Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Domweg Gereformeerd? (III)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Domweg Gereformeerd? (III)

7 minuten leestijd

In dit laatste artikel gaan we ons vanuit het rapport „Gewoonweg Gereformeerd" bezighouden met de situatie in onze eigen kerken. Wie van die situatie een beetje op de hoogte is, weet dat er ook onder ons veel jongere (en oudere) kerkverlaters zijn. In gesprekken is me gebleken dat velen heel moeilijk kunnen aangeven hoe ze tot die stap kwamen. Dikwijls was het niet vanuit kritiek op de kerk. Ook onder ons wordt nogal eens gedacht dat veel jongeren de kerk te traditioneel vinden en daarom de kerk de rug toekeren. Soms zal dat ook wel om die reden gebeuren, maar lang niet altijd. Men kan niet zeggen dat in gemeenten waarin de gang van zaken minder traditioneel is er meer (jeugdige) kerkgangers zijn. Daar wordt soms tegenover gesteld dat trouwe kerkgang, twee keer op een zondag, zoals dat in traditionele gemeenten gebeurt, niets zegt over de echtheid van het geloof. Dat heb ik altijd een vreemde en zwakke redenering gevonden. Natuurlijk garandeert trouwe kerkgang geen echt geloof. Maar echt geloof en trouwe kerkgang horen wel bij elkaar. Wie echt gelooft en minstens een keer per zondag of nog vaker de gemeenschap met de gemeente mijdt, is zeer ongereformeerd bezig. Uit „Gewoonweg Gereformeerd" blijkt dat hoe traditioneler de gezinnen zijn, des te meer de kinderen in het voetspoor van de ouders gaan. Het zal duidelijk zijn dat het niet goed is om alles angstvallig bij het oude te laten. Uit deze studie blijkt trouwens duidelijk genoeg dat we het daarmee niet redden. Als de traditie geen inhoud (meer) heeft, komt er een moment dat volgende generaties met de traditie breken. We moeten echter ook niet met alles wat als nieuw en modern wordt aangeprezen willen meedoen uit angst dat we anders voor te traditioneel worden versleten. Het gevaar is er dat het nieuwe al heel gauw niet nieuw meer is; dat we geen traditie overhouden; dat we verworden tot een supermarkt voor religieuze waren die de onmogelijke poging doet om het alle klanten naar de zin te maken.
Iemand die zeer traditioneel was opgevoed, maar met de kerk en het christelijk geloof had gebroken, zei in een gesprek eens tegen me dat als het christelijk geloof waar is, het waar is op de manier zoals het vroeger in de gemeente waartoe hij behoorde in praktijk werd gebracht. Zelfs de geringe veranderingen die daar in de loop der jaren hadden plaatsgegrepen, bekeek hij met grote argwaan. Hij geloofde echter niet meer in de waarheid van het christelijk geloof. Hij geloofde wel iets, maar het bleef vaag wat zijn geloof inhield, terwijl ook zijn spreken over God vaag was. Bij veel kerkverlaters tref je dat aan, terwijl ze niet duidelijk kunnen aangeven hoe het daartoe kwam. Ook blijven velen van hen (soms) bidden, terwijl ze niet duidelijk kunnen maken wat dat voor hen betekent. Het is lang niet altijd zo dat het geestelijk testament van hun ouders leeg is, hoewel er zeker ook trouwe kerkgangers zijn bij wie sprake is van een vaag en algemeen geloof. In tegenstelling tot Benjamins en Van der Ploeg denk ik dat er vroeger niet alleen meer sprake was van een beleefd geloof, maar ook van een belijnd geloof. Men wist waarom men (Chr.) Gereformeerd was. Men had kennis van kerkgeschiedenis en dogmatiek. In onze dagen is er weinig belangstelling voor zulk een belijnd geloof; wordt er zelfs dikwijls minachtend over dogmatiek en kerkgeschiedenis gesproken. Bovendien is er naar mijn besef minder sprake van een beleefd geloof en wordt het geloof dikwijls wezenlijk anders beleefd dan vroeger. Dat komt niet alleen omdat wij in een andere tijd leven, maar het gebeurt lang niet altijd meer (helemaal) op gereformeerde wijze. Het is de grote vraag hoe dat komt. Het is een vraag die niet eenvoudigweg met één antwoord beantwoord kan worden. De schrijvers van „Gewoonweg Gereformeerd" houden zich met deze vraag helemaal niet bezig, omdat naar hun overtuiging de diepste oorzaak van kerkverlating en geloofsafval hierin ligt dat welbeschouwd het testament van gereformeerden leeg is en waarschijnlijk altijd al leeg was. Ondanks mijn overtuiging dat de vraag naar de oorzaak van de kerkverlating niet zó gemakkelijk kan worden beantwoord - helaas, maar bovenal gelukkig - blijft er in deze studie genoeg over wat ons met het oog op onze eigen situatie moet en kan bezighouden.
Op alle ouders komt de vraag af hoe wij met geloof en kerk bezig zijn. Is er bij ons sprake van een (zoeken naar een) beleefd geloof? Zijn we echt Christelijk Gereformeerd of zetten we alleen maar een familietraditie voort? Houden we alleen maar een aantal godsdienstige gewoonten vast, zonder dat het werkelijk inhoud voor ons heeft; zonder dat het belang van godsdienst en geloof in de praktijk van ons leven blijkt? Als dat laatste het geval is, wordt het onderzoek van Benjamins en Van der Ploeg pijnlijk actueel. We mogen er dan niet op rekenen dat onze kinderen op deze weg doorgaan. We kunnen ze dan wel een aantal gewoonten bijbrengen. We kunnen ze wel meenemen naar de kerk, maar als dat in ons eigen leven niet van fundamenteel belang blijkt te zijn; als we dat niet aan hen voorleven en doorgeven, zullen ze gewoonweg het nut van kerkgang en geloof niet inzien. Ze zullen weigeren om domweg (Chr.) Gereformeerd te zijn en te blijven.
Deze studie is niet alleen een appèl om bij onszelf na te gaan hoe we staan tegenover kerk en geloof; hoe onze persoonlijke verhouding tot God is, maar ook een oproep om ons als ouders en kerk te bezinnen op de geloofsoverdracht. Hoe moeten we dat doen in de gezinnen? Hoe moet het op catechisatie?
Over de catechisatie zijn maar weinig van de geïnterviewde jongeren positief. Toch zijn er nogal wat die liever naar de catechisatie dan naar de kerk gaan. Want de preek wordt door velen als lang, moeilijk, saai en niet op hen persoonlijk afgestemd, ervaren. Uit mijn jeugd herinner ik me dat de preken toen doorgaans heel wat langer én moeilijker waren dan nu. Is er niet het gevaar dat een predikant zijn preek zó op de jeugd gaat afstemmen dat het geen preek meer is; dat de kinderen en een deel van de ouderen het wel aardig en gezellig vinden, maar dat het Woord van God niet meer aan jong en oud wordt verkondigd?
Toch vind ik dat predikanten ook op dit punt hun preken kritisch moeten bezien; dat ze in een gesprek met de kerkeraad, met de jeugd op catechisatie en met andere leden van de gemeente zich er telkens mee moeten bezighouden. Ze moeten zo preken dat Gods boodschap tot ieder in de gemeente komt.
Terwijl ik de weergave van de gesprekken in „Gewoonweg Gereformeerd" las, gebeurde het telkens dat ik me afvroeg: Wat zou ik antwoorden als dit aan mij gevraagd werd? Dat betrof vooral vragen naar de Godsvoorstelling en de persoonlijke betekenis van het gebed. Eerder schreef ik al dat ik niet zo gelukkig ben met de manier waarop over de Godsvoorstelling (door)gevraagd werd. Toch zette het aan het denken. Het blijft me bezighouden hoe je daar dan wel over kunt en mag spreken. Het lijkt me belangrijk om daaraan op bijbelkringen en vereniging aandacht te besteden. Want hoe duidelijker het is wie God is voor ons, des te beter kunnen we Hem kennen. Hoe beter we Hem kennen, des te beter zullen we ook weten hoe we als christenen moeten leven.
Het is duidelijk dat het veel inspanning en oefening kost om tegen de geest van de tijd in te volharden in het geloof. Het is menselijkerwijs gesproken onmogelijk om christelijk, gereformeerd, te zijn.
Maar wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God. Door Zijn Geest wil Hij geloof schenken en de kracht om de strijd des geloofs te strijden. In die kracht is het onmogelijk om domweg gereformeerd te zijn. Dan kan men zelfs niet gewoonweg gereformeerd zijn. Want hét Testament is niet leeg. In het Testament staat dat Christus gestorven is om voor zondaren de hemelse erfenis te verwerven; dat Hij Zijn Geest heeft gegeven om in die erfenis te doen delen. Er is geen macht ter wereld die dat kan verhinderen. Laten we daarop zien; daaruit leven; van daaruit onze kinderen opvoeden; van daaruit kerk zijn. Dan zijn we werkelijk gereformeerd.

D. Visser

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1988

De Wekker | 12 Pagina's

Domweg Gereformeerd? (III)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1988

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken