Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Synode van Groningen 1989 (VI)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Synode van Groningen 1989 (VI)

11 minuten leestijd

Lang zullen ze leven!
Donderdag 21 september was voor enkelen een bijzondere dag: om te beginnen was diaken A. de Jong uit Drachten 23 jaar getrouwd. Zijn beroep is banketbakker; het leverde de leden van de Synode heerlijk Fries oranjegebak op bij de koffie!
Prof. dr. W. van 't Spijker vierde op deze dag zijn 63-ste verjaardag. Hij had er een dag vrij voor genomen en bedankte 's avonds telefonisch voor de gelukwens die de Synode hem zond.

Evangelisatie
Woensdag bij de behandeling van het rapport over de zending was reeds opgemerkt dat zending steeds dichter bij huis kan worden gezocht: Europa is in het vizier; de volgende dag stond de „inwendige zending" - de hervormde term - geagendeerd: evangelisatie.
Voorzitter ds. J. Vogel en penn. br. P. de Korte kwamen aan de moderamentafel zitten. Het is een moeilijke periode geweest voor de deputaten: een groot gedeelte van de verslagperiode heeft de landelijk vrijgestelde, ds. J. Kievit, zijn werk wegens ziekte niet kunnen doen. Gelukkig is hij onlangs weer volledig begonnen. E.e.a. betekende wel dat de evaluatie over de betekenis van het instituut van de vrijgestelde nog niet goed afgerond kon worden.
Deputaten moesten verder rapporteren dat het niet kon komen tot een gesprek met de Stichting Evangelisatie Oost-Vlaanderen. Een beroep van de Synode van 1986 op deze Stichting om een gesprek met deputaten te openen om de krachten in België te bundelen is door haar niet gehonoreerd; men heeft er geen behoefte aan. Dit werd door de huidige Synode betreurd.
Overigens wordt heel veel werk verricht door en namens deputaten: rondom Schoorl, in Twente, in Antwerpen, in Amsterdam, kinderclubs rond Rotterdam enz. Een bijzonderheid daarbij is wel dat in de Synode een klaar geluid werd gehoord over de besteding van de gelden: laten zij vooral gaan naar het daadwerkelijk bedrijven van evangelisatie; het is in ons land zo broodnodig. Een lans werd gebroken voor meer mogelijkheden voor het werk dat ds. H.P. Brandsma doet in Amsterdam, waar nu al ongeveer 40 moskees zijn!
Deputaten waren erg blij met deze woorden: „de velden zijn wit om te oogsten" - bewustwording van de gemeente blijft zeer noodzakelijk. Ook Licht en Waarheid (vrn. op randkerkelijken gericht) en de Elisabeth-bode (doelgroep m.n. buitenkerkelijken) verdienen onze steun.

(Hoge) Overheid
's Middags kwam mr. dr. C.J. Verplanke, burgemeester van Ridderkerk, secretaris van deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid en alom bekend om zijn taalgebruik ter vergadering. Hij kon ons melden dat wij voor het eerst op wettige wijze een Synode houden; opverende Synodeleden werd duidelijk gemaakt dat dit niet aan de Synode was te danken, maar aan de Overheid: tot voor kort was men als kerk verplicht toestemming te vragen voor een te houden Synode - we hebben ons er sinds lang niet aan gehouden. Nu is de Wet op de Kerkgenootschappen afgeschaft en is deze „zonde" daardoor opgeheven. De norm is dus aangepast aan de situatie . . .
Deputaten hebben hard gewerkt, vooral binnen het CIO: Interkerkelijk Contact in Overheidszaken. Daar heeft bijzondere aandacht gehad het rapport van de commissie Hirsch-Ballin, dat handelt over de overheidssteun en -faciliteiten aan kerkgenootschappen (men denke aan het gevangenispastoraat en de geest. verz. militairen!). Ook de Wet Gelijke Behandeling is voorwerp van contact met de Overheid geweest.
Al met al is dit een terrein waarvoor echte specialisten binnen de Kerken nodig zijn. We mogen dankbaar zijn (aldus de praeses) voor uw werk; er is veel waardering voor.
De naam van het deputaatschap zal worden gewijzigd in: deputaatschap voor het contact met de Overheid.

„Amersfoort"
Iedereen herinnert zich nog de spanning bij de Synode van 1986 rond de kwestie „Amersfoort". In een rapport kon de benoemde commissie dankbaar melding maken van de volledige oplossing van deze zaak, onder Gods zegen. Ieder was er blij mee!

Een uitje
Vroeger was het gebruikelijk dat op één van de Synodedagen er ruimte was voor een uitje. In de jaren '83 en '86 was daar niets meer van gekomen. Maar de kerkeraad van Groningen had deze traditie weer opgepakt en had voor donderdagmiddag een boottocht in en om Groningen georganiseerd. Een welkome afwisseling voor de hard werkende (al zeg ik het zelf) leden van de Synode. En je hoort nog eens wat op zo'n boottocht; maar daar hoop ik u een andere keer nog iets over te vertellen.

Hulpverlening binnen- en buitenland
Donderdagavond 21 sept.: allereerst aandacht voor het werk van de hulpverlening; aanwezig waren voorzitter drs. W.C. Moerdijk en secr./penn. br. H. Medema. Op de publieke tribune o.a. enkele medewerkers van het bureau in Veenendaal: de brs. J.N. Noorlandt en H.H. van Well.
Het is een deputaatschap waarvoor veel meer wordt opgebracht aan financiële bijdragen dan het vastgestelde bedrag; dat komt vooral door de februari-collecte. De zaak van de hulpverlening lééft in de Kerken; daar zijn deputaten dankbaar voor. Toch zouden zij graag nog meer willen doen; in andere Kerken (zo deputaten) worden nog grotere offers gebracht. Aandacht was er in de Synode ook voor de zgn. „aanloophuizen" die door initiatieven binnen de Geref. Gezindte opgezet worden voor verslaafden in de steden.

Contact met de kerkjeugd
Deputaten voor het contact met de kerkjeugd, in de persoon van voorzitter ds. K. Boersma en secr. ds. G.P. M. van der Linden kwamen ter vergadering. Achter in de Maranathakerk waren veel jongeren om te horen hoe de Synode zou spreken over het jeugdwerk. Ook jeugdwerk-leider br. B. Molenaar was aanwezig.
Het deputaatschap heeft o.a. tot taak contact te houden met het georganiseerd jeugdwerk.
Nu zijn er de laatste jaren een tweetal organisaties: de oudste is de CGJO, de Chr. Geref. Jongerenbond met een jeugdwerkcentrum in Apeldoorn, het Bastion. De tweede is de LCJ, de landelijke commissie jeugdcontacten. De laatste heeft haar leden vooral in gebieden rond Noordeloos, Gooi-Utrecht, Driebergen, Rotterdam en in Noord-Nederland (Friesland).
De Generale Synode heeft zich al verschillende keren beziggehouden met dit verschijnsel van „opdeling" van het jeugdwerk. Het is zorgelijk als ook de jeugd van onze Kerken elkaar niet meer kan vasthouden; al hebben we als ouderen wel de hand in eigen boezem te steken!
De Synode van 1986 had deputaten voor contact met de kerkjeugd opgedragen te bevorderen dat de CGJO en de LCJ met elkaar in gesprek gaan „teneinde onderlinge verwijdering tegen te gaan of zelfs - waar mogelijk - weg te nemen en daarbij zelf een brugfunctie te vervullen."
Helaas moeten deputaten op de Synode 1989 melden dat deze opdracht voor hen niet doenlijk was gebleken. Vooral van de kant van de CGJO waren er veel blokkades te overwinnen geweest; men stelt zich in het Bastion - aldus deputaten - formeel op: als vrije jeugdorganisatie zijn we alleen verantwoording schuldig aan onze leden; met deputaten houden we contact.
Daarbij kwam dat jeugddeputaten zorg hebben over een aantal onderdelen van het jeugdwerk binnen de CGJO. Komen fundamenteel bijbelse zaken als wedergeboorte en bekering voldoende in de schetsen aan de orde? Daarentegen is er met de LCJ een veel gemakkelijker verlopend contact.

Het gesprek ter Synode
De commissie die de zaak had voorbereid was o.a. met een voorstel gekomen uit te spreken dat „alle jeugdwerk in onze kerken in wezen kerkelijk is".
Een grote rij van sprekers diende zich aan. Vrijwel allen betreurden het gebrek aan openheid van de kant van de CGJO en riepen op tot gesprek en het laten varen van een stuk krampachtigheid. Verder werd uit weergave van de geschiedenis duidelijk dat de gedachte van het vrije jeugdwerk zeer oude papieren heeft. Men kan dat niet zomaar laten schieten; aangehaald worden gedeelten uit „De Sleutel" in 1962 van de hand van de toenmalige voorzitter van de bond, ds. J.H. Velema. Dit betekent overigens niet dat het jeugdwerk niet aan Schrift en belijdenis gebonden zou zijn. Maar dat wordt ook door de CGJO zelf beaamd. En de kerkeraden zijn er om in die zin toezicht te houden op de eigen verenigingen. En sprak de CGJO zélf onlangs nog niet over de noodzaak om ook op de verenigingen te spreken over de persoonlijke houding tot de Here?
Andere sprekers uitten grote zorg over de huidige koers; de verontrusting moet nu goed worden weggenomen. Is de huidige LCJ niet de voortzetting van de vroegere Bond ten tijde van „De Sleutel"?
Een van de sprekers vroeg te midden van deze hele discussie ook aandacht voor de ongeorganiseerde jeugd; en voor ouders die met verdriet moeten zien hoe hun kinderen vervreemden van de dienst aan de Here.
De voorzitter van deputaten, ds. K. Boersma vertelde nog dat er sinds kort toch een gedachtenwisseling op gang is gekomen tussen de beide organisaties; „een wolkje als eens mans hand"?
In de tweede termijn kwamen veel voorstellen. Deze hadden alle gemeen dat de gedachten uitgaan naar het instellen van een synodale commissie. Over de opdracht die deze zou moeten krijgen gingen de gedachten echter uiteen: sommigen dachten aan een gesprek met de CGJO waarin de bron van de verontrusting wordt doorgesproken én weggenomen, anderen dachten aan het wegnemen van de ontstane blokkade tussen de gesprekspartners.
De commissie heeft alle voorstellen voor nader beraad meegenomen; in de tweede zittingsweek komt de zaak terug. Het was een moeilijke avond, waarin veel pijn werd gevoeld, maar waarin ook de wil was om de hand toe te steken aan de jongeren, die met zoveel vragen zitten in deze tijd, opdat zij met de Here zullen kunnen leven.

Het lied - de geschiedenis
Het laatste grote onderwerp in de eerste week was het lied.
Het zal bekend zijn dat de Synode, toen in 1983 besloten werd geen gezangen te laten zingen in de eredienst (ook niet als deze overeenstemden met Schrift en belijdenis) tegelijk een andere weg uitstippelde: het zoeken naar berijmingen van gedeelten van de Heilige Schrift - buiten de Psalmen om - die in de gemeente gezongen kunnen worden. In 1986 waren deputaten met een aantal nieuwe liederen gekomen, gemaakt met behulp van dichters en musici uit de Geref. Gezindte; deze waren in de vorm van een proefbundel de kerken aangeboden met „het verzoek deze te beproeven". De bundel heet in de wandelgangen inmiddels „het blauwe boekje".
Deze zouden dan kunnen worden toegevoegd aan de reeds in 1974 vastgestelde Schriftberijmingen uit het voorste gedeelte van het Liedboek voor de Kerken. Zo komt er toch verruiming in het te zingen lied, buiten de „vrije" (in de zin van: niet schriftberijming) gezangen om.

Het lied - 1989
Deputaten kwamen nu ter Synode met de uitslag van een gehouden enquête in de Kerken over de bundel „Schriftberijmingen - proef-bundel voor de Christelijke Gereformeerde Kerken" (bij velen van u wellicht beter bekend als „het blauwe boekje"). Die enquête was voor deputaten niet bemoedigend geweest: een groot deel van de kerkeraden meldde weinig heil te zien in deze bundel; de motieven waren echter zeer verschillend en deputaten hadden ook niet de indruk dat de bundel overal even goed „beproefd" was. Heeft deze een eerlijke kans gekregen? E.e.a. had wel als resultaat dat deputaten geen duidelijke voorstellen aan de Synode durfden te doen.
De commissie van de Synode stond dus voor de taak hier een weg in te wijzen. Maar ook in deze commissie was geen eenstemmigheid:
Voorstel A (het ene deel van de commissie) kwam erop neer dat die gemeenten die met deze proefbundel kunnen werken daarvoor nu definitief de ruimte te geven: de liederen voldoen aan de norm van Schrift en belijdenis, vertolken een gedeelte van de Heilige Schrift op goede wijze; ze kunnen dus ook gezongen worden. Laten deputaten nog verder zoeken naar nieuwe liederen en daarbij vooral aan de feestdagen denken!
Voorstel B behelsde de gedachte nu definitief een punt te zetten achter alle jarenlange beraadslagingen rond het lied. Ook de bundel is geen succes gebleken en de eenheid van de Kerken loopt gevaar. Laten we ons daarom houden aan de 150 Psalmen.

Bespreking en besluiten
Velen voerden over deze materie het woord; en zoals te verwachten was werden beide voorstellen vanuit verschillende hoeken van de Synode bepleit. Het aspect van de eenheid der Kerken was daarbij vooral belangrijk. Maar de rapporteur van de commissie wees er wel op dat een eenheid naar Schrift en belijdenis niet altijd behoeft te betekenen een eenvormigheid in liturgie. Welke ruimte laten we elkaar als gemeenten in ons eigen kerkverband? Moet de binding strikter zijn dan de grenzen van Schrift en belijdenis?
Uiteindelijk kwam de Synode tot stemming. Daarbij bleek dat een krappe meerderheid zich schaarde achter de voorstellen van deel A van de commissie. De proefbundel is dus definitief aanvaard en zal zo mogelijk worden uitgebreid met nog andere Schriftberijmingen; niemand wordt daarbij verplicht ze te zingen, maar wie wil, krijgt daartoe de ruimte.
Het was overigens voor het eerst in deze week dat de Synode echt hoofdelijk moest stemmen; een teken dat in grote eensgezindheid is vergaderd de eerste week. Trouwens ook nu betekende de verscheidenheid van gedachten beslist niet een diepe kloof in de Synode; men respecteerde elkaars standpunt volkomen; de praeses onderstreepte dit laatste met nadruk.
Als laatste: over de financiële kosten, verbonden aan uitgave van de proefbundel hoeven we geen zorg te hebben; door allerlei voordelen en gunstige regelingen zijn de kosten voor de Kerken vrijwel nihil.
Inmiddels is, als u dit leest de tweede zittingsweek van de Synode achter de rug. Daarover D.V. volgende week.

Hoogeveen, D. Quant

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1989

De Wekker | 12 Pagina's

De Synode van Groningen 1989 (VI)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1989

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken