+ Meer informatie

Dagen van vreugde…

7 minuten leestijd

Dagen van vreugde waren 't in Apeldoorn, die Gods hand in Zijn oneindige goedheid en wondere trouw bereidde aan onze Kerken. Dagen van blijdschap, in den Heere, van ootmoedige dankbaarheid, gepaard met verwondering over zoveel gunstbewijzen.
Dagen, waarin diep uit de ziel opwelde: wij niets — de Heere alles! Dit op te merken deed, wat anders als schaduw wordt gezien wijken. Overheersend was de sfeer van gewijde vreugde.
Dit begon reeds op Dinsdag 28 October, toen velen den jubilerenden professor J. W. Geels kwamen gelukwensen met 't feit, dat de Koning der Kerk hem veertig jaren aaneen heeft willen gebruiken in den arbeid in Zijn dienst. Veertig jaren lang verbi divini minister te mogen zijn, dienaar des Goddelijken Woords — ' t is genade en ere, en… 't getuigt van werk! Een arbeid, die niet ijdel is in den Heere. Een arbeid, die hier reeds vruchten liet zien, maar waarvan de volle vrucht hiernamaals in heerlijkheid tot eer van God Drieënig zal geopenbaard worden.
Een wondere weelde der ziel zal 't den jubilaris zijn zo langen tijd mede-arbeider Gods te zijn geweest in 't bouwen én bewaren van Zijn Koninklijk! En om dan van die veertig jaren een vijftiental besteed te hebben aan de opleiding van dienaren des Woords, ziet dit is een hoge onderscheiding, die de Heere verleent!
Groot was daarom de dankbaarheid, die zowel de zijnen als ook de andere hoogleraren, curatoren, predikanten en studenten vervulde, toen prof. Geels op Woensdag 29 October een afscheidscollege hield, waarin hij tevens 't rectoraat overdroeg aan prof. v.d. Schuit. Dankbaarheid, omdat in vervulling ging wat in 't begin van dit jaar niemand durfde verwachten! Een drietal maanden was prof. Geels toen zó ziek, dat de vrees zowel hem als de anderen bekroop, dat hij deze heuglijke dagen niet meer zou beleven…… Zo kunt ge begrijpen, dat er dankbaarheid in onzen kring was, toen we dezen algemeen geachten en beminden hoogleeraar toch nog z'n afscheidscollege zagen en hoorden geven! De Heere heeft hen gesterkt en hem en ons de vreugde willen geven van de maat van vijftien jaren hoogleraar te mogen zijn, vol te maken.
Geen wonder, dat ontroering bij den jubilaris werd bespeurd, toen hij dat laatste college in actieven dienst gaf. En welk 'n afscheidscollege! Hij sprak namelijk over 't charisme der wijsheid, die wijsheid, welke vrucht is van wedergeboorte en zonder welke niemand in den vollen zin des woords dienaar des Goddelijken Woords kan zijn. 't Was 'n woord, dat wederom blijk gaf van de brede blik, die den jubilaris kenmerkt, van de warme liefde, die hem vervult vod; den Heer en Zijn dienst.
Op de meest hartelijke wijze vertolkte Ds. W. Kremer als president-curator de dankbaarheid van curatoren voor de arbeid van prof. Geels, en sprak prof. v.d. Schuit een woord uit ‘t hart namens de collega's.
De heer Westerterp sprak als praetor de studenten een woord van warme dank. Stoffelijke blijken van waardeering bezegelden de woorden. Maar bovenal ging aller dank uit lot God, Die ons prof. Geels schonk en Die de maat van zijn arbeidsjaren heeft bepaald. En 't was de jubilaris zèlf, die in die dank voorging en ons toen op de lippen legde: „Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht: Uw vrije gunst alléén wordt d'ere toegebracht!”

In dat belijden gingen we uiteen, maar in datzelfde belijden kwamen we 's middags weer samen in 't Jeugdgebouw om tegenwoordig te zijn bij 't afscheidscollege van Ds. Joh. Prins.
Ds. Prins is gedurende ongeveer tien jaren lector geweest aan onze Theol. School, waar hem een zeer belangrijk deel van de vóóropleiding der studenten was toevertrouwd. In September heeft Ds. Prins de School verlaten. Diep in zijn ziel droeg hij de overtuiging, dat de Heere hem naar Amsterdam-West riep. Ook hierin komt openbaar, dat niet wij, maar dat de Heere de wegen óók van Zijn dienaren leidt. Een grote plaats heeft Ds. Prins ontvangen in 't hart van curatoren en studenten, We gevoelden 't als een verlies, dat Ds. Prins de School verliet. Met zijn rijke gaven en zijn frisse, jonge kracht heeft hij als lector de Kerken gediend. Onvergetelijk blijft zijn werk in de herinnering van zijn leerlingen, die zijn vrienden zijn. En dat 't doceren hem ligt, dat met name de „klassieken”, de „oude talen” de liefde van zijn hart hebben, bleek uit 't onderwerp van zijn afscheidscollege: „De interpretatie van den imperativus aoristi in de Paulinische paraenese bij Kohlbrügge”. Een gedegen verhandeling, die duidelijk deed uitkomen over welke bijzondere gaven Ds. Prins beschikt! Reden te meer om den Heere te erkennen voor wat Hij ons in dezen lector gaf. En die dank van God kwam uit in de toespraak van president-curator, rector en praetor, en werd samengevat in de psalm: „Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen!”

„Geeft onzen God grootheid” dàt was de inzet van Donderdag 30 October, en dàt beheerste de prettige stemming, die allen vervulde, toen men deze morgen was samengekomen om 't jubileum van prof. v.d. Schuit te vieren. Een dubbel jubileum! Veertig jaren dienaar des Goddelijken Woords en van die veertig jaren vijf en twintig hoogleraar aan onze School! Welk 'n voorrecht, welk 'n onderscheiding is dit, door den Heere èn aan prof v. d. Schuit èn aan onze Kerken geschonken! Terwijl met dit jubileren samenviel de herdenking van de veertig-jarige echtvereniging van prof. en mevr. v.d. Schuit.
Wat 'n stof om den Heere te danken voor wat Hij aan dezen jubilaris en voor wat Hij in dezen jubilaris Kerken en School gaf! Ja, om den Heere te danken! En dàt is gebeurd! Niet de jubilaris stond in 't middelpunt, niet in de gaven van den jubilaris eindigde een blijde, feestvierende menigte, maar in God, Die 't leven van prof. v.d. Schuit zó wonderlijk heeft geleid.
Want dit is in 't leven van dezen hoogleraar duidelijk op te merken: de verkiezende souvereine genade des Heeren. Door die genade werd prof. v.d. Schuit die hij was, zovele jaren lang, en is hij, die hij is, een man van eigen structuur en stijl en denken en doceren. Een man met een vurige liefde en een brandende ijver voor de Kerken der Afscheiding, een man van dogmatische bezinning en beleving naar Schrift en Belijdenis.
Op de leidingen Gods en op de grote gaven Gods en op de genade Gods in 't leven van den jubilaris wees Ds. Kremer de aanwezigen. Dàt te weten maakt den Heere groot en maakt ons klein. En daarom werd in deze toespraak als ook in de toespraken van anderen dit de grondtoon: „zij verheerlijkten God in mij”, God, Die den jubilaris riep tot veelomvattende arbeid in Zijn dienst en hem begenadigde met het woord: „Hij, Die u roept, is getrouw, Die het ook doen zal.”
Prof. v.d. Meiden namens 't college van Hoogleraren, Ds. Tamminga namens oud-leerlingen, student Westerterp namens de studenten vertolkten wat er aan dank jegens God in aller hart leeft, Een treffend ogenblik was 't toen Ds. Bikker namens de Toradja's den jubilaris feliciteerde, terwijl namens onzen zendeling Ds. Geleijnse een betuiging van grote sympathie was ingekomen.
Op de alleen aan prof. v.d. Schuit eigen wijze bracht ten slotte de jubilaris dank voor alles, dank bovenal aan God.

Ziet, dàt is 't wonderschone van deze heerlijke dagen geweest: Soli deo gloria! Dat leefde bij de jubilarissen en hun familie; dàt leefde bij ons allen. En datzelfde gaf leiding aan 't feestelijk samenzijn, dat 's avond in 't Jeugdgebouw werd gehouden, georganiseerd door de studenten. Juist door dàt als doelstelling te zien van al deze dagen, is dit samenzijn geworden tot een samenzijn van zéér hoog gehalte. Deze avond heeft ons allen duidelijk doen verstaan, dàt 't mogelijk is èn op welke wijze 't mogelijk is als christenen feest te vieren, in dankbare. blijdschap bijeen te zijn.
Onvergetelijk is deze avond geworden: hij vormde een zuiver besluit op al de onvergetelijke dagen van deze week in Octobermaand 1947.
Eén hoogtepunt van deze avond wil ik noemen: 't moment, waarop Ds. C. van der Zaal de mededeling deed, dat prof. van der Schuit was benoemd tot officier in de orde van Oranje-Nassau, 't Daverend applaus bewees, hoe deze onderscheiding aller hartelijke instemming had!
Goede, rijke dagen gaf de Heere.
Dagen van blijdschap en dank.
Dagen, door Hem in Zijn genade gemaakt.
Dáárom juichten wij: wij loven U, wij prijzen Uwe Naam!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.