Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Genieten van de jacht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Genieten van de jacht

6 minuten leestijd

Er zijn niet veel meiden van haar leeftijd die dezelfde hobby hebben als Elsbeth van Ramshorst (23). De Elspeetse jaagt.

Als meisje van 11 ging ze al met haar vader mee op jacht. Elsbeth, oudste in een gezin van vier meiden, vond het fantastisch. „Het lopen door het veld, uren achter elkaar. De dieren die je ziet, supermooi.”

Ze weet niet beter dan dat het jagen onderdeel is van haar familie. Niet alleen haar vader jaagt, ook haar oom en haar opa voordat deze overleed. „Onze vroegere buurman ging vaak samen met mijn vader jagen. Tussen de middag gingen mijn zusje en ik dan even in de schuur kijken wat ze geschoten hadden. Het verhaal gaat dat toen mijn vader een keer een haas aan het slachten was, mijn zusje en ik als kleine meisjes in de emmer met ingewanden stonden te graaien.”

Wanneer begon je het jagen zelf interessant te vinden?

„Ik heb altijd gezegd dat ik mijn jachtakte wilde halen. Maar pas toen ik klaar was met mijn opleiding tot tandartsassistente in juni 2017 en ’s avonds geen huiswerk meer had, heb ik me aangemeld voor de cursus.”

Was je daar de enige twintiger?

„Nee, dat valt mee. Vaak is jagen een familiehobby die van vader op zoon of dochter gaat. Er waren mensen van mijn leeftijd en een groepje dertigers. En dan nog een flinke groep 50-plussers. Het zijn wel vooral mannen die zo’n cursus volgen, al zie je steeds meer vrouwen. Er was op mijn cursuslocatie één ander meisje van mijn leeftijd.”

Vinden je vrienden het stoer dat je jaagt?

„In mijn vriendenkring kijkt niemand er raar van op. Bijna iedereen weet dat mijn vader jaagt. Wel vragen ze er soms naar, hoe zo’n dagje jagen eruitziet bijvoorbeeld. Want veel mensen hebben geen idee wat het inhoud en denken dat je zomaar altijd alles mag afschieten. Dat klopt niet, hier zijn veel regels aan verbonden. Neem bijvoorbeeld hazen. Die mag je alleen tussen 15 oktober en 31 december schieten, omdat ze dan geen jongen hebben.”

Wat heb je zelf al geschoten?

„Nog niet veel. Schieten is best moeilijk. Als je examen doet van de cursus, moet je op kleiduiven schieten. Maar dat is heel wat anders dan jagen op echte dieren. Ook heeft mijn vader geen eigen jachtveld. Dus wij kunnen alleen jagen als we een uitnodiging krijgen van een andere jager om op zijn jachtveld te komen jagen. Dat is inmiddels een keer of tien gebeurd.”

Op welke dieren wordt er het meest gejaagd?

„De vijf wildsoorten zijn haas,konijn, wilde eend, fazant en duif. Wat grofwild betreft gaat het om reeën, herten en zwijnen. Ganzen jaag je als schadebestrijding, kraaien ook. Veel andere dieren worden gejaagd uit wildbeheer, om ervoor te zorgen dat hun aantal stabiel blijft en niet te veel toeneemt.

Om te mogen jagen, moet je daarom ook veel dieren van afstand kunnen herkennen. Wat dat betreft is de cursus echt stampen.”

Eten jullie het geschotene altijd zelf op?

„Ja, dat is het mooiste. Voordat ik mij voor de cursus wilde aanmelden, zei mijn vader: Dan moet je ook zelf kunnen slachten. Dus dat hebben we nu een paar keer samen gedaan. Ik vind het niet vies, je went eraan. Als ik tijd heb, bereid ik het ook zelf. Mijn moeder soms ook, maar die zit niet altijd op weer een stuk wild te wachten.”

Was het moeilijk om je eerste dier te schieten?

„Nee. Zielig vind ik het niet. Als je bij elk beest gaat huilen, kun je geen jager worden. Ik weet met welke reden ik dieren afschiet. Dat is een groot verschil met voor je plezier zo veel mogelijk dieren neerknallen.

Het geeft een bijzonder gevoel om succes te hebben bij de jacht. Vooral ook omdat je weet dat je daarmee de natuur in stand houdt.”

Hoe ziet een dagje jagen eruit?

„Dat ligt eraan waarop je jaagt. Doe je kraaienbestrijding, dan moet je ’s ochtends heel vroeg beginnen, bij zonsopkomst. Dan zet je lokkers –nepkraaien, red– neer in het veld, zodat andere kraaien denken dat er eten te halen is. Kunnen we in de buurt van de kraaien komen en vliegen die laag over, dan is het makkelijk om ze te schieten.

Jaag je op hazen, dan ben je de hele dag veel aan het lopen door de weilanden en de bossen. Je vormt meters uit elkaar samen een linie en zo loop je het veld af. Loopt er een haas dicht bij jou, dan mag je die schieten. En anders is hij voor je buurman. Met de hazenjacht begin je vaak ’s morgens en het kan wel een hele dag duren. Van hazen mag je zo’n 40 procent van de najaarsstand schieten.”

Wat gebeurt er met het doodgeschoten dier als jagers het niet zelf opeten?

„Ik weet dat kraaien soms in de vriezer worden gestopt om later te kunnen gebruiken voor jachthondentraining. Dat gebeurt ook weleens met een magere eend of een gans.

Jagers kunnen hun buit ook aanbieden op de site van de jagersvereniging. Restaurants en particulieren kunnen dit wild dan bij hen afnemen.”

Is het jagen zwaar?

„Dat ligt aan het soort jachtgebied. Ik herinner me dat ik eens met mijn vader op vossenjacht ging. Dan loop je over de hei, door het bos, door slootjes en door dichte begroeiing van varens en doornstruiken. Dat was zwaar. Ook met tegenwind door een weiland of polder lopen is niet gemakkelijk. En als je voor het eerst je geweer meeneemt, is dat flink wennen. Het weegt behoorlijk zwaar en zit in de weg als je bijvoorbeeld een hek over moet klimmen. Maar op een gegeven moment wennen je spieren aan het gewicht ervan.”

Krijg je ook weleens negatieve opmerkingen over het jagen?

„Niet echt. Ik weet dat sommige jagers weleens uitgemaakt worden voor moordenaar, maar dat heb ik zelf nooit meegemaakt. Het probleem is vaak dat mensen het jagen niet goed begrijpen. Ze weten niet dat we aan heel veel regels gebonden zijn en juist boeren en natuurbeheer van dienst zijn door wat te doen aan overlast en wildoverschot. Ik moet wel zeggen dat ik het ook niet tegen iedereen vertel. Zo heb ik het ook pas later tegen mijn vriend gezegd. Maar wat bleek? Zijn vader, oom en broer jagen ook en zelf verzamelt hij oude jachtgeweren. Dat maakt het extra leuk. Ik zat niet te wachten op een vriend die anti is.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 mei 2020

Terdege | 123 Pagina's

Genieten van de jacht

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 mei 2020

Terdege | 123 Pagina's