Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Samenbindende Schooldag

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Samenbindende Schooldag

18 minuten leestijd

Typering
Zo zou ik de Schooldag 1989 willen typeren - het was een samenbindende dag, waar kracht van uitging; een dag die bezoekers voldoening gaf èn om de ontmoeting van elkaar èn wat op allerlei manieren hun werd geboden.
Bijna 70 jaar wordt in Apeldoorn de Schooldag gehouden. Eerst in Irene, waar nu gegeten en gedronken wordt door de Schooldagbezoekers; later werd het de kerk in de voor de oorlog nog hetende Marialaan, na de bevrijding omgedoopt in de Canadalaan; maar al heel spoedig verhuisde de Schooldag naar de Grote Kerk aan de Loolaan, waar meer dan 40 Schooldagen zijn gehouden.
Het is Schooldag gebleven. In de zestiger jaren werd de naam van Theologische School veranderd in Theologische Hogeschool. En de komende synode zal te beslissen hebben over het voorstel de naam om te dopen in Theologische Universiteit. De opmerkzame lezer zal bemerkt hebben dat in een advertentie van het Calvijncongres op voorhand reeds gesproken werd over de Theologische Universiteit aan het Wilhelminapark in Apeldoorn. Het ligt in de gang der dingen besloten. Overwegende bezwaren zal de Synode niet kunnen hebben, als de kwaliteit en de identiteit van het onderwijs maar gewaarborgd blijft en als we maar nooit behoeven te spreken over Universiteitsdag in plaats van over Schooldag. Schooldag is de naam die het kerkvolk ligt en het gaat op die dag om de band tussen School en Kerk. Die band is op de Schooldag 2 september niet verslapt maar versterkt. Reden tot grote dankbaarheid.
Er zijn jaren geweest waarin de Schooldag met zorg vervulde om allerlei redenen. Deze Schooldag gaf het meelevende en meebiddende kerklid weer moed. Er was meer belangstelling dan vorig jaar; er werd inhoudelijk veel geboden; er was een goede sfeer en geest. Het was weer een ouderwetse kerkelijke familiedag. Want geestelijke familie zijn we. Dat kunnen we niet maken. Niemand kiest zijn eigen broers en zusters uit. Kerkelijk ook niet. Maar door de samenbindende werking van de Geest is er die familieband. En als we dan mogen merken dat die band door een Schooldag als deze wordt versterkt zijn we dubbel dankbaar.

Opening
Om 10.30 uur opende de rector, prof. dr. W.H. Velema, deze Schooldag. We zongen Ps. 147:1,4 en 6. Het orgel werd bespeeld door drs. H. Schuurhuis, de penningmeester van de Hogeschool, maar tevens bekwaam organist, die op een allen bevredigende wijze leiding gaf aan de gemeentezang.
We luisterden naar Handelingen 28:23-einde. Na het gebed werden de Schooldagbezoekers welkom geheten als meelevende, meebiddende en gevende broeders en zusters.
In het voorgelezen Schriftgedeelte houdt Paulus een missionaire discussie met de Joden. Het laatste woord is „zonder enige belemmering", onverhinderd. Paulus was geboeid in zijn eigen gehuurde woning, maar het Woord Gods was niet geboeid. Dat Woord gaat de wereld in. Twee elementen treffen in deze discussie: Het Koninkrijk Gods en Jezus Christus. Ze behoren bij elkaar tot aan de dag van Christus' wederkomst. Paulus beweegt tot geloof. Zijn zekerheid berust in de Schriften. Hij neemt de Joden mee op een tocht door de Schriften van Genesis 3:15 af. Christus is voorzegd in het Oude Testament. Gods beloften zijn werkelijkheid geworden in Christus' opstanding. De boeien binden hem niet. De deur van de gevangenis gaat open naar de wereld. Twee jaar daarna is hij als martelaar gestorven. Maar Lucas schrijft daar niet over. Het is niet belangrijk dat Paulus sterft als het Woord maar doorgang vindt en voortgang heeft. Alle aandacht valt op het Woord. Dat bindt ons vandaag ook samen. Dat bindt Kerk en School samen. We verrichten onze arbeid in Apeldoorn tot de dienst aan het Woord in alle theologische vakken. We zijn er ten dienste van de Kerk. Onze arbeid is gericht op wat de kerk mag en moet zijn in de wereld. Daarbij komt ook de reactie van mensen - geloofservaring en geloofsbevinding. Het komt alles aan de orde tot opbouw van de gemeente en tot oefening in het geloof. De gordijnen zijn opengeschoven. We zijn niet ergens opgeborgen in een mooie villa in een Apeldoorns park, maar we kijken naar buiten, de wereld in.
In dit jaar is het rapport gepubliceerd van de commissie, die het theologisch onderwijs in Nederland moest onderzoeken. Na alles wat we gehoord hebben zijn we eens te meer overtuigd van de juistheid van de beslissing om niet meer dan 48% subsidie voor ons onderwijs te vragen. De 52% moet door de kerken worden opgebracht. Dat is uw eer. Dankbaar zijn we ook voor het niet ongunstige oordeel over ons onderwijs. Verblijdend is ook dat in dit jaar verschillende kandidaten beroepen kregen en reeds bevestigd zijn of binnenkort bevestigd worden. Dat is voor hen en voor ons een verlichting. Prof. dr. De Vuyst mocht zijn arbeid beginnen in de vacature prof. Versteeg. Onlangs verscheen de bundel „Geest, ambt en uitzicht" - verzameling van nog niet gepubliceerde opstellen van de hand van prof. Versteeg. A.s. vrijdag begint de nieuwe cursus. Sinds 1986 hebben verschillende kandidaten voor hun beroepbaarstelling stage gelopen. Het is een goede vorm van toerusting. De verslagen zijn van weerskanten positief; alleen de periode is te kort. De komende synode zal zich over een voorstel buigen dat een langere periode moet mogelijk maken.
Na enkele huishoudelijke mededelingen zongen we drie verzen uit Psalm 105 nl. 3,4 en 6. Daarna was het woord aan de predikant van Ermelo, ds. H.J.Th. Velema, die sprak over het onderwerp:

Wordt de weerhouder weggenomen?
De vraag - wordt de weerhouder weggenomen? - houdt direct verband met de grote gebeurtenis, die de kerk van de Here Jezus Christus verwacht: zijn wederkomst op de wolken van de hemel.
In alle tijden is gevraagd: wanneer zal dat geschieden? In de gemeente van Thessalonica beheerste die vraag het leven, zo zelfs, dat andere vragen niet meer aan de orde kwamen en het dagelijks werk neergelegd werd.
Ze leken in Thessalonica op dat jongetje, dat al vroeg uit stond te kijken, of z'n vader met de auto thuis kwam. Toen er een auto door de straat reed, begon hij te roepen: pappa komt eraan; maar de auto reed voorbij. En z'n moeder zei: Ventje, wat ben je toch dom; ik had gezegd: als het vijf uur is, dan mag je voor het raam gaan staan; dan zal pappa wel gauw komen.
In zijn tweede brief aan de gemeente van Thessalonica geeft de apostel Paulus onderwijs over de wederkomst van de Here Jezus Christus.
Voor dat Hij weerkomt moet er eerst de afval komen - het terugvallen in het ongeloof, het terugkeren van een samenleving, waarop het Woord van God invloed gehad heeft naar het heidendom -, en de mens der wetteloosheid zich openbaren - de mens, die minachting heeft voor de wet van God en alles wat aan die wet herinnert.
Maar er is iets of iemand, die het openbaar worden, het zichtbaar worden van die mens der wetteloosheid tegenhoudt - II Thess. 2,6.7.
Het is duidelijk, dat de apostel herinnert aan de prediking, die hij te Thessalonica gebracht heeft.
Onze vraag is: wat bedoelt de apostel?
Zonder alle oplossingen op te sommen, moet genoemd worden: de apostel denkt aan het Romeinse keizerrijk en zijn keizer; zolang orde en gezag gehandhaafd worden, kan de wetteloze zich niet openbaren.
Een mooie gedachte, maar juist de staatsmacht kan een instrument zijn van de antichrist.
We zoeken het liever in een andere richting. Wat weerhoudt de mens der wetteloosheid? De invloed van het Woord van God op de samenleving; de uitwerking van het Evangelie op het volksleven.
De apostel heeft profetisch gezien, dat het Evangelie mensenharten, volken en culturen in beslag zal nemen; maar hij heeft ook gezien, dat, voor de wederkomst van de Here Jezus Christus, de invloed van het Woord zal verdwijnen, zodat de mens der wetteloosheid zich kan openbaren.
Neemt de Here dan zijn Woord weg?
Zal dat niet blijven tot in eeuwigheid?
Niet God onttrekt zijn Woord aan de samenleving, maar de samenleving onttrekt zich aan het Woord van God.
Hoe? Drie lijnen tekenen zich af:
In de eerste plaats is er het breken met het Evangelie door velen, die erbij opgevoed zijn. Onder die velen zijn ook leidinggevende, invloedrijke personen in de samenleving. Ze schamen zich er niet voor dat openlijk te zeggen. Wat konden deze mensen wat betekenen voor het Koninkrijk van God. Maar de weerhouder wordt weggenomen.
De tweede lijn is de verwoestende invloed van de Schriftkritiek.
Als wij gaan zeggen: dit past niet en dat klopt niet in de Bijbel - wat blijft er van de Bijbelse boodschap over? Niets.
Het is ons gebed, dat onze Hogeschool ervoor bewaard blijft, dat er zo „getheologiseerd" wordt, dat er van het Woord van God niets meer overblijft. Want dan zouden we eraan meewerken, dat de weerhouder weggenomen wordt.
De derde lijn van het wegnemen is daar in werking, waar het Woord van God aangepast wordt bij de mens van vandaag. Dat is de verzoeking voor de kerk geweest in alle eeuwen. Vandaag is het de verzoeking om van het Evangelie een puur politieke boodschap te maken, waarin het gaat om wat wij moeten doen. Dan is er geen plaats meer voor de daad van God; dan gaat de kern van de boodschap verloren.
Waar het Evangelie wordt aangepast, daar wordt de weerhouder weggenomen.
Wordt de weerhouder weggenomen?
De vraag stellen is haar beantwoorden.
Als we niet blind zijn voor wat er om ons heen gebeurt, dan zien we, dat de mens der wetteloosheid bezig is zich te openbaren. De mens, die God niet meer wil en dus slaaf is van alle mogelijke afgoden; de mens, die zelf wel over het leven zal beschikken; de mens, die het huwelijk niet meer erkent als de van God gegeven instelling.
En als die weerhouder wordt weggenomen? Dan zal het moeilijk worden voor de kerk en voor de christen. Maar dan moeten we wel goed lezen. Vs. 8: hem zal de Here Jezus doden. . . wegblazen, zoals je een pluisje van je mouw afblaast; machteloos maken, zoals de klas met stomheid geslagen is, wanneer de leraar plotseling binnenkomt.
Dan zal Jezus Christus overwinnaar zijn - grandioos en glorieus.
Moeten we gaan rekenen - het zal nog zo en zolang duren? Het komt er opaan, dat we niet aan de kant van de wetteloze staan en ons mee laten slepen door de afval.
Het komt er opaan, dat we de weerhouder niet wegnemen, maar levende, krachtige getuigen zijn, als christen, levend in deze tijd, midden in de maatschappij, in ons theologisch bezig-zijn, in ons kerk-zijn.
Het komt er opaan, dat we staan aan de kant van Hem, die overwint.
Dat is een zaak van genade, wanneer het Evangelie van Jezus je leven in beslag nam door de kracht van de Heilige Geest en het principe van de wetteloosheid in je eigen leven ontmaskerde.
Maar dan ga je de dingen ook scherp zien! Dan lijkt het erop, dat we vandaag de laatste bocht door zijn, maar als je de laatste bocht door bent, is de finish in zicht.
Dan is het tijd om voor het raam te gaan staan en te bidden:
Uw Koninkrijk koom' toch, o Heer',
ai, werp de troon des satans neer.
Regeer ons door Uw Geest en Woord,
Uw lof word' eens alom gehoord.

Intermezzo
Het was stil in het kerkgebouw tijdens het luisteren naar deze toespraak, die met dankbaarheid vervulde omdat er ook bij een jonge generatie de hartelijke begeerte is om te staan voor de waarheid van Gods Woord en een open oog voor de gevaren, die ons vandaag bedreigen.
Intussen was de rector weer op de kansel, om nog enkele etiketjes uit te delen. Zo werd drs. H. Schuurhuis bestempeld als onze huisorganist en koster Bakhuizen als onze technische gastheer.
Het chr. geref. kerkkoor „Groningen" onder leiding van Henk Bijma zong op een beschaafde manier Psalm 118, Agnus Dei, Meer liefd' o Heer tot U en Psalm 84. Studenten hadden intussen gecollecteerd.

Vrouwencomité
Zonder dat de rector het merkte was een vrouw de preekstoel opgeklommen zodat hij mevrouw Ramp-den Hertog uit Mijdrecht, vertegenwoordigster van het Vrouwencomité, het woord kon geven zonder onderbreking.
Zij begon alle correspondenten en helpsters hartelijk te danken voor hun medewerking en (op haar verzoek) via dit verslag ook alle gevers en geefsters die het mogelijk maakten elk jaar een fors bedrag af te dragen. We worden gezegend en we hopen dat de School ten zegen zal zijn voor de kerken. De vraag wordt gesteld: moeten er steeds meer boeken bij komen? Maar herinnerend aan wijlen ds. D. Driessen, die getroffen was, zoals hij ooit vertelde, door de wijsheid en geleerdheid van Salomo, die op allerlei manieren gebruik maakte van de wetenschap, onderstreepte zij het belang van studie in de boeken. Zij deelde mee dat twee bestuursleden na jarenlange dienst door andere dames vervangen waren te weten mevr. Biesma door mevr. Hogenbirk en mevr. Van Mulligen door mevr. Molenaar. De samenwerking lijkt veelbelovend met de nieuw gekomen dames, zoals de vertrekkende leden zich ook hartelijk hebben gegeven voor dit werk. Met dankbaarheid werd gewag gemaakt van een ontmoeting van het Comité met Hoogleraren, Deputaten-Financieel en de president-curator. Het is ons duidelijk geworden dat onze bijdrage nodig blijft. De liefde die uit de opbrengst spreekt bemoedigt ons steeds weer. Tenslotte overhandigde zij de rector een cheque à ƒ 75.000,- en de mededeling dat ook ƒ 75.000,- was overgemaakt voor verwante doeleinden. We zongen staande Ps. 108:1. Uit de gaven spreekt de bereidheid tot Gods dienst en lof. De rector bedankte hartelijk. Het rectoraat heeft prettige en minder prettige kanten. Maar dit is altijd een bijzonder prettige kant: te mogen bedanken voor zoveel offervaardigheid. Aanschaf van boeken blijft nodig in goed overleg. De bibliothecaris is niet zuinig, maar wel voorzichtig in de aanschaf van de boeken. De bibliotheek wordt gecomputeriseerd. En dat kost geld. Rector en spreekster daalden af van de preekstoel. Naar gewoonte eindigde de spreker van de morgen met dankgebed. We zongen Ps. 108:2. De kerk stroomde leeg en ieder zocht een gelegenheid dichterbij of verderaf om warm of koud te eten.

Wie weet...
Het is traditie geworden dat de assessor van het Curatorium de middagvergadering opent en na zijn toespraak voorgaat in gebed. Ds. J. Westerink viel dit jaar de eer te beurt deze dienst te mogen verrichten. We zongen Ps. 79:4 en 7 en luisterden naar Joël 2:12-17. Joël leefde in een tijd, waarin het niet goed ging. De diepste nood is niet de sprinkhanenplaag en de grote droogte met als gevolg verschroeide en kaalgevreten akkers. Maar de diepste nood wordt aan de orde gesteld in de oproep: bekeert u tot Mij met uw ganse hart; scheurt uw hart en niet uw kleren. Israël was met alle godsdienstigheid grotendeels onbekeerd. Zo leeft het aan op de grote Dag, die komt - wie zal bestaan? Maar de Heere geeft toch nog gelegenheid tot bekering. Wie weet - Hij mocht Zich wenden. En de Heere is lankmoedig en groot van goedertierenheid. Daarom die uitnodiging. Een toepasselijke situatie aan het eind van de 20e eeuw. Het gaat niet goed, ook nu niet. Er is religieusiteit, godsdienstigheid. Bekering is nodig. Is er nog droefheid over de zonde? Weten we wie de Heere is en wat het Hem gekost heeft om dit Woord te laten verkondigen? Dat is het diep geheim van de barmhartigheden Gods. Wie weet - Hij mocht Zich wenden en met Zijn Pinkstergeest werken onder ouderen en jongeren. De priesters stonden tussen voorhof en altaar. We staan in de kerk voor het kruisaltaar - denk nog aan ons!
Hierna werden in een hartelijk gebed de noden van Kerk en School de Heere opgedragen. Nadat we Ps. 85:3 en 4 hadden gezongen, luisterden we weer naar het Groningse koor dat nu vijf liederen zong: Gezang 109; Psalm 27; Heer, die onze Vader in de heem'len zijt; Lead me Lord en Zegen ons Algoede.

Reformatie: leusof keus?
De hoogleraar in de kerkgeschiedenis, prof. dr. W. van 't Spijker, was dit jaar aan de beurt om 's middags te spreken. Hij had bovengenoemd onderwerp gekozen.
Zinspelend op de a.s. verkiezingen wees hij op de vele borden met een leus, die oproepen tot een keus. Wat is de Reformatie? Op verschillende manieren kunnen we daar over spreken. Het woord reformatorisch wordt op allerlei manieren gevuld. Spreker herinnerde aan wat 40 km noordelijker dan Apeldoorn in 1520 in Zwolle plaats vond. In de zomer van dat jaar werd in de Zwolse binnenstad een boekje gedrukt. Een jong gezel was met het manuscript bezig en bracht letter voor letter op papier. Het was een boekje van Luther, dat belangrijker is dan zijn 95 stellingen. O.a. lezen we: „Niet hij is rechtvaardig, die intensief werkt, maar hij die zonder werk intensief gelooft." En: „De wet zegt 'doe dat' en er gebeurt niets. Geloof in Hem, Jezus Christus, en alles is reeds gebeurd." Dat is theologie van het kruis: Christus is gegeven tot een volkomen verzoening.
Het ging er de Reformatie om dat we alleen door het geloof behouden worden; dat behoud is door genade alleen - en genade is een onverwachte en onverklaarbare houding van God jegens de mens. En dat weten we alleen door de Schrift. Daarom zei de Reformatie: hier is de Bijbel. Met de Schrift in de hand kon een mens het opnemen tegen een heel concilie. Nu kan dat ook nog een leus worden. Reformatie vanuit deze drie werkelijkheden moet waar gemaakt worden in Gods kerk. Het gaat er om dat er in de kerk wat gebeurt. Reformatie betekent dat er een kerk is gekomen, waarin deze zaken naar voren zijn gekomen. Zo wordt men gestimuleerd om door te geven wat ontvangen is.
Vier aspecten zijn er aan dit kerk-zijn.
De kerk is krachtens goddelijke verkiezing een heilsinstituut. Het heeft Gode behaagd het zo te doen. Als we klagen over gebrek aan kerkelijk besef dan hebben we niet te klagen over dingen die God beschikt heeft. Reformatie wordt een leus als er geen kerk is.
De kerk is ook een heiligingsinstituut. Er moet ook heiliging zijn. Tucht betekent: de kerk moet me helpen op de weg van de heiliging. De Kerk is ook gemeenschap der heiligen. Zonder dat is reformatie een leus. Maar waar genade en de Schrift functioneren daar is de gemeenschap. Wie dat ziet moet vergeving vragen voor een onbroederlijke houding. Het geheim is het sola fide - alleen door het geloof. Zo is de kerk een moeder, die ons voedt en verzorgt.
En tenslotte gaat het om de kerk als lichaam van Christus. Dat moet de diepe achtergrond zijn. Alles moet door deze gedachte worden gedragen. Het eigenlijke subject van alle kerkelijk werk is Jezus Christus, het Hoofd der Kerk. Alles is een leus als je niet weet van de gemeenschap met Christus. Alleen door de Schrift zijn Zijn wegen bekend. Dat is Zijn belofte. Zijn keuze. Niemand anders dan Jezus Christus alleen. Dat is de werkelijkheid, de ervaring, de bevinding van Gods kinderen. Daarom bidden we: bewaar en vermeerder Uw kerk. Als dat gebeurt kunnen we rustig zijn. In Zijn hand ligt de toekomst van onze kinderen. Ze zijn in Uw hand. Ten diepste is het niet onze keuze - niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitverkoren. Zo mogen we leven onder de belofte van Hem, wiens woord betrouwbaar is: Ik roem in God, ik prijs 't onfeilbaar Woord.
De bekende laatste twee verzen van Psalm 56 werden na deze hartverwarmende en kerkliefde uitstralende toespraak gezongen.
De studenten collecteerden na een bekwame aanbeveling van een zich onbekwaam noemende aankondiger van collecten.
Intussen bleek na afloop dat de collecte dit jaar enkele duizenden guldens hoger was dan vorig jaar. Nu bijna ƒ 9.000,-.

Slotwoord
De president-curator, ds. M. Vlietstra, sprak traditiegetrouw het slotwoord, beginnend met de dank aan diverse instanties en personen, niet het minst de sprekers, die ernstig, indringend en onderwijzend hadden gesproken.
Hij wees op Psalm 74:10: Aanschouw het Verbond. Hoe groot God ook is in de Schepping en de geschiedenis, de laatste grond voor het beroep op de Heere in de noodsituatie is Gods trouw, Gods verbond. Gods beloften zijn ja en amen. Daarom dit beroep op God: aanschouw toch het verbond! Wie dit pleitend worstelen kent, weet: mijn bede heeft Hij nimmer afgewezen. We mogen de Heere houden aan Zijn eigen woord. Dat is geloofswerk. Om mij, om ons kan het niet, maar alleen om U. De Heere heeft lust om te verhoren. Zijn eigen eer is er mee gemoeid. Het is synodetijd. Mogen de afgevaardigden met dit gebed in het hart hun werk doen. Gods werk gaat door. Het bloed op Golgotha is niet vergeefs gestort. God zal Zijn waarheid nimmer krenken maar eeuwig Zijn verbond gedenken.
Met dankgebed werd geëindigd. Daarna zongen we staande Ps. 69:14. „Laat al wat leeft Zijn trouw en goedheid prijzen."
Zo leefde het bij velen nadat zij het kerkgebouw hadden verlaten. Er was dankbaarheid voor de kracht die er van deze dag uitging. Vele handdrukken werden gewisseld en vele afspraken gemaakt.
Moge Gods zegen Hogeschool en Kerken vergezellen in de komende maanden.

J.H.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1989

De Wekker | 12 Pagina's

Samenbindende Schooldag

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1989

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken