Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Alle dingen nieuw

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Alle dingen nieuw

Thema's uit het boek Openbaringen (5)

8 minuten leestijd

Een verlangen naar verandering van wat ons als mensen niet voldoet, is heel algemeen. In bepaalde tijden is zelfs geroepen dat alles anders moest worden. Er zou een algehele ommekeer moeten zijn, een revolutie.De zoektocht van de mensheid naar een betere wereld is meer dan eens geschetst. Het uiteindelijke doel was dikwijls het grootste geluk voor een zo groot mogelijk aantal. Een hemel op aarde! Maar omdat de werkelijkheid in de verste verte niet aan het ideaal beantwoordde, liep het telkens op een ontgoocheling uit.Als in het laatste bijbelboek staat, dat alles nieuw wordt, is dat niet het resultaat van een ontwikkeling of de bekroning van menselijke inspanningen. Het is nieuw, echt en blijvend nieuw, omdat God zegt: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (Op. 21:1-8)
Nadat Johannes de rampen en plagen en de perspectieven op de komende heerlijkheid beschreven heeft, wacht hem nu de taak om te getuigen van het overweldigende visioen van de voleinding.
In den beginne schiep God de hemel en de aarde. En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Er ligt heel veel tussen dat begin en dat einde. Allereerst is er het ontzettende feit, dat de zonde de wereld binnengekomen is en de vreselijkste gevolgen gehad heeft. Maar het centrale en beslissende feit is een heilsfeit. De Zoon van God kwam op aarde en bracht de verlossing tot stand.
Er is al een nieuw begin gemaakt. Wie in Christus is, is een nieuwe schepping, al leeft hij of zij nog in een wereld waarin veel bij het oude gebleven is. God laat het echter niet bij het oude. Het gaat Hem om het herstel en de vernieuwing van heel de wereld, die Hij nooit zal prijsgeven. In Genesis 1 is met hemel en aarde het heelal bedoeld, waarvoor het Hebreeuws geen afzonderlijk woord heeft. In Openbaring 21 is het weer: hemel en aarde.
Het einde, dat aansluit bij het begin, is meer dan het begin. De heerlijkheid van de nieuwe wereld zal die van de eerste wereld nog ver overtreffen. In de oorspronkelijke tekst heeft het woord 'nieuw' niet de betekenis van iets nieuws dat het oude eenvoudig vervangt. Het is van een nieuwe kwaliteit, heel anders dan wat eraan voorafging. Het is een woord dat bij de herschepping hoort. Evenals in 2 Petrus 3:13 duidt het een totale vernieuwing aan. De zee was niet meer. De zee had vroeger iets bedreigends voor de mensen. Ze werden voor grenzen gesteld en liepen gevaar. Dat zal voorbij zijn.

Hemel en aarde worden in één adem genoemd. De hemel is de woonplaats van God. De aarde heeft Hij de mensenkinderen gegeven (Ps. 115:16). In de hemel is alles vervuld van Gods heerlijkheid. Op aarde gaat het nu nog heel anders toe dan in de hemel. De afstand tussen hemel en aarde is van ons uit niet te overbruggen. Maar tot het uitzicht dat ons hier geboden wordt, behoort ook dat de harmonie hersteld wordt. Dat is te danken aan het verzoeningswerk van Christus, die vrede maakte door het bloed van zijn kruis (Kol. 1:20). Hemel en aarde worden verenigd. God woont bij zijn volk en zijn volk bij Hem. Gods verbond met zijn volk is tot zijn voltooiing gekomen.
Het negatieve zal er niet meer zijn: geen tranen meer, geen dood meer, noch rouw, noch geklaag, nog moeite. Er zal immers geen zonde meer zijn en daarom ook de ellende niet die daar het gevolg van is. Het leed is geleden.
De gerechtigheid zal er wonen (2 Petr. 3:13). Ze zal er wonen, omdat God er woont. Nu huist er nog ontstellend veel ongerechtigheid op aarde, maar dan niet meer. Dan is de gerechtigheid er thuis en ontbreekt er niets meer aan de vrede op aarde.
Zo nieuw maakt God alle dingen.

Een nieuw Jeruzalem (Op. 21:9-27)
De heilige stad, die Johannes uit de hemel zag neerdalen, wordt in al haar glans en pracht getoond. Het is een nieuw Jeruzalem. Uit die naam is af te leiden, dat dit beeld aan de heilsgeschiedenis ontleend is. Jeruzalem is in de Bijbel geen stad zoals er meer zijn. Als de stad waar de tempel stond en waar de dienst van de verzoening plaatsvond, was het een unieke stad. Nu trekt God de lijn door en maakt Hij een nieuw begin in een nieuw Jeruzalem.
Jeruzalem is het tegenbeeld van Babylon, de stad waarin het puur werelds toegaat. Babylon moest vallen. Jeruzalem of Sion staat in het Oude Testament ook voor het gehele volk van God (zie Jes.40:2 en 49:14). Er kan daarom een tweede beeld aan toegevoegd worden: dat van een bruid. De stad is als een bruid die voor haar man versierd is. Hoe feestelijk! Daarna blijkt de bruid, de vrouw van het Lam, de heilige stad zelf te zijn (21:10). Het nieuwe Jeruzalem is het volk van God, de gemeente van Christus in een verheerlijkte bestaanswijze. Het is de nieuwe mensheid.
De heilige stad is de stad die God toebehoort. De samenleving - het woord "stad" duidt ook de mensen aan die erin wonen - is door Hem geheiligd. Niets onreins komt er binnen, maar alleen zij die van Christus zijn (21:27).

Hoe we ons het leven in het nieuwe Jeruzalem moeten voorstellen? Het is eigenlijk onvoorstelbaar en ondefinieerbaar, maar de beeldende taal geeft ons er toch een indruk van.
De ontzaglijke afmetingen zeggen dat er voor iedereen ruimte genoeg is. Er staan weer symbolische getallen. Twaalfduizend stadiën is meer dan tweeduizend kilometer. Wat een stad! De kubusvorm - lengte, breedte en hoogte zijn gelijk - herinnert aan het heilige der heiligen van het huis des Heren. De kubus gold toen ook als een volmaakte vorm.
Een tempel is er niet. Dat betekent dat er geen speciale afgebakende plaats is voor het ontmoeten en dienen van God. Alles is heilig en overal is God.
De heilige stad is de lichtstad. God en het Lam zijn het stralende middelpunt. De poorten staan aan alle zijden nodigend open. De volken trekken binnen en leven in het licht. De poorten worden nooit gesloten, want de heilige stad is ook een veilige stad. De namen van de stammen van Israël staan op de twaalf poorten en de namen van de apostelen op de twaalf fundamenten. Dat wijst op de eenheid van het volk van God in de oude en nieuwe bedeling.

Als een nieuw paradijs (Op. 22:1-5)
Bij de beelden die tot uitdrukking brengen, hoe luisterrijk alles zal zijn, zijn er die aan het Oude Testament doen denken. In de rivier van water des levens, die uit de troon van God en van het Lam ontspringt, herkennen we eerst de vervulling van de profetie over de tempelbeek, waarvan de bron in Gods huis lag en die langs het altaar stroomde (Ez. 47). Ook de buitengewone vruchtbaarheid van de bomen en de genezende kracht van de bladeren keren in het visioen van Johannes terug.
Uit deze vervulling van de profetie van Ezechiël volgt, dat zij geen betrekking had op een tweede of derde tempel die in Jeruzalem gebouwd zou moeten worden. De heilige stad die uit de hemel neerdaalt, van God, is een stad zonder tempel.
Met de levensrivier en het geboomte des levens ziet de stad er paradijselijk uit. In de hof van Eden was alles goed zoals God het geschapen had. Nu is de vloek, die door de zonde veroorzaakt werd, opgeheven. Enkel zegen is ervoor in de plaats gekomen en het leven bloeit als nooit tevoren.
Het visioen, dat toch al een hoogtepunt in het boek vormt, bereikt een climax, als er staat: En zij zullen zijn aangezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofden zijn. Eeuwenlang was het voor geen mens mogelijk God te zien en in leven te blijven. Nu zijn de dienstknechten van God van de zonde verlost en vinden ze het leven in een nieuwe gemeenschap met Hem. Bij de troon van God en van het Lam zijn ze in het eeuwige licht.

Zie, Ik kom spoedig (Op. 22:6-21)
Tot driemaal toe klinkt de stem van Jezus: Ik kom spoedig. Het is een bekrachtiging van wat het hele boek ons heeft laten zien en horen: Hij komt! Hoe dichtbij de dag van zijn verschijning is, kon Johannes uit deze woorden niet opmaken en wij evenmin. Hij is onderweg. Hij wil ermee zeggen, dat het er vandaag en alle dagen om gaat, dat wij Hem zullen verwachten. De Geest en de bruid zeggen: Kom! De Geest gaat voorop en de bruid volgt. Het is de Geest van Christus, die zelf naar de voleinding verlangt en zijn werk daarop richt. Het is ook de Geest, die de bruidsgemeente ertoe brengt om voortdurend te vragen: Kom! En laat ieder die deze roep van de Geest en de bruid hoort, ook zeggen: Kom! Aan het slot staat de verzekering van de Heiland: Ja, Ik kom spoedig. Laat ons antwoord dan zijn: Amen, kom. Here Jezus.

J. van Genderen

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 2001

De Wekker | 16 Pagina's

Alle dingen nieuw

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 2001

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken