Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wegen ten leven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wegen ten leven

7 minuten leestijd

„Gij hebt mij wegen ten leven doen kennen. Hand. 2:28a.

Wanneer op de Pinksterdag in Jeruzalem de Heilige Geest wordt uitgestort en de discipelen in vreemde talen beginnen te spreken over de grote daden van God, dan zijn sommige toehoorders met de zaak verlegen. Ze zijn vol verbazing en verwondering over wat ze zien en horen. Anderen beginnen er de spot mee te drijven. „Zij hebben vast te veel zoete wijn gehad. En dat al 's morgens om 9 uur!"
Wanneer Petrus de spot hoort, staat hij op en begint te spreken. Hij houdt zijn Pinksterpreek. In deze preek maakt Petrus aan zijn toehoorders duidelijk, dat de gebeurtenissen van de Pinksterdag een vervulling zijn van de profetieën van het OT. Alles wat er nu gebeurt, wordt in het OT al aangekondigd. In het bijzonder wordt daarbij de profeet Joel geciteerd.
Vervolgens maakt Petrus in zijn preek duidelijk, wie het is, die de Pinkstergeest uitstort. Het is de Here Jezus Christus, die opgewekt is uit de doden en die door de rechterhand van God verhoogd is en de belofte van de Heilige Geest ontvangen heeft. Deze Geest heeft Hij uitgestort, wat gij ziet en hoort.
Het is op zich al een wonder, dat de Here Jezus Christus Zijn Geest uitstort op alle vlees. Want Hij was het, die door de handen van wetteloze mensen aan het kruis gespijkerd w/as en gedood werd. Hij was het, die door de meerderheid van het volk verworpen was. Maar diezelfde Jezus werd door God opgewekt uit de doden en diezelfde Jezus stortte Zijn Heilige Geest uit, ondanks alles, wat er in het verleden had plaatsgevonden. Was Hij ook niet gebonden aan de belofte, die Hij gedaan had over de spoedige komst van de Trooster?
Wat ons opvalt in Petrus' Pinksterpreek is, dat de Heilige Geest in deze preek geen reclame staat te maken voor Zichzelf, maar dat Hij de menigte toehoorders wijst op de Here Jezus Christus. Dat is ook het eigene van de Geest, dat Hij nooit naar Zichzelf verwijst, maar altijd op het heil in Christus. Vandaar ook, dat Petrus in zijn preek moet verwijzen naar het werk van Jezus Christus.
Dat doet Hij o.a. ook in een citaat, dat hij aanhaalt uit Psalm 16. In deze psalm drukt David zijn vurig verlangen naar God uit. Hij zegt van de Here: „ik heb geen goed buiten U". Heel zijn hoop is gericht op de God van zijn leven. Uit deze psalm heeft Petrus een gedeelte genomen en in de tekst van zijn preek gevoegd. Zo ook de woorden: „Gij hebt mij wegen ten leven doen kennen."
Petrus spreekt hier over wegen, die ten leven voeren. Elk mens zoekt wegen naar het leven. Per slot van rekening wil elk mens toch graag leven en zoeken we wegen om dat leven mogelijk te maken. Over wegen ten leven gaat het, wanneer u toekomstplannen maakt. Over wegen ten leven gaat het, wanneer jonge mensen in onze tijd op zoek zijn naar werk. Je moet toch geld verdienen om te kunnen leven. Over wegen ten leven gaat het ook, wanneer mensen in onze tijd erover nadenken, hoe de politieke, economische en sociale problemen opgelost kunnen worden. Wanneer wijze mensen plannen ontwikkelen om de honger en de ziekten in de wereld uit te roeien, dan zoeken ze naar wegen ten leven.
Wanneer u ziek bent en met hoge koorts op bed ligt, laat u de dokter komen om geneesmiddelen voor te schrijven. Want u wilt toch graag leven. En wanneer de kwaal zo ernstig is, dat u geopereerd moet worden, dan stelt u het niet uit, maar dan laat u het doen door de chirurg, want u wilt toch leven. U zoekt de weg ten leven.
We willen graag ons leven in stand houden en daarom zoeken we wegen, waarop dat leven in stand gehouden kan worden. Het is ook onze menselijke verantwoordelijkheid, dat wij die wegen zoeken. Stelt u zich eens voor, dat we niet naar het ziekenhuis zouden gaan, wanneer dat dringend nodig is, dan zoeken we niet de weg ten leven, maar de weg naar de dood. We hebben verantwoordelijkheid om wegen ten leven te zoeken. Toch zijn al die wegen ten leven andere wegen, dan waarover Petrus het heeft in zijn Pinksterpreek. Petrus heeft het over wegen, die leiden naar een eeuwig leven. Hij heeft het over een leven, dat blijft bestaan, ook dwars door de dood heen. Hij spreekt over een leven, dat niet eindigt.
Ook al maken wij toekomstplannen, ook al bestrijden wij honger en ziekte, wij weten maar al te goed, dat het slechts wegen zijn tot een tijdelijk leven. Ons aardse leven wordt snel afgesneden, soms heel plotseling. En al onze toekomstplannen zijn dan nergens meer. Alle ziekten zijn niet te genezen en zelfs de knapste doktoren zullen eens moeten zeggen: Hier kunnen we niets meer aan doen. Wat hebben wij dan nog aan al onze wegen en weggetjes ten leven? Zij lopen uiteindelijk toch eens dood. Zij brengen ons nooit naar het echte, eeuwige, altijd-durende leven.
De Pinkstergeest verwijst ons door de preek van Petrus naar de enige weg, die ten leven leidt, de Here Jezus Christus. Hij heeft van zichzelf gezegd, vlak voordat Hij gekruisigd zou worden: „Ik ben de weg, de waarheid en het leven, wie in Mij gelooft, ook al is hij gestorven, zal leven." Want Jezus Christus is de enige weg tot het leven. Een andere weg tot werkelijk leven is er niet.
Wilt u er een bewijs van, dat Hij de weg tot het leven is en dat de dood op die weg geen verhindering is? Dan mag ik u wijzen op de opstanding van Jezus uit het graf. Hij, die de weg ten leven is, ging de dood in. Hij werd zelfs begraven. Het scheen uit te zijn met Hem. Maar de dood heeft Hem niet kunnen vasthouden. Want de HERE heeft Hem wegen ten leven doen kennen. God heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood. God gaf daarin Zijn goedkeuring aan het werk, dat Hij, de Here Jezus, voor ten dode opgeschrevenen, heeft verricht. De opwekking van de Here Jezus Christus, het feit, dat de Here God Hem wegen ten leven heeft doen kennen, is er de garantie van, dat de weg ten leven vrij is, niet alleen voor Jezus Christus, maar ook voor al de Zijnen, die in Hem geloven.
De H. Geest richt onze aandacht nooit op zichzelf. Zie maar, hoe Hij in Petrus' Pinksterpreek onze aandacht richt op de Here Jezus Christus, de opgestane Paasvorst, die dé weg naar het eeuwige leven is. De H. Geest, die uitgestort is op alle soorten mensen, die Geest wil ook thans in ons werken en ons ervan overtuigen, dat de Here Jezus Christus als de opgestane Heer de enige weg ten leven is. Hij doet ons dé weg ten leven kennen, omdat Hijzelf die weg is. Het is het werk van de Geest, dat we oog krijgen voor de werkelijkheid, dat een leven zonder de Here Jezus Christus geen leven is, maar de dood. Het is ook het werk van de Geest, wanneer we niet meer buiten de Here Jezus Christus kunnen in ons leven. Het is het werk van de Geest, wanneer we ons leven zoeken en vinden in Jezus Christus.

N'schut (Noordscheschut), P.C.d.L.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1982

De Wekker | 8 Pagina's

Wegen ten leven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1982

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken