Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De bron van vreugde (6)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De bron van vreugde (6)

8 minuten leestijd

Droefheid die tot vreugde leidt
We eindigden ons vorig artikel met een vraag. Voor het geloofsleven een belangrijke vraag. Maar het is een vraag waarop het antwoord niet zo moeilijk is. Tenminste als we louter theoretisch concluderen!
Als we een beetje in de Bijbel thuis zijn en de catechisatielessen niet helemaal vergeten, dan weten we dat het God om het behoud van de zondaar te doen is.
Vraag je dan waar de oorzaak ligt, dat er zo weinig in het persoonlijk geloofsleven spontane vreugde beleefd wordt en de gezamenlijke „vieringen" als we elkaar ontmoeten in Gods huis om Hem dank en lof toe te brengen vaak zo sfeerloos mat zijn, dan weten we dat het niet aan de Here onze God ligt!
Hij die zondaars vergeeft en schuldigen begenadigt, die van zwervers op de wegen naar het verderf bruiloftsgasten maakt, ze roepend tot de bruiloft van het Lam, wil ons verblijden met Zijn heil!
Om de juiste oorzaak van het gemis aan geestelijke en diep blijde vreugde in ons leven met en voor de Here te onderkennen, moeten we ook hier trachten goed te onderscheiden.
Het is wel mogelijk om het idealistisch te stellen, maar het is niet waar, niet levensecht dat de gelovigen, zij die de Here van harte vrezen altijd met een blij gezang van dankbaarheid en een lach van vreugde door het leven gaan!
Daar zijn de vijanden van binnen en van buiten te sterk voor en de listen van satan, de grote tegenstander te geslepen.
Als de Koning van Zijn kerk en de kenner van de harten der zijnen ons leert bidden: Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze - dan kunnen we er zeker van zijn dat het een strijd blijft om in te gaan ten leven. En wie dan leert erkennen: dewijl wij van onszelf alzo zwak zijn, dat wij niet één ogenblik zouden kunnen staande blijven, en daartoe onze doodsvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees, niet ophouden ons aan te vechten, die zal ook bidden: zo wil ons toch staande houden! Die vraagt gedurig om de kracht van de Heilige Geest om in de strijd niet onder te liggen, zodat de vijand schijnbaar triumfeert en er alleen maar klacht en tranen, pijn en moeite zijn. Die wil sterke tegenstand bieden - strijden in de kracht van zijn Koning die de overwinning al heeft behaald, - totdat we eindelijk ten eenenmale de overhand behouden (Catech. Zond. 52/127).
En wanneer die strijd, die een levensstrijd is, nog aan de gang is en we ons steeds wapenen moeten om de verraderlijke aanvallen van de vijand te weerstaan, is er dikwijls (en laten we direkt stellen: jammer genoeg!) meer twijfel en vrees dan strijdersmoed en overwinningszekerheid!
Want daar mag het geloof toch uit leven, daar zou het toch altijd vanuit moeten en mogen gaan: Jezus heeft de strijd volstreden. Niet ik, maar Hij is de overwinnaar en Hij geeft Zijn volk de zege!
De Here laat de Zijnen niet eindeloos in het verdriet en Hij is niet ver, niet onbereikbaar ver van elk die Hem aanroept!
En al weten we dat heel goed en geloven we dat ook van harte, toch wordt de groei en de bloei van het geloof geremd. Maar dan door het onkruid dat nog op de akker van ons hart groeit en het goede zaad kan dreigen te verstikken.
De weg naar de verlossende en blijde vreugde van Gods heil begint altijd in de diepte van onze zonde en schuld.
Dat is de vernederende en beschamende waarheid en er blijven in het leven van Gods kinderen) herinneringen genoeg over die hen ootmoedig houden en hun afkomst niet doen vergeten.
De uit God geborenen, zij wier hart de Heilige Geest opent en waarin het geestelijk leven geboren wordt, komen niet zingend en juichend ter wereld!
Als Gods Geest onze oren en ons hart doorboort zodat Zijn Woord niet maar een traditionele waarheid blijft maar een persoonlijk aan mij geadresseerde boodschap wordt en de vraag gaat leven: hoe word ik met God verzoend? - dan is er geen vreugde maar droefheid!
En als de Heilige Geest het licht van Gods Woord bij ons naar binnen laat vallen, nu Hij de toegang tot die benauwde bunkerwoning geopend heeft, dan is daar binnen echt niet zoveel dat ons vreugde geeft!
Maar de beloften van God dan?
Van Gods kant liggen er toch betekend en verzegeld in ons leven, van jongs af aan Zijn genadige trouwbeloften in het reinigend bloed van Jezus Christus?
Dat is de overweldigende rijkdom van onze God, maar je leert het wel als diep beschamend ervaren, dat God die beloften aan de poort van ons jonge leven deed leggen omdat het waar is, levende werkelijkheid die ons mag doen vrezen, dat we kinderen van de toorn zijn en daarom het rijk van God niet kunnen binnen gaan, tenzij wij van nieuws geboren worden!
Nu ligt het niet in het kader van deze artikelen om na te gaan hoe de Geest werkt in de opgroei en voortgaande ontdekking in het geestelijk leven.
Hoe en waar en op welke manier die zaken werkelijkheid in ons persoonlijk leven werden, waar Hij ons vond en riep en hoe Hij ons geleid heeft - de Geest houdt zo véél levensgangen en gebruikt zo veel levensomstandigheden, dat ieder die er op terug mag zien, het geheel eigene in zijn levensleidingen alleen maar bewonderen kan en als Gods liefdevolle wijsheid erkennend, danken kan.
Maar waar die scheiding tussen de Here en ons, waar die schuld, dat persoonlijk zondaar zijn voor God, de diepe en eerlijke zelfbeschuldiging met de Here onder vier ogen, uit God is, daar werkt ze een droefheid naar God uit!
Daar wordt een vragend verlangen en een biddend zoeken naar de Here geboren, een levend gebed: wees mij zondaar genadig!
Die droefheid immers doet zich niet van de Here afkeren. Die zegt niet: die waarheid is hard, wie kan ze horen, spreek ons aangenamer dingen! Het is die droefheid, die door Gods Pinkstergeest gewerkte pijn van een doorstoken hart, die naar de Here doet vragen, naar Hem gaat om raad: Wat moeten wij doen, mannenbroeders? (Hand. 2.)
Het is kenmerkend voor het wederbarend werk van de Heilige Geest - en hoe zou het anders kunnen daar God de bron van vreugde is voor begenadigde zondaren - dat het droefheid brengt, omdat God ons vreugde wil bereiden!
Hij opent ons hart en richt ons vragend luisteren op Zijn stem. Zijn Woord. Daar waar de heenkeer tot de Here oprecht is, de bekering echt, daar kenmerkt ze zich in het feit dat ik mijn eigenwijsheid leer (begin!) verliezen en Hij door Zijn Woord het in mijn leven voor het zeggen krijgt.
Daar ligt dan ook het verschil tussen het door Gods Geest gewerkte leven dat droefheid voor God en om God leert kennen in de schuldigheid van ons bestaan, en het door de duivel ons opengelegde kwaad dat ons op wegen voert die uitzichtloos zijn.
Immers ook de geest van de grote tegenstander, die alleen maar lachen kan als ons verderf zou komen, ontdekt aan onvolkomenheden en slechte eigenschappen in ons leven. Maar hij heeft het op onze ondergang gemunt!
Als de duivel ons de schuld gaat voorhouden en zeggen hoe slecht en onbetekenend en nietsnut wij zijn, is dat om ons geestelijk stuk te maken en tot wanhoop (en wanhoopsdaden zo God het niet verhoedt) te brengen.
Het kenmerkende van het werk van de Heilige Geest die droefheid werkt over de zonde is dat Hij ons niet doet wanhopen, maar hopen leert. Hopen niet op verbetering in eigen kracht en wat wij er mogelijk toch nog van maken kunnen! Hij leert ons hopen op Hem die goddelozen rechtvaardigt en zondaren genade bewijst en ons leven vernieuwt door Zijn onwederstandelijke Geest!
Dwars door die donkere wolken van droefheid en schuldgevoelens, van gemis en tijden van vrees heen, laat de Here het lokkende licht van Zijn evangelie en de waarachtigheid van Zijn beloften vallen. Er gaan momenten, uren, tijden van vreugde gevende verwachting open als we iets gaan horen en zien van wat de Here God in Zijn oneindige genade wil zijn en is in Jezus Christus de volkomen Zaligmaker.
Het kunnen uren zijn waarop zijn hart zingt en zijn mond niet zwijgen kan als hij het licht van het Kruis ziet, ook al is het pak van zonden nog niet voor zijn eigen gevoel van zijn schouders af!
Hoe meer het geloof nu gaat zien van het licht dat in Hem is, hoe zekerder de verwachting dat Hij ons doet wandelen op Zijn weg. Want die Hem volgt zal in de duisternis niet blijven maar het licht des levens hebben.

de B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1981

De Wekker | 8 Pagina's

De bron van vreugde (6)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1981

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken