Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Simson (III): Als verlosser miskend

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Simson (III): Als verlosser miskend

Bijbelstudie n.a.v. Richteren 15: 1-20

6 minuten leestijd

Onwillig...
Simson stond niet te trappelen Israël van de Filistijnen te verlossen. Trouwen met een Filistijnse deed hij liever Simson bleek onwillig om te verlossen. Israël blijkt even onwillig om verlost te worden. Israël verkiest de rust onder Filistijnse overheersing boven de strijd. Richt. 15 brengt dit wel zeer schrijnend aan het licht.

Simson voert opnieuw oorlog
Na een tijdje van afwezigheid zoekt Simson zijn vrouw weer op. Simson blijft zijn jawoord trouw. Zijn goede bedoelingen blijken uit het geitenbokje dat hij meebrengt. Het dier is bedoeld als een gebaar van verzoening.
Maar Simson kan zijn cadeau niet kwijt. Zijn vrouw is inmiddels uitgehuwelijkt aan een ander! Nota bene aan de ceremoniemeester op het onlangs gehouden bruiloftsfeest. Hieruit blijkt wel dat de Filistijnen dachten met een Israëliet te kunnen doen wat ze wilden. De vader van Simsons gewezen bruid probeert de woede te sussen door hem zijn jongste dochter aan te bieden. Op dat voorstel gaat Simson niet in.
Je zou verwachten dat Simson nu zijn volksgenoten zou mobiliseren om tegen de Filistijnen te vechten. Hij zoekt zijn bondgenoten echter elders: Niet in het twaalfstammenrijk, maar in het dierenrijk. Het vervolg laat trouwens wel zien dat je gemakkelijker vossen kunt vangen om tegen de Filistijnen te strijden dan Israëlieten mobiliseren (vgl. vers 12). Simson vangt er maar liefst 300. Hij blijkt niet alleen sterker dan een leeuw; hij is ook sluwer dan een vos.
Simson stuurt ze er twee aan twee op uit met een brandende fakkel tussen beide staarten gebonden. Zo gaat het rijpe graan in vlammen op. De Filistijnen zien zo met eigen ogen hoe laaiend de richter Simson is. Het is nu echt oorlog!

Simson uitgeleverd
Wanneer de Filistijnen ontdekken waarom Simson de korenvelden in brand heeft gestoken, nemen ze hun maatregelen tegen diens schoonvader en zijn dochter. De bedreiging uitgesproken tijdens de bruiloft (Richt. 14: 15) wordt alsnog uitgevoerd: De vader en zijn dochter komen in de vlammen om, waarschijnlijk doordat hun huizen in brand worden gestoken. Simson beschouwt deze daad van vergelding als een nieuwe aanval aan zijn adres. Hoezeer zijn vrouw hem ook ontrouw is geweest, ze is en blijft zijn vrouw. Met de brandstichters maakt hij korte metten. Daarna trekt hij zich terug in een spelonk.
De Filistijnen hebben het door: Er is een verlosser opgestaan in Israël. Als ze nu niet ingrijpen, zal het gauw gedaan zijn met hun suprematie. Daarom trekken ze met een flink leger Israël binnen. De Filistijnen hebben meer oog voor Gods verlossend handelen door Simson dan de Israëlieten. Dat blijkt vooral als de Israëlieten Simson gevangen willen nemen om hem uit te leveren aan de ten strijde getrokken Filistijnen. Ze verwijten hem zijn optreden tegen de Filistijnen: Je wist toch dat de Filistijnen over ons heersten? Israël heeft een verbond gesloten met de ellende; men wil niet verlost worden.
De Israëlieten nemen Simson gevangen en binden hem met twee nieuwe touwen. Uiteraard had Simson dit gemakkelijk kunnen voorkomen, maar hij laat ze hun gang gaan. Simson blijkt meer te zijn dan brute kracht. Hij kan zichzelf wegcijferen. Simson wil tegen zijn eigen volk niet strijden. Hij laat zich binden om uitgeleverd te worden aan de Filistijnen.
Het zou niet de laatste keer zijn dat binnen Israëls grenzen zoiets gebeurde. Overkwam Christus vele eeuwen later niet hetzelfde? Werd ook Hij niet als een Gebondene door Zijn volksgenoten uitgeleverd aan de heidenen? De Verlosser wordt van de hand gedaan! Simson overkwam het ook al. Verlossen kan heel ondankbaar werk zijn...
Als de Filistijnen Simson zien, gaat er een groot gejuich op in het legerkamp. Toch juichen ze te vroeg. Nog maar net in het leger van de Filistijnen wordt Simson aangegrepen door de Geest. In een ommezien heeft hij de handen vrij om tegen de Filistijnen te strijden. Met een ezelskaak verslaat hij duizend Filistijnen. Als de Heere met je is, ben je zelfs met een ezelskaak al onoverwinnelijk!

Simson zingt vals
Dankzij de Geest van de Heere mocht Simson een glorieuze overwinning behalen, maar in zijn overwinningslied pocht hij op zijn eigen kracht: Met een ezelskinnebakken heb ik duizend man geslagen (vers 16). Hij spreekt slechts van zijn prestatie. Ook de naam die hij geeft aan de plaats waar hij de overwinning behaalde (Ramath-Lechi, d.w.z.: Kaakbeenhoogte) spreekt alleen van eigen glorie. Over de hulp van de Heere rept Simson met geen woord.
Hoezeer het de Heere mishaagt, wordt Simson spoedig gewaar. God laat deze sterke man zijn zwakte voelen. In de heftige dorst die Simson krijgt, verheft God Zijn stem: Simson, zonder Mij kun je niks doen. Je hoeft maar gebrek aan water te hebben en je bent nergens meer! Het brengt Simson op zijn plaats. Het brengt hem op de knieën.
Gods werk in het verleden is voor hem een pleitgrond in zijn gebed. Is het voor de Heere niet typerend dat Hij redt keer op keer? Simson valt geheel terug op Gods werk: Laat God het werk dat Hij begonnen is ook afmaken. Hij mocht aan de hand van de Filistijnen ontkomen. De dorst zal nu toch niet hun bondgenoot worden zodat hij alsnog in hun handen valt? Zo pleit Simson op Gods eigen werk en niet tevergeefs. God geeft Simson zoals eerder Israël in de woestijn water te drinken uit de steenrots!
Simson kan nu met de naam 'Kaakbeenhoogte' niet meer uit de voeten. De naam 'aanroepersfontein' vindt Simson nu een betere naam. Zolang Simson van 'Kaakbeenhoogte' sprak was Simson de man. Nu hij spreekt van 'Aanroepersfontein' erkent hij dat de Heere God is. Die naam herinnert eraan: Wie Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot!


Vragen:
1. Hoe oordeelt u over Simsons huwelijkstrouw (vers 1 en 7)?
2. Hoe is Simson in dit hoofdstuk een type van Christus en hoe overtreft Christus Simson?
3. Hoe komt het dat mensen vaak zo onwillig zijn om verlost te worden? Herkent u dit ook bij uzelf?
4. Wanneer zingen wij vals zoals Simson in dit hoofdstuk? Komt het veel voor denkt u? Hoe zou God ons daar vandaag mee tegen kunnen komen?
5. Wat kunnen we van Simsons gebed leren?

H. Peet

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 2000

De Wekker | 16 Pagina's

Simson (III): Als verlosser miskend

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 2000

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken