Bekijk het origineel

Bijzonder bekwaam

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bijzonder bekwaam

over vaardig christelijk onderwijzen

4 minuten leestijd

Dinsdag 4 november 2003 promoveerde onze deputaat van Kerkjeugd en Onderwijs Geurt van Hardeveld uit Veenendaal aan de VU met een proefschrift getiteld "Bijzonder Bekwaam". We zijn er natuurlijk best wel trots op zo'n geleerde heer in ons midden te hebben; al blijft hij onder dat alles heel gewoontjes en bescheiden. Zijn betoog over de identiteit van de christelijke school raakt op een indrukwekkende manier de actualiteit. Het bijzondere onderwijs heeft niet meer de vanzelfsprekende plaats die het had. Meer dan ooit moet die identiteit worden waargemaakt. De vragen die Van Hardeveld zich stelde en beantwoordde waren: Op welke manier leveren leraren een bijdrage aan de identiteit van hun school, en welke invloed heeft die identiteit op het gedrag van leraren?

De school en de man/vrouw voor de klas
Ik vermoei u niet met een uitgebreide weergave van het proefschrift. Enkele conclusies wil ik er uitlichten. 1. Alle protestants-christelijke scholen hebben hun identiteit keurig in de grondslagen staan, maar weten daar weinig of niet structureel een herkenbare plaats aan te geven in het hele opvoedkundig leerproces. 2. De man of vrouw voor de klas bepaalt zelf grotendeels hoe hij of zij in de lessen gestalte geeft aan de chistelijke identiteit, al naar de eigen voorkeuren en bekwaamheden van hem- of haarzelf. Nu weet ik uit eigen ervaring dat de man of vrouw voor de klas de meeste invloed op je heeft als kind. Nooit vergeet ik meer juffrouw Broekema of meester Bakker Zij waren voor mij bij uitstek de christelijke leraren. Die vertelden mij en lieten mij ook zien waar gereformeerd voor stond en wat je als (chr.) gereformeerde behoorde te geloven en te doen. Zulke leraren hebben onze kinderen nu. "Mam, ik heb nu toch zo'n fijne juf. Ze kan zo mooi vertellen van de Here Jezus". En juf zal in de klas ook laten zien wat christen-zijn voor haar betekent in de omgang met de leerlingen en in wat ze aandraagt in de andere lessen.
Een goeie juf of meester is natuurlijk nooit weg. Maar staat of valt nu het christelijke van de school met de juf of meester? Daar lijkt het wel op en blijkt ook uit het onderzoek.
De schoolkeuze moet weer worden gemaakt. Regelmatig wordt die keuze door (jonge) ouders bepaald door wat men weet of ziet van de leraren. Dan wordt het zoiets als: 'Zeker, de school is niet meer zo christelijk als vroeger, maar d'r zijn nog wel een paar bijbelgetrouwe meesters en juffen.' Of: "Als vanzelf gaat mijn kind naar die orthodoxe school, want dan weel je zeker dat het goed zit met het christelijke." In beide gevallen gaan we er dan vanuit dat het dus wel goed komt met dat christelijke. Van Hardeveld laat zien dat die schijn bedriegt en stelt:"

Schoolidentiteit
Inderdaad, de man of vrouw voor de klas is bepalend voor het christelijke gehalte van het onderwijs-leer-proces, zowel in zogenaamde gesloten als op open christelijke scholen. De leraar is drager van de "schoolidentiteit". Maar dan is het niet aan hem of haar om daaraan naar eigen believen en bekwaamheden gestalte te geven. Het vertrekpunt is de identiteit van de eigen school. De schoolleiding met het bestuur moet eerst invullen en uitwerken wat ze met hun christelijke onderwijs bedoelen en wat ze daarmee voorstaan. Waar staat onze school voor? Vanuit de gezamenlijke visie worden leraren benoemd en geven leraren gezamenlijk invulling aan het onderwijs-leer-programma. Van Hardeveld: "Godsdienstige activiteiten vinden wel plaats, maar welke invloed dat heeft of zou moeten hebben op het werken in en buiten de klas blijft een open vraag. Ook gezamenlijke bezinning daarop door alle betrokkenen is er nauwelijks. In een tijd waarin ontwikkelingen als secularisatie en multiculturalisering zich in toenemende mate voltrekken is het juist van belang om duidelijk te zijn over de eigen levensbeschouwelijke en pedagogische visie. De samenleving verwacht dat een school helderheid kan bieden over het beleid en de achterliggende visie."
Juist deze dagen ontving ik een uitnodiging voor zo'n herbezinning. In de brief stond: " Het gereformeerd onderwijs is volop in beweging. Er wordt hard gewerkt aan het verzorgen van kwalitatief hoogstaand onderwijs. Een hernieuwde bezinning is gewenst in het licht van de veranderende context waarbinnen het gereformeerd onderwijs haar functie vervult." Gestimuleerd door Geurt's "Bijzonder Bekwaam", denk ik dat ik maar ga.

Ds. S. Otten, deputaat Kerkjeugd en Onderwijs

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 2004

De Wekker | 16 Pagina's

Bijzonder bekwaam

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 2004

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken