Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gestolde woorden herhalen?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gestolde woorden herhalen?

7 minuten leestijd

Sinds de generale synode van 2001 werken deputaten eredienst aan het opstellen van een nieuwe set liturgische formulieren. Dat werk is intussen bijna geklaard. Ook de komende tijd verschijnt er weer een aantal nieuwe formulieren. Wellicht dat de synode van 2016 de nieuwe set definitief kan vaststellen. Als Christelijke Gereformeerde Kerken hebben we dan vier sets liturgische formulieren: de klassieke formulieren uit de zestiende eeuw, de formulieren uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, de formulieren uit het begin van de eenentwintigste eeuw en de door de Gereformeerde Bond hertaalde klassieke formulieren. Mogen we hier blij mee zijn?

Aan het einde van de vorige eeuw kwam in onze kerken de behoefte op aan nieuwe liturgische formulieren. Met alle respect voor de formulieren die er waren, werd bijvoorbeeld de opmerking gehoord dat er behoefte was aan formulieren in eigentijdse taal, zonder af te doen aan het Bijbelse gehalte. Ook werd de behoefte gevoeld aan een nieuw doopformulier waarin de fundering van de kinderdoop nog steviger verankerd was. En aan een nieuw huwelijksformulier waarin de boodschap van de Bijbel aangaande het christelijk huwelijk helder zou doorklinken. De synode van 2001 gaf deputaten eredienst de opdracht om nieuwe liturgische formulieren te gaan opstellen en daarbij voorrang te geven aan het doop- en huwelijksformulier. Op dat moment werd ik benoemd tot deputaat eredienst. Vanaf het begin tot op heden heb ik dit proces van nabij meegemaakt. Het is een boeiende reis en ervaring geworden!

Werk in uitvoering
Hoe zijn deputaten al die jaren te werk gegaan? Meestal is het zo gegaan dat twee deputaten op zich namen om een bepaald formulier te schrijven. Ze deden dat in overleg met elkaar en legden daarna het resultaat daarvan aan de andere deputaten voor. Uitgebreid stonden we dan tijdens verschillende vergaderingen stil bij wat er op tafel lag. Er werden heel wat aanbevelingen tot verbetering gedaan. Die werden door de twee opstellers verwerkt en daarna lag er een nieuwe versie op tafel die ook weer zorgvuldig onder de loep werd genomen. Soms waren er zes versies nodig voordat we tevreden waren met het resultaat. Dan gingen de conceptformulieren het rapport aan de synode in, die er vervolgens grondig kennis van nam. Ter synode werden de conceptformulieren, na wijzigingen en aanvullingen doorgevoerd te hebben, voorlopig vastgesteld en in een proeve gingen ze vervolgens naar de kerken, die opgeroepen werden om op de nieuwe formulieren te reageren. Vooral op de nieuwe doopformulieren en het nieuwe huwelijksformulier is dat ruimschoots gebeurd. Sommige kerkenraden hadden er zelfs een aparte commissie voor benoemd. Al de opmerkingen vanuit de kerken werden eerlijk gewogen en als er echte verbeterpunten waren, werden die door deputaten overgenomen en aan de synode doorgegeven en voorgesteld. Deze stelde de formulieren ten slotte definitief vast. Opnieuw ontvingen de kerken dan in een eigen uitgave de definitieve nieuwe liturgische formulieren.

Het werk in de kerk
Voor zover mij bekend, hebben de nieuwe liturgische formulieren in een groot deel van onze kerken een ruime ingang gevonden en worden ze daar met waardering gebruikt. Omdat van het nieuwe doopformulier en het nieuwe avondmaalsformulier twee versies voorhanden zijn (een meer leerstellig en een meer vierend formulier), kan daaruit gekozen worden. Ik weet dat er gemeenten zijn waar men de keuze heeft laten vallen op één van de twee, maar er zijn ook gemeenten waar men deze twee versies afwisselend gebruikt. Het is allemaal mogelijk. Een deel van onze gemeenten houdt het liever bij de klassieke liturgische formulieren. Ook dat is geen enkel probleem. Een plaatselijke kerk is geheel vrij in de keuze van de door de synode vastgestelde formulieren. Zover ik kan nagaan, worden de formulieren uit de jaren zeventig van de vorige eeuw weinig meer gebruikt in onze kerken. Het zijn meestal óf de klassieke formulieren, óf die van begin eenentwintigste eeuw die tot klinken worden gebracht.
Na de laatste generale synode mogen ook de door de Gereformeerde Bond hertaalde klassieke formulieren in onze kerken worden gelezen. Deze hertaling is consciëntieus verricht en maken deze formulieren goed geschikt voor kerkelijk gebruik.

Het is wel de bedoeling dat in onze kerken een keuze gemaakt wordt uit déze vier sets. Af en toe hoor ik dat collega’s zelf aan het schrijven gaan en of een aantal formulieren uit andere kerken tot één geheel samensmelten. Onze kerkorde gaat ervan uit dat we onze ‘eigen’ formulieren gebruiken én in hun geheel. En zo hoort het ook.

Waardevol werk?
Een vraag die in verband met onze liturgische formulieren kan opkomen, is: wat is het nut van het steeds weer herhalen van gestolde woorden?
Als bij een bijzonder moment in de liturgie (doop, avondmaal, bevestiging van ambtsdragers of van een huwelijk) steeds dezelfde woorden klinken, is het gevaar zeker aanwezig dat ze zo bekend raken, dat niet meer tot ons doordringt wat er gelezen wordt. En door de uitgeschreven gebeden zou een stukje spontaniteit en warmte in het bidden op de achtergrond kunnen raken. Je leest immers een gebedstekst voor die niet van jezelf is en dat zou de gloed van het bidden kunnen temperen.

Dat gevaar onderkennend, denk ik toch dat het zeer waardevol en heilzaam is dat we als kerken straks vier sets liturgische formulieren hebben. Daarin treffen we een stuk evenwichtig Bijbels onderwijs aan met betrekking tot de bijzondere gebeurtenis (sacrament, bevestiging) waarop het betrekking heeft en klinken eerbiedige gebeden die recht doen aan de Schrift en aan het moment waarop ze klinken. De formulieren zijn ook in overeenstemming met de gereformeerde belijdenis van onze kerken. Over de vragen die in de formulieren worden gesteld, is lang nagedacht en ze verwoorden zo goed mogelijk waarom het gaat. Tegelijk zie je ook in de nieuwe formulieren een bepaald stramien terugkomen, dat al eeuwenlang hetzelfde is en dat ook nauwelijks te doorbreken is. En zo willen alle liturgische formulieren van onze kerken in de traditie van de kerk der eeuwen staan en recht doen aan het Woord van God. Het was indertijd prof. A.A. van Ruler die zo beeldend formuleerde dat we ons in de kerk voegen bij een koor dat al eeuwen de lofzang, de eredienst aan God gaande houdt.

Het is ook goed als rond de sacramenten en andere kerkelijke plechtigheden van tijd tot tijd dezelfde, Bijbelse woorden klinken. Daardoor gaan we onder Gods zegen en door de leiding van de Heilige Geest de inhoud van deze bijzondere liturgische gebeurtenissen des te meer verstaan en er des te meer van beleven. Wie herkent het bijvoorbeeld niet dat na een jarenlange omgang met het klassieke avondmaalsformulier er telkens toch weer dingen oplichten als waren ze nieuw en als maakten ze voor het eerst indruk op je? Dan kan het soms gaan om een enkel woord. En wie heeft niet ondervonden dat als je een nieuw formulier tot klinken brengt in een kerkgebouw, de woorden een wonderlijke werking blijken te hebben in de ruimte waarin ze worden uitgesproken (en hopelijk ook in de harten van hen die ernaar luisteren)?

We mogen er dankbaar voor zijn dat de kerk van de reformatie er ooit voor koos om met liturgische formulieren te gaan werken in de eredienst. Zij deed dit om allerlei wildgroei, zoals eenzijdige belichtingen en bepaalde stokpaardjes van predikanten, te voorkomen. Hoewel onze context veelszins anders is dan toen, blijft en blijkt deze werkwijze van grote waarde. Van sommige gestolde woorden is het goed als we ze blijven lezen en overdenken. Dit geldt zeker voor onze liturgische formulieren.

C.J. Droger
Ds. C.J. Droger is predikant van de kerk te Vlaardingen en sinds 2001 deputaat eredienst.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 2014

De Wekker | 24 Pagina's

Gestolde woorden herhalen?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 2014

De Wekker | 24 Pagina's

PDF Bekijken