“Een tv-dienst heeft meer kijkers dan onze kerken leden”
Ds. J. van Mulligen rondt actieve diensttijd af
Drs. Jaap van Mulligen gaat per 1 januari met emeritaat. In dit interview gaat de Haagse predikant in op diverse facetten van zijn levensloop. De missionaire roeping stond al die jaren centraal.
“Als ik terugkijk op de afgelopen 40 jaar”, stelt Van Mulligen vast, “zie ik een paar terugkerende elementen. Ten eerste het mogen werken in afhankelijke trouw aan onze Here en zijn kerk. Ten tweede was het gezond om met een open visie naar buiten te gaan. Dit uitte zich in het samenwerken boven de kerkmuren uit. Dit werkt vruchtbaar en relativeert ook. Daarnaast is het missionaire zeker een rode draad door mijn leven.”
Ds. Van Mulligen groeide samen met zijn broer Hein op in Steenwijk. “Wij hebben een gezonde opvoeding van mijn ouders gekregen, waarin het evangelische karakter en vroomheid centraal stonden. Kortom: het evangelie moet door je heen gaan, het moet handen en voeten krijgen. Je zou het een Saksische bevindelijkheid kunnen noemen. We komen uit een echt christelijk gereformeerd nest.
Predikanten die in mijn jeugd veel betekend hebben zijn ds. A. Rebel uit Emmeloord en ds. A.C. Noort in Meppel. Daar heb ik veel van geleerd. Van de Apeldoornse tijd wijs ik op het zelfstandige academische denken van prof. dr. B.J. Oosterhoff en de praktische wijsheid van zowel prof. J. Hovius als prof. W. Kremer. Maar ook van Van Genderen leerde je veel.”
Gang door de kerken
Van Mulligen begon als 24-jarig predikant in 1964 in Wildervank. “Van ouderling K. Geleynse leerde ik veel praktische zaken over hoe met kerkenraad en gemeente om te gaan. Uit mijn bezoeken met oudere ouderlingen leerde ik het gesprek over het geloof te waarderen en te stimuleren.
In 1969 kwam Rotterdam-Zuid. Het was een heel goede tijd. Rotterdammers hielden van weinig praten en veel doen. Heerlijk om mee te werken. We mochten meedoen aan evangelisatie op Katendrecht en in het toen pas gereedgekomen winkelcentrum Zuidplein. Spannend, maar er waren wel mensen die werkelijk luisterden. Ook de omgang met de bewoners van bejaardencentrum De Koningshof ervoer ik als waardevol. Wat een ervaring, vaak gepaard met diepe wijsheid. In Amsterdam was het contact met de studenten bijzonder. Je blijft fris onder de invloed van goede kritische reacties op de prediking. In Lelystad stond de gemeenschappelijke gemeente centraal van NGK en CGK. Geen samenwerking, maar gemeenschappelijkheid. In Den Haag-Zuid was het meer positieve samenwerking, vanuit de gemeenteleden zelf.”
Prediking en pastoraat
Terugziend meent Van Mulligen dat hij in het pastoraat meer heeft ontvangen dan gegeven. “Juist in gesprekken kan je geestelijk leven zich verdiepen. Hoe meer ervaring je hebt, hoe zwaarder het is om goede preken te maken, waardoor de gemeente werkelijk geestelijk kan groeien. In onze kerken wordt terecht de nadruk gelegd op een prediking die concrete toepassing vraagt. Een prediking met een spits naar de gemeente toe. Dat is heel waardevol.
Gezonde haast
Jarenlang heeft Van Mulligen zich ook buiten de directe kerkmuren ingezet voor de evangelieverkondiging. De gemeente kan zijns inziens niet anders dan missionair zijn. “Als we dan luisteren naar de opdracht om alle volken te bereiken, moet er een gezonde haast zijn om de zending een centrale plek te geven. Maar de weerspiegeling van die noodzaak mag op synoden en in de opleiding in Apeldoorn wel iets sterker terugkomen. De financiële omslag is bedroevend laag. Die hoort minstens het dubbele te zijn. Ook als je kijkt naar andere kerken als de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.
We mogen als kerken dankbaar zijn dat we goede werkers in het zendingsveld mochten hebben. Zelfstandig, kritisch, maar die ook van aanpakken wisten. Heerlijk.
Ook de vele bijzondere zendingswerkers die op de meest verschillende terreinen werken, hebben recht op onze waardering en erkenning.”
In eigen land bewaart Van Mulligen goede herinneringen aan de actie ‘Er is Hoop’, waaraan hij in 1982 mede leiding mocht geven. “Het was een unieke beweging vanuit de organisatie die toen nog Instituut voor Evangelisatie heette en nu bekend staat als Agapè. Doel was om ieder huisgezin te bereiken met een magazine waarin we in het kort het evangelie presenteerden. Het was een waagstuk. Het was spannend of we de financiering wel rond konden krijgen. Maar het is gelukt. Elk gezin is bereikt met het magazine. De sticker met de regenboog en de zin Er is Hoop hebben indruk gemaakt. Vele mensen hebben de weg naar God en de kerk gevonden of weer teruggevonden. Twintig jaar later zou een soortgelijke actie anders van aard zijn. Nu zouden we andere media inzetten.”
TV-diensten
Meer dan 20 jaar was de bijna-emeritus betrokken bij deputaten radio en tv-diensten. “Dat was geen hobby, geen verloren moeite”, merkt hij daarover op. “Onze kerken tellen 75.000 leden, Maar een tv-dienst heeft tussen de 80.000 en 100.000 kijkers. Een enorme uitdaging om veel buitenkerkelijken en randkerkelijken te bereiken. Het zaaien heeft nut en draagt vrucht. Zendtijd voor Kerken kenmerkte zich door een bijzonder fijne samenwerking. Naast de kerkdiensten waren de voorprogramma’s een schot in de roos. Zo breng je zending en diaconaat sterk in beeld.
De media ontwikkelen zich snel. Internet vormt nu een grote uitdaging. Den Haag-Zuid was een van de voorlopers van het uitzenden van de kerkdienst via internet. Wonderlijk en mooi dat een dienst tegelijk te horen is in Den Haag, Spanje en Zuid-Afrika! Heel de aarde hoort het evangelie!”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 2005
De Wekker | 16 Pagina's