Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hebben de belijdenisgeschriften schuld?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hebben de belijdenisgeschriften schuld?

9 minuten leestijd

In het begin van dit jaar is in deze rubriek de vraag gesteld in een serie artikelen: Nog belijdenisgeschriften? Naar aanleiding van deze artikelen ontving ik eind februari een sympathieke, goed doordachte brief van een ambtsdrager uit een onzer kerken, die een wat andere visie op de belijdenisgeschriften ontwikkelt dan ondergetekende deed en onder ons te doen gebruikelijk is.

Te zwaar belast?
Het bezwaar van deze broeder, die geen inhoudelijke bezwaren heeft tegen de belijdenisgeschriften, is het feit dat „men aan de belijdenisgeschriften vaak dezelfde kracht toekent als aan het Woord van God, zodat zij scheiding zouden maken tussen licht en duisternis, tussen kinderen van God en kinderen der duisternis, maar dat is natuurlijk niet zo. De Belijdenisgeschriften (correspondent schrijft dit woord met een hoofdletter; om het onderscheid tussen Bijbel en belijdenis te doen uitkomen werd het in die artikelen en wordt het in deze rubriek altijd met een kleine letter geschreven) maken wel scheiding, maar dan vaak tussen broeders en zusters. Jezus Christus maakt ook scheiding doch op een geheel andere wijze, namelijk tussen hen die Hem aannemen en hen die Hem verwerpen".
„U schrijft dat de Belijdenis beslist niet wil functioneren als gezaghebbende bron naast de Schrift maar tengevolge van de plaats die de kerk haar heeft toegekend doet ze het wel. De Belijdenis heeft een ander effect dan de inhoud beoogt, zelfs anders dan de kerk heeft gewild". In het slot van de lange brief staat ook nog: „Belijdenissen zullen er zijn, zolang er gelovigen zijn, en dat is goed. Maar zodra we elkaar aan de letter gaan binden, raken we de Geest kwijt".
En nog een ander citaat: „Mijns inziens zit de fout in de zwaarte die men aan deze geschriften geeft en aan de bindende kracht ervan. Iemand moest eens proberen een wijziging ten goede aan te brengen, in overeenstemming met Gods Woord, het zal hem niet gelukken. Men zal hem tot ketter verklaren alleen al om het feit dat hij zou voorstellen iets te veranderen. In de Bijbel kunnen nog woorden worden veranderd, anders worden vertaald, maar in Belijdenisgeschriften niet. En dat niet alleen om de zorg voor de waarheid, ze zijn in de greep van de traditie".
De voornaamste argumenten van deze broeder heb ik meen ik weergegeven.
Nu maakt m'n correspondent zijn mening duidelijk door concreet enkele zaken aan de orde te stellen - zaken, die niet alleen zijn eigen visie verduidelijken, maar die ook te beter gelegenheid geven om op zijn bezwaren in te gaan.

Voorbeelden
In deze brief wordt erg duidelijk gemaakt wat de schrijver bedoelt.
„Ik geloof dat ik nooit die (bijna tientallen) jarenlange worsteling had behoeven door te maken ten aanzien van mijn heilszekerheid, als het stuk van de uitverkiezing niet zo zwaar was benadrukt in de 5 artikelen en in de preek en op de catechisatie, de worsteling van het niet buiten Christus kunnen leven, het verlangen naar Zijn genade als Hij sprak: Zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Wie zegt dat het voor mij was? Het gold immers alleen de uitverkorenen? Ja, maar je bent gedoopt. God heeft beloofd dat Hij jouw God wil zijn. Wordt dan ieder die gedoopt is behouden? Neen, alleen degenen die het evangelie in een waar geloof aannemen. Kan ik echt willen, kan ik echt geloven, kan ik echt aannemen als ik niet uitverkoren ben? De vicieuse cirkel. De Bijbel spreekt ook van een uitverkiezing, maar nooit op een zodanige wijze, dat men er wanhopig onder wordt. Als de Bijbel rust gaf aan de ene kant stond er aan de andere kant als het ware de dreiging van de Dordtse Leerregels. Ik betwijfel of dit zo de bedoeling van de opstellers is geweest, maar het werkt wel als zodanig. En wat te denken van de praktijk binnen de verschillende soorten Geref. Gemeenten? Zou dit ook zo zijn als de Belijdenisgeschriften er niet waren geweest?"
In dit verband nog een ander voorbeeld uit vr. 2 H.C. Het antwoord op de vraag luidt: Ten eerste hoe groot mijn zonde en ellende zijn.
„In gesprekken met broeders en zusters uit de verschillende Geref. Gemeenten en ook wel uit onze kerken, kan men ontdekken welke zwaarte wordt gegeven aan de woorden „hoe groot". Velen worden achtervolgd door de vraag: wel groot genoeg? Het verhindert hen zelfs de dood des Heren te verkondigen met brood en wijn". M'n correspondent, die het kerkelijke leven kent, noemt nog meerdere voorbeelden bv. m.b.t. art. 28 en 29 NGB over de kerk „wat is er met deze artikelen in de hand niet een strijd gestreden".
Hierbij laat ik het.
Met deze brief ben ik blij. Ze geeft gelegenheid op enkele punten breder in te gaan. Vooral hierom ben ik blij met deze brief omdat deze praktische voorbeelden velen zullen aanspreken en zaken aansnijden, die in het pastoraat in vele gemeenten actueel blijkten te zijn.

Verwijt terecht?
Juist het voorbeeld van de uitverkiezing maakt duidelijk hoeveel misverstand er is op dit punt; ook hoeveel verkeerde leiding gegeven is (wordt?). Immers als concreet Bijbel en Dordtste Leerregels tegenover elkaar worden gesteld - de troost van de Bijbel en de dreiging van dit jongste belijdenisgeschrift - dan is hier sprake van een afschuwelijk misverstand, dat zo spoedig mogelijk de wereld en de kerk uit moet.
Ik ben blij dat deze broeder zelf al suggereert dat dit niet de bedoeling van de opstellers is geweest, waarvan dankbaar acte.
Maar als we de Dordtse Leerregels nu eens niet met een beslagen bril lezen, maar eerlijk en objectief, niet vanuit een bepaald vooroordeel, maar zo onbevangen mogelijk dat wordt de uitverkiezing in dit belijdenisgeschrift behandeld „tot een levendige troost Zijns volks", zoals in de Dordtse Leerregels zelf wordt gezegd. Het is erg jammer dat de Dordtse Leerregels deze slechte naam hebben gekregen. Beslist ten onrechte. Wie dit geschrift eens rustig gaat lezen wordt getroffen door de uiterst pastorale toon, die hier klinkt. Er is geen belijdenisgeschrift dat zo bevindelijk in de goede zin van het woord is als de Dordtse Leerregels. Is de spits van dit belijdenisgeschrift inderdaad dreigend? Ik kan het nergens vinden. Reeds in \2 wordt centraal gesproken over de openbaring van Gods liefde. En in de volgende paragraaf wordt gesproken over de prediking. „En opdat de mensen tot het geloof worden gebracht, zendt God goedertierenlijk verkondigers van deze zeer blijde boodschap tot wie Hij wil en wanneer Hij wil". Is dat dreigend?
Er zouden nog veel meer sprekende, troostvolle passages kunnen worden geciteerd, waaruit voor mij onomstotelijk blijkt dat dit geschrift niet is opgesteld om de mensen bang te maken. Evenmin is er sprake van dreigende taal. Ik moge verwijzen naar het artikel van vorige week. Als over de verwerping wordt gesproken dan nog niet om te dreigen, maar om de juiste leiding te geven.
Ja maar, kan men tegenwerpen - er wordt dan toch maar over verkiezing en verwerping gesproken! Waarom moet dat? Of zoals m'n correspondent zegt: de Bijbel spreekt ook van een uitverkiezing, maar nooit op zodanige wijze dat men er wanhopig onder wordt.
Hij spijt me maar zo spreekt de belijdenis van Dordrecht ook niet over de uitverkiezing. Mag deze tegenstelling gemaakt worden? Wat bv. te denken van de tekst, die - op de klank af geciteerd, gehoord en gelezen - in de praktijk mensen wel wanhopig heeft gemaakt: Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. Of: onze God is een verterend vuur.
Helaas zijn mensen door deze teksten in het verleden - en in het heden - wel wanhopig geworden.
Daarom aanvaard ik niet de gemaakte tegenstelling tussen Bijbel en belijdenis.

Goed verstaan
Neen, de fout zit niet in de belijdenisgeschriften alsof daardoor zoveel geestelijke verwarring moest ontstaan.
De fout zit in het verstaan van Gods waarheid zoals die in de Bijbel wordt opengebaard en in de belijdenis tot uitdrukking wordt gebracht als samenvatting. Onder invloed van allerlei historische, psychologische en dogmatische factoren is er inderdaad geweest een vervorming van de zuivere leer en die is er nog. We willen het in de komende maanden signaleren. Maar daar moet men de belijdenisgeschriften niet de schuld van geven. Trouwens dan moesten allen, die belijdenisgeschriften handhaven, tot zulk een vervorming komen. En dat is ook niet waar. Alles komt aan op het juiste, schriftuurlijke geestelijke verstaan van Gods Waarheid. De belijdenisgeschriften zijn ontstaan met de begeerte niet om dat verstaan van de waarheid te beheersen, te systematiseren, maar om het in zuivere banen te leiden als hulpmiddel om de boodschap van Gods Woord te beter te begrijpen, te verstaan, te beleven.
Neem de Dordtse Leerregels - ze zijn ontstaan niet om zo nodig de mensen te verschrikken, maar om de oer-reformatorische, de oerschriftuurlijke leer van het „sola gratia" - alleen uit genade - te handhaven toen de mens met zijn inzicht en zijn mogelijkheden in het middelpunt werd geplaatst.

Geen binding?
Maar die binding is verkeerd zegt m'n broeder. Als die binding zou fungeren als een strak corset - ja daar is binding verkeerd. Maar de binding aan de belijdenis - uitvloeisel van het buigen onder het gezag van de Heilige Schrift - is er om de grenzen aan te geven waarbinnen nog heel veel ruimte is.
Tenslotte vraagt onze broeder: als de binding aan de belijdenis dan zo belangrijk is, waarom heeft God ons er dan niet één gegeven, een volmaakte?

Hierop zou ik willen antwoorden: er zijn zoveel dingen in het leven waarin we Gods wil veel duidelijker zouden willen kennen. De Here heeft ons in Zijn Woord de grondlijnen gegeven en behandelt ons als mondige, verantwoordelijke mensen. En de aanzetten tot belijdenisvorming zijn in de Bijbel aan te wijzen.
Tenslotte - dank voor deze prettige reactie, die me bij een ander punt in de volgende weken ook nog zal bezighouden​.

J.H.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1980

De Wekker | 8 Pagina's

Hebben de belijdenisgeschriften schuld?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1980

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken