Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het feit van het feest - het feest van het feit

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het feit van het feest - het feest van het feit

6 minuten leestijd

Het feit vieren Pasen wordt als feest gevierd omdat het teruggaat op een feit. Dat geldt van alle kerkelijke feesten, die gevierd worden naar aanleiding van de heilsfeiten.
Wat bedoelen we met die viering? Niet minder dan de kracht van het feit opnieuw te beleven in het feest. Het gaat niet maar om de herinnering aan wat toen is gebeurd. Evenmin gaat het er alleen om, dankbaarheid te uiten voor wat we als historisch feit mogen gedenken.
Neen, in de Bijbel heeft het gedenken van de daden van God de bedoeling de kracht van de God van de daden in het heden te ervaren en voor de toekomst van God af te smeken. Het feit als feest vieren is dan ook vanuit het verleden in het heden staan. Het feest van het feit vieren is, toegerust worden met de kracht voor de toekomst.

Slechts één keer per jaar?
Men kan zich in verband met Pasen afvragen of we ons dan wel tot één zondag per jaar moeten beperken. Is het niet veel te weinig om alleen op Paaszondag met het feit van Jezus' opstanding bezig te zijn?
Dat is inderdaad het geval. Wie alleen op Pasen in de prediking aan de opstanding aandacht zou geven, doet aan de bijbelse boodschap in hoge mate te kort. De opstanding is zo'n centraal gebeuren in de verwerving van het heil, dat men eigenlijk geen zondag kan preken zonder het feit van Pasen te noemen. Trouwens het feit dat we de zondag als rustdag vieren is er een duidelijk bewijs van, dat de opstandingsdag - de eerste dag van de week - voor de kerk beslissend is.
Wie de brieven naleest om te zien hoe vaak daarin naar Pasen wordt verwezen, ontdekt dat Paulus en Petrus op onverwachte momenten, midden in hun aansporing of vermaning, midden in hun onderricht of terechtwijzing aan Pasen herinneren. Zij gaan dan terug naar Pasen om de betekenis ervan te laten zien.
Met een aantal voorbeelden wil ik dat duidelijk maken.
Een andere scribent zal op de praktische betekenis van zulke teksten ingaan. Hij zal de betekenis van Pasen voor de persoonlijke beleving (heilsordelijk) en voor de praktijk van het christenleven (ethisch) belichten. Mij is gevraagd om Pasen als feit vanuit de brieven te belichten.

Pasen op Patmos
Laten we beginnen met wat we kunnen noemen: Pasen op Patmos. De Heere Jezus verschijnt in heerlijkheid aan Johannes. Hij zegt hem niet bevreesd te zijn. Jezus is dood geweest en is levend tot in alle eeuwigheden (Openbaring 1:18). Hij verschijnt aan Johannes als de Opgestane. Hij voegt eraan toe dat Hij de sleutels van de dood en het dodenrijk heeft. Deze verschijning gaat rechtstreeks terug op het feit van Pasen. Zonder dat feit zou zowel de verschijning van Jezus als het door Hem gesproken woord niets voorstellen. Men mag zelfs zeggen dat dan aan het boek Openbaring het fundament zou zijn ontnomen.
In dit eerste hoofdstuk ontmoeten we niet enkel een herinnering aan het Paasfeit, maar tegelijk ook de doorwerking daarvan in het heden. Het boek Openbaring is de uitwerking van het Paasfeit. Daarin presenteert Christus Zich aan Johannes als de Opgestane.
Hetzelfde zien we in 2 Timotheüs 2:8. Paulus schrijft Timotheüs over zijn dienstwerk. Alles wat Timotheüs kan meemaken wordt aangestipt. Dan ineens: Denk eraan, houd in gedachtenis dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt. In het contact met en in de kracht van de opgestane Christus kun je het volhouden - en zo ook alleen! Op geen andere wijze dan dat het Paasfeit doorwerkt in je ambtelijke leven. Doordat het voortdurend Paasfeest is, kun je blijven dienen. De kracht van het feit leidt tot de werkelijkheid van het feest. Jezus leeft en wij met Hem. Dit laatste staat letterlijk in vers 11.

1 Corinthiërs 15
Op nog weer een andere manier ontmoeten we de werkelijkheid van Pasen. Ik heb nu op het oog 1 Corinthiërs 15. Het bekende hoofdstuk, waarin Paulus de dwaling weerlegt, als zouden er geen doden worden opgewekt. Dan is ook Jezus niet opgewekt.
De bekende stelling uit onze dagen dat de lichamelijke opstanding geen werkelijkheid is. Er is wel zoiets als spiritueel voortleven van Jezus, en nog steeds de invloed van Jezus ondergaan en met Hem bezig zijn - maar dat Zijn graf leeg zou zijn geweest op Pasen en dat Hij lijfelijk zou zijn opgestaan, is ongeloofwaardig. Hoewel Kuitert zegt de opstanding te aanvaarden, ontkent hij déze lichamelijke opstanding.
Paulus somt al de gelovigen op bij wie de lezers navraag kunnen doen. De meesten ervan zijn nog in leven. Er is een meervoud van getuigen.
Van Jezus' opstanding hangt heel het evangelie af.
Wie de opstanding loochent, maakt de boodschap leeg. Die verwordt tot een leugen. Het evangelie heeft geen kracht. Het geloof dat zich alleen op een aardse Jezus richt, stelt niets voor (vs. 14-19).
Opnieuw treft ons hier de samenhang van het feit en de feestelijke doorwerking. Je hebt niets om te vieren en niets om je aan vast te houden, als het feit geen werkelijkheid was. Het is niet zonder reden dat Paulus de gemeente aan het slot van het hoofdstuk ertoe oproept om vast te staan in het geloof en zich niet door de dwaling te laten meeslepen. Onze toekomst hangt van dit geloof af.
We noemen nog enkele plaatsen zonder daarop diep in te gaan.
Men leze over het met Christus gestorven en opgewekt zijn Romeinen 6:5. Men zie ook Efeziërs 2:5,6 en Colossenzen 3:1; vooral ook 1 Petrus 1:3. Hoe zouden we wedergeboren kunnen zijn tot een levende hoop zonder de werkelijkheid van Jezus' opstanding.

Feit en viering horen bijeen
Het Paasfeit is niet minder beslissend aan Jezus' sterven aan het kruis voor de zonden der Zijnen (Romeinen 4:25). Wie het feit van de opstanding loochent ontneemt aan het feest alle grond.
En omgekeerd: men kan het feit alleen beleven door het te vieren. Hiermee is gezegd, dat het noemen van en het vasthouden aan het feit niet voldoende is. Men moet er ook in het geloof op betrokken zijn. Die betrokkenheid komt uit in het vieren. Dan erkennen we in dankbaarheid en verwondering wat er op Pasen is gebeurd: Jezus heeft de dood overwonnen. Hij heeft het leven terug gekregen en is als de Opgestane door Zijn discipelen herkend.
Moet je de viering tot Pasen beperken? Allerminst. Wie de betekenis van het feit gelovig verstaat, zal ook in de zomer en in de herfst, ja zelfs op Kerstfeest niet zonder het feit van Pasen kunnen. Wij behoeven niet terug achter Jezus' dood. De opstanding kan niet over gedaan worden. Wij staan er achter. Het feit van de opstanding vieren is te mogen delen in de kracht van de Opgestane. Zonder het feit zou de Opgestane in de dood gebleven zijn. Dat is de consequentie van de loochening van de opstanding. De viering van het feit beperkt zich niet tot één zondag, maar strekt zich over heel ons leven uit en is daarom een zaak van elke dag, en van de zondag in het bijzonder - want Jezus leeft!

W.H. Velema

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1992

De Wekker | 12 Pagina's

Het feit van het feest - het feest van het feit

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1992

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken