Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Schooldag

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Schooldag

16 minuten leestijd

Begrip
De Schooldag - dat is een begrip. Tenminste voor allen die kerkelijk meeleven. Is dat niet het geval dan kan men van alles denken bij dat woord Schooldag. Bv. de eerste schooldag van de kinderen of een dag waarop de school van onze kinderen zich presenteert. En misschien nog wel heel veel andere gedachten. Maar voor kerkelijk meelevenden is de Schooldag een begrip. Dag van en voor onze Theologische Hogeschool. Zo mag de officiële naam zijn sinds 1962 maar het is Schooldag gebleven, herinnering uit de tijd toen nog gesproken werd over de Theologische School.
Tegelijk roept dat woord Schooldag zoveel andere begrippen op: ontmoeting, een volle kerk, het zien en spreken van vele dominees, het samen luisteren, bidden, zingen, het samen bemoedigd worden en het weer weten: we behoren tot één grote kerkelijke familie.
Ook dit jaar mochten we onze Schooldag weer houden in vrijheid en vrede.
Het was een winderige Schooldag en dat bepaalde wel een beetje het karakter van deze dag.
Na de lange mooie zomer en zelfs na een prachtige laatste augustus-week was windkracht 7 tot 8 voorspeld. En inderdaad - er was een geweldige wind, die haren deed verwaaien en het lang blijven staan op het kerkplein niet tot een feest maakte.
Zelfs in de kerk was de wind te merken. De ramen aan de ene kant van de kerk waren verzakt en moesten gerestaureerd worden. Het plastic dat voor deze ramen hing ving veel wind zodat het af en toe geweldig klapperde tot schrik van de in de buurt zittenden die op een gegeven ogenblik toen het al te hevig leek te worden ijlings de wijk namen naar veiliger banken.
Na afloop van de Schooldag daalde de lang verbeide regen op de aarde neer, maar dat had tot gevolg dat het kerkplein spoedig leeg was en er van lang na-praten niet veel kwam.
Al met al - er waren wel eens meer opgewekte Schooldagen. Niettemin zijn we dankbaar voor deze dag, die door een redelijk aantal kerkleden werd bezocht, zij het ook dat de opkomst zeer beslist niet in stijgende lijn is.
Het is een voorrecht te midden van alle vragen en zorgen op deze wijze er even uit te zijn om er des te beter in te komen.

Opening
Om 10.30 uur opende prof. dr. J.P. Versteeg als fungerend rector de Schooldag. We zongen samen Psalm 65:1 en 3, baden en luisterden naar 1 Corinthe 1:18 - 2:5. In zijn openingswoord wees hij speciaal op vers 19, waar Jesaja 29:14 wordt geciteerd. Is het allemaal wel nodig dat er zoveel wordt gestudeerd, ook in Apeldoorn? We krijgen geleerde dominees. Er is tweeërlei wijsheid - wijsheid, die een groot gevaar is en wijsheid die een grote zegen is. In Jesaja 29 is sprake van politieke wijsheid. Israëls leidende figuren willen een verbond met Egypte tegen Assyrië. Men probeert zelf zich veilig te stellen, onafhankelijk van de Heere en Zijn Woord. In Corinthe was in feite eenzelfde situatie. Dwaalleraars verstoorden de gemeente. Ze kwamen met meeslepende woorden - wijsheid waar een mens groot mee wordt; die wijsheid zal God verderven. Er is inderdaad een gevaar om toe te geven aan de aardse wijsheid, ook als het gaat om theologische kennis bv. als wij denken het Woord van God onder de knie of in de vingers te hebben. Er is een andere wijsheid, die ons de rijkdom van het volle Woord Gods laat zien. Die wijsheid zullen we zoeken. Het gaat aan onze Theol. Hogeschool ten diepste om de ware wijsheid.
Verdriet en vreugde wisselden elkaar af in dit jaar aan onze Theol. Hogeschool. Studenten trouwden; kinderen werden geboren; prof. Velema is weer volledig hersteld. Verdriet kwam er ook in de vorm van rouw in gezinnen en families van studenten, curatoren, professoren. Gememoreerd werd het overlijden van mevr. Kremer en zr. Ten Hove, die met haar man vroeger conciërge was aan onze Hogeschool.
Het aantal studenten werd uitgebreid. Het totaal aantal studenten (doctoraal studenten (37) inbegrepen was bij het begin van de cursus 129 waaronder 28 studenten uit de Ned. Geref. Kerk, iets minder dan een kwart. We mogen deze dienst aan deze kerken bewijzen. Ook de studiemogelijkheden werden uitgebreid. Een lerarenopleiding werd ingesteld en de studie in Judaïca is nu ook mogelijk onder leiding van prof. dr. M. Boertien.
Tenslotte vermeldt de rector dat br. D. Odijk voor de 30e keer de Schooldag organiseert. Nadat we Ps. 111:5 en 6 hebben gezongen spreekt ds. J. Oosterbroek te Harderwijk over het onderwerp:

Dorst naar God
In dit jaar wordt er op verschillende manieren aandacht besteed aan het feit dat het 500 jaar geleden is dat Maarten Luther werd geboren. Deze man is een middel in Gods Hand geweest om de schatten van Gods Woord opnieuw op te delven; schatten die waren verdwenen door dwaalleer en ongeloof. Uit zijn optreden straalt vastberadenheid. Onverschrokken weet hij te handelen. Tegelijk is hij de mens met zijn ups en downs, met zijn strijd en aanvechtingen. Trouwens hij is dat niet alleen. Ook Calvijn die in zijn Institutie niet moe wordt te onderstrepen dat het geloof een vaste en zékere kennis van Gods welwillendheid jegens ons, gaat er niet aan voorbij dat Gods kinderen moeten strijden tegen hun gebrek aan vertrouwen. Hij weet ook van de aanvechtingen die er zijn.
Zo tekent ook de Schrift het leven van Gods kinderen. Zo spreekt de Schrift ook over de dorst, het heimwee naar God. Gods kinderen kunnen door eigen schuld en traagheid in het donker terecht komen. Geestelijk leven is léven en leven is niet te verklaren; daarover kun je je alleen maar verwonderen. Gods kinderen weten van de hoogte: Hij was het die mijn heil bewerkte; dies loof ik Hem mijn leven lang. Maar ondertussen. . . dat blijft niet altijd zo. Het is juist de kracht van de prediking in onze kerken dat die prediking voluit schriftuurlijk-bevindelijke prediking wil zijn. Prediking vanuit Schriften die de werkelijkheid van Gods genade tekenen, maar ook de werkelijkheid van ons zondaars-zijn met zijn hoogte- en dieptepunten.
Daarom is het goed vanmorgen na te denken over zo'n aspect van het geestelijk leven: de dorst naar God. Die dorst naar God is een kenmerk van geestelijk leven. Juist zij die in beginsel de Heere hebben leren kennen kunnen zingen van Gods goedertierenheid; van het vaste vertrouwen op de Heere. Maar ondertussen. Er zijn ook tijden dat ze zeggen: „ik wilde wel dat ik met mijn hele hart kon zingen: 'k vertrouw op God; door gene vrees gestoord; wat sterveling zou mij schenden". Maar nu is het zo anders. Ik voel die zekerheid zo weinig. Vanuit een verdonkerd geestelijk leven wordt dan het roepen geboren: „Heere waar bent U? Mijn ziel dorst naar U, naar de levende God. Mijn vlees verlangt naar U in een land dor en mat zonder water. Er is zoveel twijfel die knaagt aan mijn ziel. Ik moet het zovaak zeggen: „Heere ik geloof, kom mijn ongelovigheid te hulp".
Zo tekenen de Schriften het leven van Gods kinderen. Abraham wist ervan. De vader der gelovigen kreeg moeite te geloven in Gods Almacht toen hij, 100 jaar oud, nog steeds geen zoon had, terwijl de Heere hem wel had beloofd. David, de man naar Gods hart vreesde dat het nog eens helemaal mis zou lopen en hij de beloofde troon nooit zou bestijgen.
Hoe komt dat dan? Is de Heere dan niet getrouw? Gelukkig wel. Hij blijft Dezelfde, maar door eigen schuld en traagheid, door zonden die aan de hand worden gehouden, door twijfel die knaagt aan het hart, raakt de Heere uit het oog. En toch. . . dan hebben ze geen deel van leven. Juist in zulke tijden worden ze gewaar wie de Heere is en komen ze tot de ontdekking dat ze de Heere niet kunnen missen. Juist dan komt dat heimwee, die dorst naar God. Heimwee is immers het verlangen van het hart dat missen moet wat het niet missen kan. Zo ligt het geestelijk ook. U kent de Heere, maar als Hij Zich dan verborgen houdt, als u Hem uit het oog verliest ontstaat die dorst, dat heimwee naar de Heere.
Dan laat de Heere Zich ook niet onbetuigd. Die dorst naar God wordt immers pas verzadigd als de Heere Zich opnieuw openbaart. Die dorst wordt gelest waar ik die levende Heere ontmoet Die in Christus nog genade schenkt voor een verlorene. Als ik die Heere Jezus maar mag zien; Zijn doorboorde Handen die mijn schuld droegen; Zijn ogen die spreken van genade; Zijn wonden in Zijn zijde waaruit allerlei vertroostingen vloeien. Zó die God in Christus te zien dat geeft verzadiging van vreugde; lessing van de dorst.
Tegelijk. . . dan gaat de dorst/het heimwee ook groeien. Dan komt er de dorst naar het volmaakte; naar dat ogenblik dat ik niet meer wandel in geloof, maar in aanschouwen. Als ik Hem mag zien van aangezicht tot aangezicht.
Als Hij geopenbaard zal zijn dan zullen we Hem zien, zoals Hij is. Dan zullen we altijd met de Heere zijn. Daar is de dorst voor eeuwig gelest!

Vrouwencomité
Na de toespraak van de Harderwijker pastor zongen we Psalm 42:1 en 5. Onder het voorspel collecteerden diverse studenten. Het Chr. Geref. Koor „Deo Cantemus" onder leiding van dhr. R. Bosma zong twee verzen: Waar God de Heer zijn schreden zet en Wie maar de goede God laat zorgen.
Mevr. Den Braber uit Rotterdam was inmiddels naar de preekstoel gegaan om te spreken namens het Vrouwencomité. Het was de beurt van mevr. Van Mulligen om het dit jaar te doen maar wegens ziekte van haar man is ze hier niet. Het is de spreekster overigens iedere keer weer een vreugde hier te staan. In 147 van de 183 kerken zijn nu plaatselijke comité's. Er zijn 10.000 spaarsters. Het ideaal blijft: in elke gemeente een comité en elke vrouw een busje.
Prof. Versteeg die de vrouw op de kansel secondeerde mag de enveloppen open maken en de bedragen meedelen. Voor de bibliotheek is ƒ 75.000,- overgemaakt en voor andere benodigdheden aan de penningmeester ƒ 65.000,- totaal ƒ 140.000,-. Het applaus was op z'n plaats. Prof. Versteeg dankte hartelijk. We hebben dit echt nodig. De uitbreiding brengt veel kosten mee. En op de subsidie die altijd minder bedroeg dan de helft van wat we nodig hebben wordt bezuinigd. Het bedrag dat we nu nodig hebben terwijl we subsidie krijgen is hoger dan het totaal bedrag van een aantal jaren geleden.
Nadat Ps. 100:1 en 4 is gezongen eindigt ds. Oosterbroek met dankgebed.

Middagvergadering
We zongen Ps. 95:1 en 2
De assessor van het Curatorium, ds. A.W. Drechsler, opende de middagvergadering. Hij ging voor in gebed waarin in het bijzonder gedacht werd aan de arbeid aan de Hogeschool. In aansluiting daarop beklemtoonde hij de noodzaak van het gebed. Hij las Ps. 119:17 - 24 en onderstreepte inzonderheid de bede: Ontdek mijn ogen dat zij aanschouwen de wonderen van Uw wet. We hebben dienaren nodig die zelf de wonderen van Gods woord en wet hebben ontdekt en die aan anderen kunnen doorgeven. Zegen onze Theol. Hogeschool; het gebed voor haar moge blijven.
Nadat we Ps. 135:3 en 12 hadden gezongen was er weer een duo op de preekstoel: ds. Y. Buttulangi, voorzitter van de synode van de Torajakerk in het Mamasagebied en drs. C.W. Buijs, voorheen miss. predikant. De kleine, levendige dominee die een onverstaanbare taal sprak - alleen de woorden Mamasa en Christus waren herkenbaar - sprak zijn vreugde uit over het feit dat hij hier mocht zijn. Hij stelde zichzelf voor, belichtte de problemen van de Torajakerk. Hij noemde het streven naar eenheid en het volwassen worden van de kerk. Ds. Buijs vertaalde zijn woorden vlot en duidelijk. Het was een vreugde dit moment te mogen meemaken. De preekstoel was in de ogen van deze kleine Oosterling wel wat hoog. Maar we begrepen hem. Moge de Heere ons allen zegenen en behoeden. Met klem verzekerde hij dat hij zijn ervaringen straks thuis zou meedelen.
Het Hoogeveense koor zong hierna weer twee verzen: Zum Eingang en Abba, Vader. De verzen werden goed, duidelijk en beschaafd gezongen.
Prof. dr. J. van Genderen sprak hierna over:

De volharding als roeping en gave
De gereformeerde dogmatiek heeft een eigen karakter. In de diverse hoofdstukken (loci) zijn bepaalde hoofdlijnen te herkennen. Als de volharding der heiligen roeping en gave tegelijk is, staat dat niet op zichzelf. Het is een structuur die we ook in andere onderdelen van de leer van het heil aantreffen.
We verstaan onder de volharding der heiligen, dat God, die het goede werk in de Zijnen begonnen is, dat voortzet en voltooit tot op de dag van Jezus Christus (zie Fil. 1:6), en dat zij alleen daardoor volharden in het geloof.
Volharding der heiligen staat tegenover afval der heiligen. Het is bekend genoeg dat de mogelijkheid van afval van ware gelovigen door Rome en door de Remonstranten werd geleerd. Maar hoe dacht Luther erover?
Maarten Luther vond de grond voor de zekerheid van het heil geheel buiten zichzelf. Wij zouden verwacht hebben, dat hij nu ook de volharding leerde, maar hij aarzelde blijkbaar. Een kind van God weet volgens hem niet, of hij in de aanvechting wel stand zal houden tegen de aanvallen. Door het bedrijven van grove en moedwillige zonden kan een gelovige de Heilige Geest verliezen.
Luther kent de volharding wel als een voortdurend opnieuw beginnen.
Dat kan en dat mag, omdat Gods beloften blijven gelden. De volharding is roeping en belofte.
Calvijn en de gereformeerden zeggen, dat God het niet zover laat komen, dat het geloof van zijn kinderen ophoudt. Hij neemt de Heilige Geest niet geheel van hen weg, al kunnen zij Hem wel bedroeven door hun zonden.
Zij kennen strijd en worden bedreigd, maar ze worden in de kracht van God door het geloof bewaard tot de zaligheid (1 Petr. 1:5). Onze volharding is de keerzijde van onze bewaring. Om die bewaring heeft de Heiland gebeden (Joh. 17). De volharding is niet alleen onze roeping, maar ook Gods gave.
In tal van Schriftwoorden waarin het woord volharding of standvastigheid (in de Statenvertaling lezen we dikwijls lijdzaamheid) gebruikt wordt, komt naar voren, dat het onze roeping is om te volharden in het geloof.
Nu zijn er velen die eenzijdig de nadruk leggen op teksten waarin we worden opgeroepen tot volharding en gewaarschuwd tegen afval. De Heilige Geest spreekt immers ook van een afvallig worden. Wat te denken van de val van David en de ontrouw van Petrus?
Maar wie durft van David en Petrus te zeggen, dat zij bij hun vallen van het geloof zijn afgevallen? De Heiland heeft voor Petrus gebeden, dat zijn geloof niet zou bezwijken. De Heilige Geest zal de gelovigen nooit geheel aan zichzelf overlaten.
Wij mogen niet voorbijgaan aan de waarschuwingen en waarschuwende voorbeelden die we in de Bijbel vinden. Wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle (1 Cor. 10:12). Het komt erop aan het altijd weer en hoe langer hoe meer te verwachten van de beloofde genade van God. Het is niet alleen een voortdurend opnieuw beginnen, maar er is ook een voortgaan op de weg van God.
In de Dordtse Leerregels wordt onder woorden gebracht, wat de grond is van de belijdenis van de volharding. Dat is het werk van de Drieënige God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (hoofdstuk V, 8).
Een belangrijk element van de leer is de zekerheid van de volharding. Die zekerheid hangt niet af van onze christelijke stabiliteit of ons geestelijk uithoudingsvermogen, maar van God, die zijn genadewerk in ons begint en het ook in stand houdt, voortzet en voltooit. Hij doet dat door het horen, lezen en overdenken van het evangelie, door vermaningen, waarschuwingen en beloften en door het gebruik van de sacramenten (Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, 14).
Als de roeping om te volharden vooropgesteld wordt, zou dat tot een wettische opvatting en een wettische prediking kunnen leiden. Dat gebeurt echter niet, als deze eis of roeping gezien wordt in het licht van de belofte van God die aan de eis voorafgaat. We denken aan beloften als Joh. 10:28 en 29 en 1 Cor. 1:8. Wie ernst maakt met de roeping, omdat we te doen hebben met de God van het verbond, die belooft wat Hij eist en geeft wat Hij vraagt, komt uit bij het gebed van Psalm 138: Laat niet varen de werken Uwer handen. Dan zijn we waar we zijn moeten: bij het heil als gave van God in Christus.
Het behoort bij Gods wijze van handelen, dat Hij ons op onze verantwoordelijkheid aanspreekt. Dat moet daarom doorklinken in de leer en in de prediking. Maar nooit ten koste van de genade van God!
Op volharding komt het aan in het persoonlijk leven. Ook kerkelijk gezien komt het op volharding aan. De Heilige Geest maakte, dat de gemeente in Jeruzalem bleef volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden (Hand. 2:42). In de tijd waarin wij leven, moet het woord zeker gehoord worden: Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden (Matth. 24:13).

Sluiting
Traditiegetrouw sloot de president-curator - dit jaar ds. K. Boersma te Hoogeveen - de Schooldag. Het zijn woorden van dank, bemoediging en vermaning, in de dank vermeldde hij dat er 38 kinderen in de crèche waren en betrekt hij allen die meegewerkt hebben tot het welslagen van deze dag. Ook de kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente van Apeldoorn en 't Loo wordt bedankt al voelden we ons deze keer niet allen even veilig. De koster wordt niet vergeten en - hoe zou het? - ook het Hoogeveense koor niet, dat ooit de krant, maar nu het hart haalde. Het orgel werd bespeeld door Jan van 't Spijker die dit op goede wijze heeft gedaan. De kerken hebben de School nodig, maar de School heeft de kerken ook nodig. Daarom is een Schooldag zo belangrijk. Hij leest 1 Petrus 5:6 en 7. Het laatste vers herinnert aan Psalm 55. Petrus bemoedigt en vermaant. Allen die zorg hebben over de vraag: zal het wel goed komen met Gods Koninkrijk? worden bemoedigd: De Heere zorgt. Hij zal niet toelaten dat de rechtvaardige wankelt. Zo kunnen we verder, het werk in de kerk, de synode volgende week en de komende periode tegemoet.
Na dankgebed zongen we staande Psalm 147:1 en 6.
Na de bede uit de Avondzang bij monde van ds. Boersma gebeden te hebben verliet de schare het kerkgebouw - wat vlugger dan anders auto's en bussen opzoekend vanwege de regen!
De Schooldag 1983 behoorde weer tot het verleden maar het gebed voor School en Kerken moge blijven in heden en toekomst.

J.H.V.

P.S. De op de Schooldag gehouden collecte bedroeg ƒ 9760,42.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1983

De Wekker | 12 Pagina's

De Schooldag

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1983

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken