Bekijk het origineel

Omgaan met geld (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Omgaan met geld (2)

4 minuten leestijd

Nu we het Bijbelse uitgangspunt voor ogen hebben, namelijk dat God Schepper en Onderhouder is van hemel en aarde, dat alles Hem toebehoort, willen we vanuit Oude en Nieuwe Testament de drie belangrijke lijnen illustreren, die daaruit voortvloeien. De drie lijnen zijn: 1. onbezorgd (niet: zorgeloos!) leven, 2. delen met de naaste, en 3. het geven aan God en Zijn dienst.

Alles is geld
Deze lijnen zie je terugkomen in de geschiedenis van Israël. In de woestijn hebben ze op een gegeven moment honger en dorst. De Heere geeft dan vanuit Zijn overvloed: elke dag manna, water uit de rots. Het is alsof God zegt: vertrouw op Mij gedurende die hele lange reis naar het beloofde land door de woestijn; Ik zal voorzien. Dit is de eerste lijn die je door het Oude Testament ziet lopen.
Ook de tweede lijn kunnen we doortrekken. Het volk Israël krijgt namelijk wetten waaruit duidelijk wordt dat er géén armoede mag zijn onder het volk. De Heere draagt Zijn volk op om te delen van de overvloed. In Deuteronomium 15 zegt God: ‘als er onder u een arme zal zijn (…) dan mag u uw hart niet verstokken, of uw hand sluiten voor uw broeder die arm is. Integendeel, u moet uw hand wijd voor hem opendoen en hem overvloedig lenen, genoeg voor wat hem ontbreekt.’ Als je later in de Bijbel de profeten erop naslaat, dan ontdek je dat veel van de kritiek van de profeten juist op het gebied van gierigheid, hebberigheid en het onderdrukken van de armen betrekking heeft.
De derde lijn komt terug in het geven van de tienden. De Israëlieten moesten tienden geven van al hun inkomsten aan de priesters en Levieten. Om te laten zien dat ze afhankelijk waren van God. Als teken van dankbaarheid en toewijding. De Heere verbindt aan het geven van deze tienden Zijn zegen (Deut. 14: 29b). De kritiek van de profeten komt ook op dit gebied scherp naar voren in hun prediking tegen Israël. Heel duidelijk wel in Maleachi 3.

Nieuwe Testament
In het Nieuwe Testament meen ik dezelfde drie lijnen op te merken. Extra wordt gewezen op het gevaar van de aardse rijkdom en opgeroepen om gericht te zijn op de hemelse rijkdom.

In de Bergrede wijst Jezus Zijn leerlingen op de vogels in de lucht en de bloemen op het veld. Zij worden verzorgd door de hemelse Vader. Zou Hij dan niet nog veel beter voor hen zorgen? En dan roept Jezus Zijn discipelen op: ‘Wees daarom niet bezorgd’ enz. Er is een Vader in de hemelen die de hemel en de aarde gemaakt heeft, van Wie alles is. Hij zorgt. Vertrouw daar maar op. Dat is de eerste lijn.

De tweede lijn zien we terug in de prediking van Johannes de Doper. Die geeft als richtlijn: delen met de ander, niet hebberig zijn. Ook zien we dit op een prachtige manier in de eerste christelijke gemeente terug (Hand. 2: 44-45). Verder roept Paulus later op diverse plaatsen op om te offeren voor de gemeente in Jeruzalem waar hongersnood is. Als treffende motivatie kunt u 2 Korinthe 8: 9 lezen. Geven omdat we door het geloof in de Heere Jezus Christus rijk gemaakt zijn.

Met dat vers raak ik al aan de derde lijn. Er is in het Nieuwe Testament geen wet om de tienden te geven, maar het gaat verder: de Heere dienen met alles wat je hebt, met je hele leven. Voor Hem is wat we geven als het ware een test om te zien wat Hij ons waard is.

Gevaar
Wat in het Nieuwe Testament extra opvalt is de waarschuwing tegen het gevaar van rijkdom. Nergens in de hele Bijbel wordt overigens persoonlijk bezit afgekeurd. En we lezen nergens een gebod om te streven naar een voor ieder gelijke levensstandaard. Er zijn genoeg namen van Bijbelse figuren te noemen die rijk waren zoals Abraham, Job en Lydia de purperverkoopster uit Thyatira. Toch klinkt in het Nieuwe Testament nadrukkelijk de waarschuwing voor het gevaar van rijkdom met daarbij de oproep om te leven met een innerlijke afstand van geld en goed. Want geldgierigheid is de wortel van alle kwaad. Heel duidelijk staat dat in 1 Timotheüs 6. Een christen is als het goed is iemand die niet geldgierig is maar juist iemand die leeft van de godsvrucht, van de dienst aan God, van de liefde tot Hem, van het leven uit het Evangelie van zonde en genade. Je kunt niet God dienen en de mammon. Ten diepste moet ons leven als christen gestempeld zijn door de hoop op de stad die fundamenten heeft, juist ook wat het geld en goed betreft. Ons burgerschap is in de hemel (Fil. 3: 20). Dat wordt zichtbaar tijdens ons leven op aarde, dat kan niet anders.

P.W.J. van der Toorn
Ds. P.W.J. van der Toorn is predikant te Heerde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 2013

De Wekker | 16 Pagina's

Omgaan met geld (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 2013

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken