. Dat werpt alleen licht over de inhuldiging van Koningin Beatrix - ze is maar betrekkelijk in het licht van Zijn kroning.

En Zijn kroning heeft machtige effect voor land en volk, voor vorstin en onderdaan, die in het licht van dat Koninkrijk leven, en als vorstin en onderdaan buigen onder Zijn heerschappij. Het is de praktische uitvoering van die bijbelse regel in het Wilhelmus - Op U zo wil ik bouwen, verlaat mij nimmermeer.

J.H.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1980

De Wekker | 12 Pagina's

Geen woning - geen kroning?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1980

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken