Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Pinksterdag vervuld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Pinksterdag vervuld

Over het verband tussen oud- en nieuw testamentisch Pinksteren

9 minuten leestijd

Voor ons is het een bekende gedachte dat Pinksteren het feest van de vervulling is. In het begin van het boek Handelingen komen we het vervullingsmotief meermalen tegen. De plaats van Judas (1:20-22), de Pinksterdag (2:1), het huis (2:2), de mensen (2:4) en de profetie (2:16) worden vervuld.
Opmerkelijk is dat Handelingen twee opent met de woorden: „En toen de dag van Pinksterfeest vervuld werd" . . . (De nieuwe vertaling is te vlak als die vertaalt: „En toen de Pinksterdag aanbrak" . . . ). Het woord Pinksteren betekent de vijftigste dag. In dit artikel gaan we in op de vervulling van de Pinksterdag, de vijftigste dag en trekken enkele lijnen van het Pinksterfeest in het Oude Testament naar het Pinksterfeest van het Nieuwe Testament.

Op de Pinksterdag vindt het feest van de uitgieting van de Heilige Geest plaats. De vervulling van de Pinksterdag is dus de uitstorting van de Heilige Geest. Dat betekent dat het oudtestamentische Pinksterfeest ten diepste was aangelegd op deze gebeurtenis, die ons door Lucas in Handelingen twee wordt beschreven. Op de nieuwtestamentische Pinksterdag komen de volle bedoeling en betekenis van het oudtestamentisch Pinksterfeest openbaar. En dan heeft dit feest, zoals alle feesten in het Oude Testament, te maken met de grote daden van God. En Gods grote daden zijn alle daden die met Christus en met Zijn werk te maken hebben. Dat Christus leed en stierf aan het kruis voor de Zijnen, dat Hij opstond uit de doden rond het Paasfeest laat ons zien dat het Pascha pas vervuld wordt in het plaatsbekledend lijden en sterven en in de opstanding van de Heere Jezus Christus. Het oudtestamentisch Paasfeest was op Christus aangelegd.

Hetzelfde is te zeggen van het oudtestamentisch Pinksterfeest. Pinksteren is afhankelijk van Pasen. Het is een „afhankelijkheidsfeest". Zonder Paasfeest kan het geen Pinksterfeest worden. Het behoort tot de aard van het Pinksterfeest dat het een „afhankelijk" feest is. In Israël was het Pinksterfeest oorspronkelijk een oogstfeest. Pasen was dat eveneens. Het Paasfeest werd gevierd aan het begin van de oogst en zeven weken later, op de vijftigste dag, na het binnenhalen van de oogst, werd het Pinksterfeest gevierd. Men vierde dan het feest van het binnenhalen van de oogst van de tarwe na de gerst. De vijftigste dag was dus een afsluitende feestdag na de oogst. In het Oude Testament heet deze feestdag nergens Pinksterdag omdat de naam Pinksteren een grieks woord is en pas in gebruik kwam in de tijd tussen het Oude en Nieuwe Testament.
In het Oude Testament heet het feest: het feest van de oogst, van de eerstelingen van uw vruchten (Exodus 23:16a); het feest van de weken, van de eerstelingen van de tarwe-oogst (Exodus 34:22a); de dag van de eerstelingen, uw (feest van de) weken (Numeri 28:26-31). Wat er op het feest gebeuren moest en hoe het verliep, leest u in Leviticus 23:15-22 en Deuteronomium 16:9-12. Voor dit feest vinden we dus benamingen als: het feest van de oogst, het feest van de eerstelingen, het wekenfeest. Deze laatste benaming is nog steeds gangbaar bij de joden.
Het Pinksterfeest was een van de drie grote, oudtestamentische pelgrimsfeesten: dan trok men, als het enigszins kon, op naar het heiligdom in Jeruzalem. De twee andere pelgrimsfeesten zijn het Paasfeest en het Loofhuttenfeest.
Het eigenlijke Pinksterfeest duurde maar één dag. Vandaar dat Lucas in Handelingen 2:1 kan schrijven: „En toen de Pinksterdág vervuld werd . . ."
Op de Pinksterdag moest een heilige samenkomst worden gehouden (Zie Leviticus 23 en Numeri 28). De gemeenschap moest erdoor worden versterkt. Het was een dag van vreugde voor het aangezicht van de Heere (Deuteronomium 16:9-12).
De discipelen van de Heere Jezus Christus zijn op de Pinksterdag allen bijeen (Handelingen 2:1). Ze wisten van tevoren niet dat op deze dag de Heere Jezus Zijn belofte zou vervullen, namelijk dat Hij hun de Heilige Geest zou zenden. Christus vervult Zijn belofte aan de wachtende en biddende discipelen op de Pinksterdag. Nu wordt de oogst voltooid. En dan gaat het niet om de oogst, die op het land is gerijpt, maar om de oogst van het verlossingswerk van Christus. Christus Zelf is als een graankorrel in de aarde gevallen en gestorven (Johannes 12:24) maar met de bedoeling om in deze weg veel vrucht voort te brengen. De opstanding op het Paasfeest openbaart dat de dood is overwonnen en dat nieuw, eeuwig leven in Christus is. Christus heeft als het ware de oogst van Gods heil verworven. Van die oogst moet nu worden uitgedeeld. Aan deze oogst moeten miljoenen mensen op aarde deel krijgen. Daartoe is nodig de uitstorting van de Heilige Geest. Christus mag, kan en moet de Heilige Geest uitstorten omdat Hij Die naar recht voor al de Zijnen heeft verworven. Hij zou geen getrouwe Ambtsdrager en Hogepriester zijn als Hij de Geest, Die Hij van de Vader had verkregen, namelijk om uit te storten op Zijn volk op aarde, niet in volheid zou schenken. De rechtsgrond van de schenking van de Heilige Geest is het volbrachte, door de Vader aanvaarde ambtswerk van de Middelaar Jezus Christus. Wat Christus verworven heeft, deelt Hij uit. De verwerving is nooit zonder de toepassing. Verwerving en toepassing behoren beide bij het ambtswerk van Christus. Nooit mogen verwerving en toepassing van het heil van elkaar gescheiden worden.

Zo komt de diepste bedoeling van het Pinksterfeest naar voren: Christus doet delen in al het heil, dat Hij verworven heeft. Daarom is de Geest de eerste grote Gave van de volle oogst van het heil. Hij is Eerstelings-gave: dus Zelf weer belofte en garantie van het eeuwig heil dat zeker komt en waar nu reeds in gedeeld wordt door het gelovig ontvangen van de Heilige Geest en Hij is het onderpand van het eeuwig heil. Daarom is Pinksteren de kroon op de grote heilsfeiten totnutoe: het is afhankelijk van Goede Vrijdag en Pasen maar het doet nu zien en op machtige wijze ervaren dat het offer van Golgotha en de opstanding uit de doden heerlijke heilswerkelijkheden zijn.

Er is met grote waarschijnlijkheid nog een tweede lijn te trekken als we spreken over de vervulling van de Pinksterdag. In de laatste twee eeuwen voor de komst van Christus werd het Pinksterfeest als oogstfeest steeds meer gehistoriseerd. Dat wil zeggen: het was niet meer uitsluitend een oogstfeest maar het werd tot het feest waarop ook de wetgeving op de Sinaï werd herdacht. Deze historisering is ook bij het Paasfeest aan te wijzen: het werd als feest aan het begin van de oogst ook tot het feest waarop de uittocht uit Egypte werd gevierd en herdacht. Prof. dr. L. Floor schrijft in zijn „De doop met de Heilige Geest" hierover op bladzijde 53: „Wel kunnen we aanvaarden, dat de komst van de Heilige Geest op Pinksteren ook de vervulling van de verbondssluiting op de Sinaï is geweest". Als dit waar is, geeft dit op het nieuwtestamentisch Pinksterfeest een verrassend zicht. De eigenlijke bedoeling van het Sinaï-gebeuren wordt dan met Pinksteren gerealiseerd. De tijd van het nieuwe verbond gaat in. Door de komst van de Heilige Geest wordt nu de Kerk het volk van het nieuwe verbond: de Kerk die bestaat uit alle ware Christus-gelovigen uit Israël en de volkeren.

In dit licht gaan we op verrassende wijze de tekenen verstaan, die de uitstorting van de Heilige Geest begeleiden. Er komt immers uit de hemel (!) een geluid als van een geweldige windvlaag en die vult het gehele huis en er vertonen zich tongen als van vuur die zich verdelen en zich zetten op ieder van de aanwezigen in het huis.
Deze tekenen geven nadere uitleg van het heilsfeit van de uitstorting van de Heilige Geest. Meestal worden de tekenen opgevat als algemene beelden, die het werk van de Heilige Geest karakteriseren. De wind en het vuur zien dan op het reinigende en louterende werk van de Heilige Geest (in het hart van de mens) en op de grote kracht waarmee de Heilige Geest werkt.
Stellig is dit een juiste opvatting. Immers, de Heilige Geest Zelf is en blijft onzichtbaar. Als goddelijk Persoon is Hij de Onzichtbare, zelfs wanneer Hij woont in de harten van de gelovigen. De tekenen van de geweldige wind en de vuurtongen maken het onzichtbare werk van de Heilige Geest „zichtbaar" en laten de aard en de kracht van het werk van de Heilige Geest in de mensen uitkomen. De Heilige Geest geeft kracht. Hij is de Geest, Die met alle kracht bekrachtigt. Dit is een kostelijke gedachte in het Nieuwe Testament. En de Heilige Geest doet spreken. Vurig spreken. Hij doet de Naam van Christus belijden, doet van Christus zingen. Hij doet vurig de Vader in de hemelen aanroepen. Hij is de Geest van een nieuw, getuigend spreken en belijden en Hij bewerkt dit als de Geest van de genade en van de gebeden.

Bij de Sinaï (vergelijk Exodus 19 en 20) waren de tekenen (Exodus 19:16-19; 20:18-21) vreeswekkend en onverdraaglijk. Er bleef een enorme afstand tot God. Op de Pinksterdag van het Nieuwe Testament valt deze afstand weg. God Zelf komt wonen in Zijn volk. De tekenen van de geweldige wind en het vuur zijn nu tekenen van de heilskracht van God. Het offer is gebracht. De kracht en het vuur van de drieënige God komen in en over de Kerk en de uitwerking daarvan is grote blijdschap en een krachtig getuigen en spreken. Het Koninkrijk van God wordt werkelijkheid op aarde. Mensen worden geheel in beslag genomen door de zaligheid van God. De Heilige Geest schrijft de geboden van God in nieuwe, vlezen harten. Hij formeert het nieuwe, ware volk van God. Dit volk komt tot de nieuwe, oprechte gehoorzaamheid. De inwoning van de Heere in dit volk is nu zonder afstand: er mag een heel persoonlijke, intieme, zeer krachtige gemeenschap met God en de Zoon zijn, in en door de Heilige Geest. Déze gemeenschap is de ware vervulling van het Pinksterfeest. Het is dan pas tenvolle Pinksteren voor ons als we tot deze gemeenschap komen. Daarvoor zijn nodig een dagelijkse bekering, een dagelijks strijden tegen de zonde en een dagelijks bidden en smeken om de Heilige Geest! Zo gaan we in deze gemeenschap leven en ons dagelijkse leven vanuit deze gemeenschap leiden. Dit is het rijkste wat op aarde mogelijk is. Het is tevens voorsmaak en garantie van de eeuwige, ongestoorde gemeenschap.
De wind en het vuur van de top van de Sinaï zijn neergedaald naar de vlakte van het gewone, alledaagse leven.

J. Jonkman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1991

De Wekker | 12 Pagina's

De Pinksterdag vervuld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1991

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken