Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Sara, moeder van volken en koningen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Sara, moeder van volken en koningen

Lezen: Genesis 17: 1-8, 15-22

8 minuten leestijd

Toen de engelen in de velden van Efratha aan de herders verschenen, was er een engel bij die zei: ‘Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal’ (Luk. 2: 10). Toen de Heere aan Abraham verscheen, toen zei Hij: ‘Ik zal u zegenen, en in u zullen alle volken van de aarde gezegend worden’ (Gen. 12: 2, 18: 18). God had tegen Eva gezegd: ‘Ik zal vijandschap teweeg brengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht. Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen’ (Gen. 3: 15). Het is de verkondiging van het Evangelie, en Evangelie betekent de goede, de blijde boodschap. Het meest vreugdevolle moment op aarde is dan ook dat de Heere Jezus geboren is. Hij is de vervulling van al de beloften uit het Oude Testament. Vreugde, dat zeker, maar in de belofte die Eva ontving, klinkt ook strijd door. Een strijd die gestreden is op Golgotha, waar de overwinning behaald is. Maar ook een strijd die de eeuwen door gevoerd is. Die zichtbaar is op verschillende momenten in het Oude Testament. We zien dat ook in het leven van Abram en Saraï.

Geloofsworsteling

In Hebreeën 11: 11 staat dat ook Sara ‘door het geloof kracht ontvangen heeft om zwanger te worden en een kind te baren’. Maar als we de geschiedenis op ons in laten werken, zien we dat dit niet zonder slag of stoot gegaan is. Er is een geloofsworsteling aan vooraf gegaan, waarin God hen beiden vastgehouden heeft. Hij was het Die in de moeilijke momenten hen steeds weer opzocht.

Maar nu is Saraï op de leeftijd gekomen dat zij niet meer zwanger zal worden. In haar leven is zij onvruchtbaar gebleken. Wat moet er van de belofte van God terechtkomen? Saraï, en Abram met haar, heeft voor een oplossing gekozen die meer voorkwam bij de volken in het Midden-Oosten: het draagmoederschap door een slavin. Hagar werd aan Abram gegeven en kreeg een kind, Ismaël. Dertien jaar lang meende Abram dat dit het kind van de belofte was. Maar voor Saraï was al snel gebleken dat dit niet de juiste weg was, die zij gegaan waren. Zij ervoer geen vreugde aan het kind van de ander. Het bracht juist verwijdering tussen haar en haar man; het bracht ruzie tussen de slavin en haar vrouw. Een donkere tijd voor het gezin van Abram en Saraï.

Het was een geloofsworsteling, waarbij het nodig was dat God hen opzocht om hun geloof te versterken. Want ook in het zoeken van een andere weg was hun geloof zichtbaar. Ze geloofden in de vervulling van de beloften van God, maar als de vervulling op zich laat wachten dan worden er soms eigen wegen gegaan. God zocht hen op en verscheen aan Abram. Abram kreeg een nieuwe naam: hij zal voortaan Abraham heten, want hij zal een vader van een menigte volken zijn. Toen Abraham die nieuwe naam mocht spellen, kon hij hierin nog een bevestiging zien van de weg die hij met Hagar gegaan was. Dat benoemt hij ook in Genesis 17: 18: ‘Och, zou Ismaël voor Uw aangezicht mogen leven.’

Alle volken

Maar God had ook aan Saraï een andere naam gegeven. Voortaan zal zij Sara genoemd worden: ‘Want zij zal tot volken worden en er zullen koningen van volken uit haar voortkomen.’ De beide namen, Saraï en Sara, hebben de betekenis van prinses of vorstin. Saraï heeft de betekenis van ‘mijn prinses’. Abram zal haar geregeld vol liefde zo genoemd hebben, net zoals Adam zijn vrouw in het paradijs liefdevol Mannin genoemd had. Maar deze vrouwen, Eva en Sara, ontvangen beiden een andere naam, een naam met zoveel meer heerlijkheid omdat in die naam de belofte van God verzekerd wordt. Eva, moeder van de levenden; Sara, moeder van volken en koningen.

Daarbij gaat de betekenis van deze namen verder dan het hebben van een groot nageslacht en dat er in het nageslacht koningen zullen voorkomen. Want uit Eva zou het Zaad voortkomen dat de kop van de slang, de duivel, zou vermorzelen. Uit Sara zou het volk Israël, het verbondsvolk van God, voortkomen. Je zou dan verwachten dat er bij de naamsverandering van Sara gezegd zou worden dat uit haar één volk voort zou komen, het uitverkoren volk van God, het volk Israël. Want meer kinderen dan Izak heeft zij niet gekregen, en uit Izak is Jakob geboren en uit Jakob de twaalf stammen van Israël. Uit Sara is dus alleen het volk Israël voortgekomen. Waarom zegt de Heere hier dan in Genesis 17: 16 dat zij tot volken zal worden? Ze is toch alleen de moeder van het volk Israël?


‘Het moet Sara worden, prinses tot eer van God en tot heil voor de volken’


Hier zien we dat de beloften van God verder gaan dan de aardse zegeningen van een groot nageslacht. Het gaat zelfs verder dan alleen het volk Israël. In Abraham wil God alle volken zegenen. Het volk Israël was als een priesterlijk volk te midden van de andere volken. Saraï, mijn prinses, alléén voor Abraham; maar het moet Sara worden, prinses tot eer van God en tot heil voor de volken. Ook het volk Israël mocht niet bezittelijk met het heil van God omgaan. God had hen geroepen, had hun Zijn goede wetten gegeven, zodat ze tot zegen voor de volken zouden zijn. Als we de geslachtslijn van Jezus volgen, dan zien we daar meerdere vrouwen die geen Joods bloed door hun aderen hebben stromen. Denk aan Thamar, aan Rachab, de hoer uit Jericho, aan Ruth, de Moabitische. En Jezus benoemt het in Zijn gesprekken met de farizeeën: ‘Er waren veel weduwen in Israël tijdens de hongersnood, maar Elia werd naar een weduwe in Zarfath bij Sidon gezonden; en er waren veel melaatsen in Israël, ten tijde van Elisa, maar alleen Naäman de Syriër werd gereinigd’ (Luk. 4: 25-27). De zegen van het nageslacht gaat verder dan alleen het volk Israël. Dit volk heeft de wet van God ontvangen om als een priesterlijk volk de volken te dienen en tot een voorbeeld te zijn, maar er is weinig van terechtgekomen. Op enkele hoogtepunten na, op een enkele hervorming onder het koningschap van de vorsten uit het huis van David na is het op de ballingschap uitgelopen.

Vervulde beloften

God heeft het gezin van Abraham gedragen, God heeft het volk Israël verdragen; het volk Israël is geworden tot een voorbeeld van de genade van God. Niet een voorbeeld van goede werken en een voorbeeldige houding, maar in het volk Israël zijn het geduld, de liefde en trouw van God te zien. Aan Abraham en aan Sara heeft God Zijn beloften in vervulling gebracht. Abraham schoof Ismaël naar voren (Gen. 17: 18), Sara lachte in de tent, zij kon het niet geloven (Gen. 18: 12-15). Maar God is Dezelfde gebleven. Mijn verbond zal ik met Izak oprichten, en volgend jaar op deze vastgestelde tijd zal Sara een zoon hebben. Op de vastgestelde tijd is in Bethlehem een Kind geboren. Maria, een dochter uit het huis van David, een nageslacht van Sara, ze is bevrucht door de overschaduwing van de Heilige Geest. Zonder tussenkomst van een man is Gods Zoon mens geworden. In de Heere Jezus Christus heeft God alle beloften uit het Oude Testament in vervulling gebracht, en zullen in Hem hun uiteindelijke vervulling ontvangen bij de wederkomst.

Als Sara in Genesis 21 een zoon mag ontvangen, dan zegt ze in vers 6: ‘God heeft mij doen lachen; ieder die het hoort zal met mij lachen.’ Abraham en Sara hebben al eerder gelachen. Dat was op de momenten dat ze de beloften niet meer konden geloven. Maar nu is in Izak, is in Jezus Christus de belofte vervuld. Nu is het een lachen, niet vanwege onze werken, maar een lachen uit genade, op grond van Gods werk in de Heere Jezus Christus.

Gespreksvragen

1. Evangelie betekent ‘blijde boodschap’. Hoe kan het dat juist gelovigen die vreugde niet altijd ervaren?

2. Het geloof in Hebreeën 11: 1 wordt een vaste grond van de dingen die men niet ziet genoemd. Geloven heeft dus alles te maken met het nog niet of niet ten volle vervuld zijn van de beloften. Welke beloften zijn in jouw leven in vervulling gekomen en welke beloften verwacht je nog? Welke rol speelt het geloof daarin?

3. Het geloof van Abraham en Sara werd op de proef gesteld. In het leven van een gelovige komt dat ook voor. Bespreek samen hoe wij gelovig met de beloften omgaan en hoe wij soms zelf het heft in eigen hand nemen.

4. Welke troost ligt er in Gods doorgaande vervulling van de belofte, ondanks dat het volk Israël niet voldeed aan de bedoeling van God om een priesterlijk volk voor de volken te zijn?

5. Waarin prijzen we God het meest, als we onze goede werken laten zien in de wereld of als we ons beroepen op de vergeving van de zonden en onze zwakheid laten zien?

Ds. J. Hoefnagel is predikant te Zeist

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 2019

De Wekker | 24 Pagina's

Sara, moeder van volken en koningen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 2019

De Wekker | 24 Pagina's

PDF Bekijken