Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over je geloof spreken (Spreken over je geloof 1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Over je geloof spreken (Spreken over je geloof 1)

8 minuten leestijd

Voor menigeen blijkt dit een nogal moeilijke aangelegenheid te zijn. Om tegemoet te komen aan de „onhandigheid" daarin worden cursussen georganiseerd en worden via video „voorbeelden" getoond van een goed en „succesvol" gesprek met buitenkerkelijken. Diverse (Amerikaanse) verkoopmethoden worden „aangewend" om mensen ervan te overtuigen dat, als je het zó aanpakt, getuigen veel eenvoudiger is dan het lijkt en ook veel meer blijkt op te leveren. Soms krijg je de indruk dat het werven voor de Heere en Zijn dienst „maakbaar" is en je van te voren weet dat, bij een doelmatige opzet en een doelgericht gesprek, de resultaten niet uit zullen blijven en kerkgroei verzekerd is. Wanneer je, om allerlei redenen, niet meent mee te kunnen doen met al deze nieuwe mogelijkheden in benaderingswijze, voel je je wel erg gehandicapt en denk je dat er geen beginnen aan is.
Als ik eerst het getuigen op déze wijze onder de knie moet hebben, heb ik dan nog knieën te buigen om getuige te zijn, of is het alleen maar bidden geworden of God ónze methoden wil zegenen?
Nu kan God met een kromme stok rechte slagen toebrengen en zou je over methoden best wel eens na kunnen denken of we er niet iets van leren kunnen. Maar daarmee heb je nog geen gesprek over je geloof. En dat móet toch? Of is het zo, dat als het zonodig móét, het meer een wettisch streven is, waarbij de kerk opnieuw „geknecht" wordt in een slavernij, die in strijd is met het wezen van het evangelie?
Hoe dan ook, hoe kom je in gesprek over je geloof en hoe spreek je dan over je geloof?

Je geloof
Uiteraard is dat jóúw christelijk geloof, zelfs het algemeen christelijk geloof. Waarbij je meteen kunt bedenken dat velen dit een betwijfeld geloof vinden in deze tijd van twijfel. En toch spreken we elke zondag opnieuw uit dat dit voor ons het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof is. Zo vast is het.
Vast en zeker.
De kerk heeft dit toch al eeuw in eeuw uit uit-gesproken! Want we zijn niet de eersten die over ons geloof spreken. We kunnen wat dat betreft best nog wel eens wat leren van ons voorgeslacht. Had Guido de Brés zijn leven er niet voor over (en met hem zovelen!) om telkens maar weer te verwoorden: wij geloven en belijden.
Wanneer je over je geloof spreekt, dan spreek je als het ware de Schrift na. Want het is niet een zo nieuw spreken alsof er niet eerder sprake van was, maar het is op een vernieuwde wijze en op een nieuwe manier uitdrukking geven van het aloude geloof. Het geloof dat eenmaal de heiligen is overgeleverd, zoals Judas dit zegt.
Je bent, wanneer je over je geloof spreekt, niet origineel, om het nu zo maar te zeggen. Je moet ook niet origineel willen zijn!
Want de „oorsprong" ligt niet bij óns, alsof wij zo creatief zijn. We hebben het van horen zeggen. We hebben het van Hogerhand, om het nog beter te verwoorden. Alle spreken over je geloof komt in zekere zin van Boven. Daar moet je het dan ook van hebben in het getuigend gesprek tegenover onze naaste.
Je moet er daarom nogal wat voor weten om over je geloof te spreken. Dan moet je toch enigszins dóór hebben waarover het gaat, wat de inhoud van je geloof is. Anders práát je maar, zonder iets te zéggen te hebben.
Je geloof houdt in je geloof in God, in Gods Woord en daarom in alles wat God zegt. Op z'n minst moet je daarvoor een beetje kennis van de Bijbel hebben en zijn daarom de belijdenisgeschriften van de kerk, als een samenvatting van Gods spreken, een geweldige goede „handleiding".
Het is niet zo eenvoudig over je geloof te spreken, wanneer deze kennis ontbreekt. En is het dat niet wat vandaag velen opbreekt, wanneer zij moeten spreken en in wezen met een mond vol tanden staan. We kunnen allerlei methoden bedenken, maar wanneer er geen kennis is van God en van Zijn Woord, hebben we niet veel te zeggen, hoe welsprekend we ook mogen zijn. Tegelijk is er het gevaar dat wanneer je veel kennis hebt van Gods Woord (maar dat gevaar is vandaag niet zo groot, helaas!), je een van buiten geleerd lesje opzegt en iedereen aanvoelt dat het een voet te hoog zit, zoals men dit vroeger omschreef. Want met een geweldige „verstands"kennis kom je er niet. Het spreekt de mensen aan, wanneer de „leer" ons léven is en we het werkelijk hebben geleerd, van God geleerd om maar meteen duidelijkheid te verschaffen. Met een traditionele kennis kom je niet zover. De wereld prikt er al gauw doorheen, dat het aan de buitenkant zit en geen van binnen uit kennen is. Waar spreek je dan over? Over „je" geloof of over hét geloof? We voelen aan dat hier veel meer te leren is!

Afstandelijk
Want als het niet echt is, komt het al snel „redeneerderig" over en daar zit de mens van vandaag allerminst op te wachten, zo hij al enige belangstelling heeft. Want wie heeft het vandaag de dag niet over „zijn" geloof? Waarbij het ene geloof toch niet zoveel aantrekkelijker is dan het andere, wanneer je je oor goed te luisteren legt.
Het komt zo koud over, wanneer mensen over hun geloof spreken, omdat het nu eenmaal moet en het zo nodig moet „klinken" in deze wereld.
Misschien krijgt men het even „warm" als met veel gloed en verve Gods Woord verdedigd wordt, maar deze warmte verdwijnt snel, als het niet méér inhoudt.
In het evangelisatie-werk kun je heel wat dóén, zonder dat het anderen ook maar enigszins overtuigt. Als dominee kan het je overkomen dat men in inrichtingen en ziekenhuizen zegt: u móét zo wel praten, het is uw vak, u wordt er voor betaald! Men verwacht zelfs niet anders, want je besteedt je tijd toch wel economisch!
In veel godsdiensten heb je normen en waarden, die in onze verdorven wereld gelukkig nog overeind blijven staan. Wat zou er anders van onze wereld worden? Maar als deze op zichzelf goede zaken alleen maar gehandhaafd moeten blijven en men ziet dat godsdienstige mensen zich daarvoor inspannen, kan dit toch kil en koud overkomen. Zelfs heel afstandelijk. Het trekt niet aan en is niet aantrekkelijk, wanneer het hart er achter ontbreekt. Je kunt dan als steigerwerk gebruikt worden voor de bouw van Gods kerk, omdat de Heere ook dit afstandelijke in Zijn dienst kan nemen, maar zelf ben je dan een klinkend cimbaal en een luidende schel, om het met Paulus in 1 Korinthiërs 13 te zeggen. Want uiteindelijk gaat het niet om goede gewoonten, hoezeer deze ook te waarderen zijn. Ook niet om het vasthouden van eeuwenoude gebruiken. Het christelijk geloof is meer! Spreken over je geloof is daarom er helemaal bij betrokken zijn, een met hart en ziel getuigen van de Heere.

Persoonlijk
Wanneer we over ons geloof spreken, gaat het om „doorleefd" geloof. Ook al aanvaardt de ander dit niet en wil hij dat ook beslist niet, het spreekt wel aan. Men voelt dat je met overtuiging spreekt, met liefde. Vanuit een kennen van de Heere en een vertrouwen op de Heere, in alle omstandigheden van het leven. Ook met al de strijd die daarbij hoort en die je niet zult verzwijgen, wanneer het er op aankomt.
Wanneer je over je geliefde spreekt, voelt de ander aan, hoe de verhouding is. Je kunt dit koel en zakelijk doen, zoals zo vaak geschiedt helaas. Maar wie van de ander echt houdt, kan dit in zijn of haar spreken niet verbergen. Het is de toon die de muziek maakt.
Dat houdt dan meteen in dat je niet de hele dag over je geliefde praat. Maar wel staat alles in dienst van die ander en „leef" je dag in dag uit met die ander. Er is geen plaats voor „een" ander. Je loopt niet te koop met degene, die je liefhebt. Maar in concrete gevallen is het duidelijk te merken hoeveel je van elkaar houdt.
Dat is dan ook de manier om over de Heere te spreken en over je geloof in Hem. Het zit er in, zou je kunnen zeggen en daarom komt het er uit, als het nodig is. Als iets moois, als iets tussen jou en de Heere, nog meer als iets tussen de Heere en jou.
Het gaat van harte!
Wanneer je zó over je geloof spreekt, dóét het wat! Dat is onmiskenbaar. En is dat niet de bedoeling van het spreken over je geloof? Dan gaat je eigen hart open en doe je in wezen een beroep op het hart van de ander. Omdat je het hart van God hebt (mogen) laten zien. Het persoonlijk delen in Gods liefde en het zelf de Heere van harte liefhebben, maakt je tot een getuige van de Heere. Je kunt het niet eens laten om over je geloof te spreken!
Wat liefde vermag!
Daarmee is het laatste woord over het spreken over je geloof niet gezegd.

Van Amstel

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1996

De Wekker | 16 Pagina's

Over je geloof spreken (Spreken over je geloof 1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1996

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken