Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het drievoudige ambt van Christus (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het drievoudige ambt van Christus (3)

8 minuten leestijd

Het ene Middelaarsambt van Christus heeft drie aspecten: Profeet, Priester en Koning. In dit derde artikel gaat het om Zijn zalving tot Priester. Daar is veel over te zeggen. Ik beperk me tot de betekenis van het offer van Christus tot verzoening van onze zonden.

Eeuwige liefde
Waarom is Christus door Zijn Vader mede benoemd tot Hogepriester? Om de band met God te herstellen die wij met onze zonden hebben doorgesneden.
Daarin schittert de grote liefde van God. Hij is niets aan ons verplicht. Toch heeft Hij geheel uit eigen beweging ons de Middelaar geschonken.
In Zijn ontfermende liefde biedt God ons vergeving van zonden aan. Die liefde is dan ook een eeuwige liefde. Vandaar uit opent God de weg der verzoening. In Jeremia 31,3 staat het heel treffend zo: De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. Voor die liefde en vergeving ziet God in ons mensen geen enkele grond of aanleiding. En toch belooft en schenkt God Zijn liefde en vergeving. In Jesaja 43,25 zegt de Heere het zo: Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg, om Mijnentwil, en Ik gedenk uwer zonden niet.

Gods rechtvaardigheid en heiligheid
In de verzoening komt tevens Gods gerechtigheid openbaar. In Jesaja 1,27 staat: Sion zal door recht verlost worden. En zo is het. Er moet voor de schuld van onze zonden volkomen betaald worden. Anders kan en wil de Heere ons nooit vergeven.
De Heere is namelijk ook een heilige God. Dat Hij de Heilige is, betekent ook dat Hij volmaakt is. Gods heiligheid en onze zonde: een groter tegenstelling is haast niet denkbaar.
Vandaar dat de Bijbel ons ook confronteert met de toorn van God. Die toorn is in de Bijbel geen tegenstelling in God met Zijn liefde. Die toorn maakt wel duidelijk wat het gevolg is van onze verbreking van de band met de Heere. Waar Gods toorn ontbrandt, redden mensen het niet. Denk bijvoorbeeld aan Korach, Dathan en Abiram.
Wanneer de Heilige Geest in ons gaat werken, ontdekken we hoe radicaal de breuk met God is. En we leren belijden met Psalm 51: Tegen U, U alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad is in Uw ogen, opdat Gij rechtvaardig zijt in Uw spreken en rein zijt in Uw richten.

Wat bij mensen onmogelijk is, heeft God mogelijk gemaakt: Hij heeft Zijn eigen Zoon gegeven als Hogepriester. Door Christus herstelt God de gemeenschap met zondaren. Hij is gekomen om Zijn leven te geven als losprijs voor velen (Mc. 10,45). Hij heeft gedaan wat wij niet meer kunnen. Hij heeft namelijk precies/volkomen gedaan wat Zijn Vader vroeg. Hij was volkomen gehoorzaam aan de wet van God. Bovendien kwam Hij op zo'n manier op aarde dat God onzer aller ongerechtigheid op Hem heeft doen aanlopen (Jes. 53,6). Alle schuld van onze zonden lag op Zijn schouders. Het volle gewicht van Gods toorn kwam op Hem neer. En zo is Hij gehoorzaam geworden, gehoorzaam tot de dood aan het kruis.
Aan Christus' dood kunnen we aflezen hoe ernstig God de zonde neemt. Tegelijk mogen we er in zien dat in Christus Gods reddende gerechtigheid is verschenen. Wat wij niet meer kunnen, heeft Hij gedaan. Deze Hogepriester was bereid om Zelf het offer te zijn. En daarom is er verzoening bij God te vinden en te verkrijgen (lees Romeinen 3,23-26).

Levenslang offer en kostbaar bloed
Christus' dood was het maximale wat nodig was voor de verzoening van onze zonden. Zijn offerbereidheid bleek echter al veel eerder. Het begon al bij Zijn ontvangenis en geboorte. Johannes de Doper vond het een te grote vernedering voor Christus. Maar Hij Zelf zei: Aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te volbrengen. Zijn Vader vroeg van Hem om helemaal één te worden met de zondaren. Uiteraard zonder zelf zonden te doen. Maar Hij moest als het volmaakte Lam van God wel de weg van alle vlees gaan. Hij moest (zoals het staat in Hebr. 2,17) de broederen in alles gelijk worden.
Tijdens Zijn rondwandeling op aarde hebben de meesten Hem verworpen. Hij had geen gedaante of heerlijkheid dat ze Hem zouden begeerd hebben. Zijn vernedering bereikte op Golgotha het dieptepunt. De priesters van het Oude Testament moesten het bloed van de offerdieren in het heilige brengen. De hogepriester moest één keer per jaar het bloed van de offerdieren zelfs in het heilige der heiligen brengen. Het bloed stond symbool voor het leven. De grote Hogepriester, Jezus Christus, stortte echter Zijn eigen bloed. In Johannes 15,13 zegt Hij Zelf: Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden. In Christus' vernedering komt de diepte van onze schuld én de grootheid van Zijn liefde voor zondaren aan het licht.
Christus' bloed is heel belangrijk voor de verzoening. Want zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving (Hebr. 9,22). Terwijl door die bloedstorting de heilige God en een zondig mens met elkaar verzoend worden. Christus' bloed verzoent onze schuld. Het verlost ons ook uit de macht van de zonde. Op grond van Zijn bloed schenkt God vergeving en een nieuw leven.
Wat een geweldig grote prijs heeft Christus daarvoor moeten en willen betalen! Petrus noemt het dan ook dierbaar/kostbaar bloed (lees 1 Petrus 1,17-21)
Zoals Mozes voor het volk Israël bad, zo wil Christus voor ons pleiten bij Zijn Vader in de hemel. Zijn hogepriesterschap is dus een dagelijks actuele zaak!
Wij mogen in ons bidden pleiten op Christus' volbrachte offer. En Hij wil op grond van dat offer voor ons pleiten bij Zijn Vader.

Dankoffer
Christus' offer is groot en indrukwekkend. En toch heeft het tegelijk alles te maken met ons praktische dagelijkse leven. Terecht belijden we in zondag 12 van de Catechismus dat de vrucht van Christus' priesterschap is, dat ik mij zelf tot een levend dankoffer aan Hem offer. Dan gaat het dus over de heiliging van ons leven. Dat is een leven van dagelijkse strijd. De strijd tussen vlees en Geest (Romeinen 8). Daarbij hebben we Christus als Hogepriester heel hard nodig. Christus heeft als Hogepriester alle aspecten van ons menselijke leven meegemaakt. Hij weet uit eigen ervaring wat het is om te leven in een gebroken wereld vol strijd en verleidingen, vol vragen en verdriet. Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij hen die verzocht worden te hulp komen (Hebr. 2,18.). En in Hebreeën 4,15 staat heel mooi: Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde (lees ook vs. 16).
In het genoemde gedeelte in 1 Petrus 1 verbindt Petrus het kostbare bloed van Christus met de oproep om heilig te leven. In eigen kracht is dat onmogelijk. In Christus' kracht leert de Heilige Geest het ons. Het dankoffer van ons leven dat de Heere van ons vraagt, is van heel andere orde dan het offer van Christus. Ons offer is geen offer ter verzoening. Het is een dankoffer. Het wordt gegeven uit liefde.
Het kost wel iets. Nee, het kost veel: zelfverloochening en kruisdragen. Ons eigen ik moet er aan. Maar ook dat is geen kwestie van betaling. Het is een kwestie van herschepping. Als we door het geloof met Christus verbonden zijn en leven van Zijn offer, komt Hij in ons hart en leven op de eerste plaats te staan. En Hij maakt ons van harte gewillig en bereid om Hem te volgen. Er is betaald. En die betaling bewerkt in het leven van Gods kinderen de hartelijke bereidheid om hun leven als dankoffer aan de Heere te geven.

In de praktijk maken veel christenen (veel te veel) scheiding tussen hun dagelijks leven en hun geloofsleven. Maar we kunnen en mogen de betekenis van Christus' offer niet beperken tot het geestelijke leven. Het heeft alles te maken met ons leven van iedere dag en van ieder moment. De Heilige Geest is nodig om onze ogen en harten ervoor te openen. Vanuit de basis van Christus' offer, komt dan de vrucht van de Geest in ons leven openbaar. liefde, blijdschap, vrede, geduld, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid, enz. (vgl. Gal. 5,22).
Hij had Zijn eigen leven voor ons over. Hij geeft genade, zodat wij ons leven verliezen aan Hem. Dan gaat ons heus niet alles voor de wind, maar door de adem van de Heilige Geest leren we steeds meer geloven dat ons leven vast ligt in het offer van Christus en dat niets en niemand ons van Zijn liefde kan scheiden.

De lengte en breedte en diepte en hoogte van Zijn offer en van Zijn liefde zijn niet te bevatten. Maar Hij geeft ons eens te meer goede moed, hoop en vertrouwen en het verlangen om Hem te dienen en te eren, nu en tot in eeuwigheid.

M. Visser
(drs. M. Visser is predikant van de gemeente Siegerswoude-De Wilp)

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2003

De Wekker | 16 Pagina's

Het drievoudige ambt van Christus (3)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2003

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken