Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wet en evangelie (9, slot)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wet en evangelie (9, slot)

5 minuten leestijd

De wet in het derde deel van de catechismus
In dit laatste artikel willen we nog iets schrijven over de plaats van de wet in de prediking van het Evangelie. Nu niet de wet zoals die in het eerste stuk van de catechismus ter sprake komt. Het gaat nu over de wet, zoals we die uitvoerig in het derde deel van de catechismus behandeld vinden. Wie het Evangelie voluit wil prediken, moet ook onder dit gezichtspunt over de wet preken. Er is meermalen op gewezen dat de wet in het derde deel van de catechismus zelfs uitvoeriger aan de orde komt dan in het eerste deel. We zullen niet kwantitatief te werk gaan. De omvang van de plaats van de wet in de prediking zullen we niet mogen afmeten aan de uitvoerigheid waarmee er over in de catechismus gehandeld wordt. Toch zegt het wel iets dat in het eerste deel de samenvatting besproken wordt, en in het derde deel de decaloog.

Enkele praktische aanwijzingen
Hoe moeten predikanten de wet in de prediking ter sprake brengen. Hoe ver moeten of mogen ze gaan in de concretisering van de wet.
Graag wil ik enkele overwegingen opschrijven die voor de prediking van de wet in de gemeente van Christus van belang zijn.
In de eerste plaats: De behandeling van de wet moet altijd plaats vinden in een evangelische setting. Het is nooit een wet die als juk opgelegd wordt, alsof van de volbrenging van de wet de zaligheid afhankelijk zou zijn. Christus heeft voor ons de wet volbracht. Wij hebben uit dankbaarheid voor de geschonken verlossing de wet te gehoorzamen. Men denke aan het opschrift: De HERE openbaart Zich eerst als de God der verlossing. Zo geeft Hij aan Israël de wet. De wetsprediking mag geen wettisch juk op de gemeente leggen.

Geen casuïstiek op de preekstoel
Vervolgens zal een predikant op de kansel niet aan casuïstiek mogen doen. Dat wil zeggen: Hij moet zich niet in allerlei details begeven. Hij moet niet allerlei gevallen schetsen, en dan de prediking gebruiken om daarop een positief of negatief antwoord te geven. Het goed recht van een dergelijke handelwijze behoeft niet bij voorbaat in twijfel te Worden getrokken. Doch dan is het een zaak van pastoraal beraad, van advies in gesprek onder vier of meer ogen. De preekstoel is niet de plaats waar allerlei gevallen behandeld kunnen worden.
De prediking heeft algemene lijnen te trekken. Men kan het ook zo zeggen: De prediking heeft de bouwstenen aan te reiken waar de gemeenteleden zelf mee verder kunnen. De toepassing moet door hen zelf (én door de Heilige Geest) gemaakt worden.
Natuurlijk moet het wel tot concretisering komen. Doch deze concretiseringen zijn nooit uitputtend. Ze zijn nooit af. Er blijven altijd andere situaties en voorbeelden denkbaar. De concretiseringen zijn illustraties. Het laat zich denken dat bepaalde gemeenteleden met nog weer andere vragen en problemen zitten. De predikant kan niet op alles ingaan.
Deze opmerking betekent allerminst dat een predikant zich in algemeenheden moet verliezen. De prediking moet op concrete zaken ingaan. Zij mag niet enkel daaruit bestaan, alsof de prediking alleen het ethos had te behandelen. Op zijn tijd moeten onderwerpen als leven en dood (met de ethische aspecten van deze vragen), gezagsoefening en -handhaving, onderwerping aan gezag, vrede en oorlog, aan de orde komen. Met name de catechismusprediking noopt tot het ingaan op deze vragen. Ook nu stel ik: men behoeft die vragen niet te bespreken, als was men bezig het programma voor een politieke partij op te stellen. Dat mag zelfs niet. Doch fundamentele gegevens uit de Bijbel moeten aan de orde komen. Daartoe noopt de Schrift zelf. Daarop heeft de gemeente recht. Overigens is het niet zo, dat de gemeente de predikant tot een bepaalde tekstkeuze of probleembehandeling kan dwingen. De predikant zou echter wel onverstandig zijn, om voorbij te gaan aan de vragen van gemeenteleden

Het gemeentelid zelf moet beslissen
Als dit gebeurt mag de predikant echter nooit het gemeentelid de beslissing uit handen nemen. Daarom acht ik een stemadvies vanaf de preekstoel bij verkiezingen in ons land onjuist. De lezer zal begrijpen dat ik het niet onjuist vind dat bij verkiezingen over de actuele situatie in de prediking gesproken wordt. Het is echter aan het gemeentelid zelf om wat de predikant aan bijbelse gegevens naar voren brengt, zelf de conclusie en consequenties te trekken! In een gesprek met een gemeentelid (leden) kan de predikant - daartoe uitgenodigd - verder gaan dan op de preekstoel. Hij moet er zich voor wachten zijn eigen partijkeus tot de enig mogelijk evangelische te maken.
Bovendien blijkt juist bij ethische kwesties verschil van inzicht mogelijk. Dat verschil treffen we reeds aan in de nieuw-testamentische gemeenten. De apostelen vermanen dan ook steeds met elkaar over zulke dingen contact te houden en elkaar te aanvaarden. Er zijn ook bij ethische beslissingen grenzen. Wie zich daar buiten begeeft, verwijdert zich te ver van het Evangelie. Hij gaat er zelfs tegenin.
Deze redenering is niet bedoeld om alles in het vage te laten. Men moet echter oog hebben voor eenheid in uitgangspunt en beginsel, en voor de mogelijkheid van verscheidenheid in uitwerking. Het gaat hier om de toepassing, de concretisering van de geboden in onze tijd. Dat is nog wat anders dan dat het gaat om het fundament van de zaligheid. Zeker, de vrucht kan niet zonder de wortel. En de wortel is er voor de vrucht! Doch er is verschil tussen beide. Het is soms een lange weg van de een naar de ander! Daarvoor dient de prediking oog te hebben.

Het missionaire aspect van een geheiligd leven
Tenslotte moeten we bedenken, dat het nieuwe, geheiligde leven van de eerste christenen een missionair aspect had. Er ging iets van hen uit. Dat is Gods bedoeling met de gemeente. Dan straalt ook de heerlijkheid van de wet uit in de wereld rondom ons heen. De wet is een zegen. We hebben het Evangelie nodig om dat te verstaan. Wie het Evangelie recht predikt, komt ook aan de zegen van de wet toe.

W.H. Velema

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1980

De Wekker | 8 Pagina's

Wet en evangelie (9, slot)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1980

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken