Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ezechiël ziet Gods heerlijkheid (Ezechiël 1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ezechiël ziet Gods heerlijkheid (Ezechiël 1)

Ezechiël 1: 1-28

6 minuten leestijd

Ezechiël hoorde bij de tweede groep ballingen die naar Babel werd gedeporteerd. Op dat moment wonen de meeste joden nog in Juda en is de tempel nog niet verwoest. In Babel wordt Ezechiël in het 30e (levens)jaar tot profeet geroepen. Hij kwam uit een priestergeslacht. Volgens de wet van Mozes begon het ambtswerk van de priesters als ze 30 jaar waren. Ezechiël kan geen priester zijn; hij is ver van de tempel in de vreemde. God roept hem tot profeet. In hoofdstuk 1 lezen wij het roepingsvisioen.

Gods troonwagen
Op prinsjesdag rijdt de koningin in de gouden koets. Die koets is alleen voor haar en haar naaste familie. Die koets wordt begeleid door lakeien in prachtige uniformen die ernaast lopen. Ze moeten de koningin beschermen. Maar zij onderstrepen ook de koninklijke waardigheid. Denk maar aan dat beeld om Ezechiël 1 te begrijpen.
Ezechiël ziet Gods heerlijkheid. Die heerlijkheid komt naar hem toe. God rijdt a.h.w. in zijn hemelse troonwagen van Jeruzalem naar Babel om zijn woorden aan Ezechiël mee te delen. Ezechiël ziet een stormwind uit het noorden (vs. 4). Een grote wolk met een flikkerend vuur; omgeven door glans. In het Oude Testament zijn een wolk (die Gods heerlijkheid bedekt) en storm en vuur tekenen van Gods aanwezigheid. Het spreekt van Gods majesteit omgeven door glans. Die storm komt uit het noorden. Dat wijst op de karavaanweg die er liep van Jeruzalem naar Babel. De Here komt uit Jeruzalem vandaan. In eerste instantie kan Ezechiël Gods troonwagen niet zien. Hij wordt bedekt door die wolk. Als die troonwagen dichterbij komt, kan Ezechiël het beter zien. Hij ziet midden in het vuur iets dat eruit ziet als blinkend metaal (vs. 5). Ezechiël kan het met moeite omschrijven; want het is een en al schittering.

Cherubs
Als Ezechiël toekijkt, ziet hij vier wezens (SV: vier dieren). Ze hebben de gedaante van een mens. Deze wezens hebben vier aangezichten en vier vleugels. In hoofdstuk 10 ziet hij ze weer. Dan zegt hij dat het cherubs zijn. Engelen, die de heerlijkheid van God bewaken. Hun benen zijn recht; ze hebben dus geen kniegewricht. Hun voetzolen fonkelen als gepolijst koper. Het is dus alles glans en majesteit wat ze uitstralen. Deze cherubs kun je vergelijken met de lakeien bij de gouden koets. Ze bewaken de Here. Hun aanwezigheid spreekt ook van Gods majesteit. Denk niet te klein van Zijn grootheid. Het is niet zeker wat er met de vier gezichten bedoeld wordt. Exegeten gaan er verschillende kanten mee op. Misschien zijn die vier gezichten alleen maar bedoeld om de heerlijkheid van cherubs te tekenen. Ze stralen iets af van de heerlijkheid van hun Koning. Ze begeleiden niet alleen de troonwagen; ze dragen die ook. Met twee vleugels bedekken ze hun lichaam en met de andere twee vleugels zijn ze met elkaar verbonden. Ze vormen een raamwerk waarop Gods troonwagen rust. Zo dragen ze de Koning der koningen tot vlak voor Ezechiël.
Wat is nu de bedoeling van die Godsverschijning? Het is een geweldige bemoediging voor de mensen die naar Babel gevoerd zijn. God vergeet je niet, maar zoekt je op met zijn boodschap van genade. Maar het is ook een ernstige waarschuwing voor de joden in Juda en Jeruzalem. Zij voelen zich veel beter dan de volksgenoten die in ballingschap zijn gevoerd. Zij zijn niet naar Babel verbannen. En zie, nu trekt de Here met zijn troonwagen juist uit Jeruzalem weg naar Babel toe.

Raderen
Als Ezechiël Gods troonwagen uit de wolk te voorschijn ziet komen dan ziet hij nog iets bijzonders. Vier raderen (vs. 15-21). Vier wielen aan de troonwagen van God. Die raderen schitteren als turkoois; ze stralen hemelse heerlijkheid uit. Ze hebben een bijzondere vorm; alsof er een rad is midden in een rad. Het lijkt net alsof er in die wielen een ander wiel is dat er dwars op staat. Zo komt het dat ze vier kanten op kunnen rijden zonder te draaien. Verder zijn het hele grote raderen en zijn de velgen rondom vol ogen. Er gaat iets indrukwekkends vanuit. Ze zien alles wat er gebeurt. Die wielen gaan samen op met de cherubs. Ze worden geleid door dezelfde geest. Ze gaan die weg die God hen opdraagt. Wat betekenen die raderen? Wel raderen zijn een beeld van het voort wentelen van de geschiedenis. Soms lijkt het alsof alles wat er gebeurt een samenloop van omstandigheden is. Maar het is niet waar. God houdt het in zijn hand. De wielen gaan die kant op waarheen de geest maar wil. God leidt de geschiedenis zo, dat door alles heen zijn Koninkrijk komt.

Gods troon
Ezechiël ziet boven de cherubs en de raderen iets wat hij niet precies omschrijven kan (vs. 22-28). Het lijkt een uitspansel van ijskristal. Noem het maar het koetswerk van Gods troonwagen. Die overkapping van kristal wordt gedragen door de cherubs. Als de cherubs stil staan, hangen hun vleugels slap neer. Maar als ze in beweging zijn, is het een geweldig geruis. Ezechiël vergelijkt het met het gebruis van vele wateren en met de stem van de Almachtige en het dreunend geluid van een marcherend legerkorps. Dan hoort Ezechiël de stem van God. Als God spreekt, zwijgt alles. De cherubs zijn één en al eerbied. Ezechiël ziet ook een verschijning van God. Die kristallen overkapping blijkt doorzichtig als glas. Daar boven ziet hij iets dat de vorm heeft van een troon en schittert als hemelsblauwe edelsteen. Op die troon ziet hij een gedaante die er uitziet als een mens. Het is geen mens. Zijn gedaante lijkt op die van een mens. Ezechiël worstelt met de taal om dit heilige onder woorden te brengen. Ook om de schittering en de heerlijkheid van die gestalte te verwoorden. Het spreekt alles van Gods heerlijkheid, maar ook van zijn genade. Want in die glans ziet hij ten slotte de regenboog die spreekt van Gods verbondstrouw.


Gespreksvragen
1. Is er bij ons voldoende besef van Gods heiligheid en zijn majesteit? Waaruit blijkt dat? Wat kunnen we op dit punt van Ezechiëls visioen leren?
2. Het is een troost voor de ballingen dat de Here naar Babel komt en een waarschuwing voor de joden in Jeruzalem en Juda. Wat heeft dat ons als gelovigen te zeggen?
3. Een rad midden in een rad. Door Gods ingrijpen gaan dingen soms heel anders. Hoe is dat in de geschiedenis van Esther en de wijzen uit het Oosten? Zijn er ook voorbeelden in onze tijd?
4. Al de heerlijkheid die Ezechiël ziet, is als de aanblik van de regenboog. Wat betekent dat voor ons in de samenleving waarin wij leven?

M.J. Oosting
(ds. M.J. Oosting is predikant te Biezelinge.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 18 July 2008

De Wekker | 16 Pagina's

Ezechiël ziet Gods heerlijkheid (Ezechiël 1)

Bekijk de hele uitgave van Friday 18 July 2008

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken