+ Meer informatie

Het ongenoegzaam schrift

5 minuten leestijd

.... niet met inkt.... niet in stenen tafelen, maar in vlezen tafelen des harten 2 Kor. 3 : 2 ged.

Op meer dan een wijze houdt de Apostel Paulus aan Korinthe, waar men zoveel van dominees met papieren hield, het beeld van het schrijven voor om er geestelijk onderwijs aan te ontlenen.
Meer dan een aanbevelingsbrief van mensen, is het schrift dat Christus in de harten schrijft door zijn dienaren.
Dit is zelfs beter dan Gods eerste schrift. Dat toch was ongenoegzaam. De Apostel denkt namelijk aan wat eens op de Sinaï is gebeurd. Daar is ook geschreven. Gods eigen hand deed het. Hij schreef de woorden van de wet des verbonds. Hij deed het zelfs op stenen tafelen, onuitwisbaar dus. En rondom was er veel heerlijkheid. De donder rommelde, de bliksem flitste. Er waren Engelen, die Gods eigenhandig schrift overbrachten in de hand van de Middelaar Mozes. Het was een oord vol majesteit. Wie hier durfde naderen was een kind des doods. De hemel legde zijn schrift op de aarde.
De met brieven zich aanbevelende predikers, die tegelijk ijveraars voor het „Oude" zijn, ijveren zeer voor dit schrift Gods. Zij doen alsof dit het enige was dat God geschreven had.
Zegt echter de geschiedenis zelve niet, dat dit geschrift niet genoegzaam was. Hoe spoedig bleek dat de zonde van Israël dermate de toorn van Mozes gaande maakte dat hij de wet Gods in stukken wierp. Zij paste niet bij zulk een volk, dat met luttel moeite te leiden was tot de beeldendienst van het gouden kalf.
O, zeker, de Heere gaf een nieuw schrift in het tweede paar tafelen. Er zijn veel afschriften gemaakt. De geboden zijn uitgesponnen tot tien, ja, honderdtallen.
Hoe duidelijk bleek echter dat de wet door de zonde krachteloos was. Deze wet toch bleef, naar de aard van de bedeling, waarin zij gegeven was, buiten de mens. Zij sprak wel tot hem, maar bleef zelf buiten hem. De majesteit deed hem wel beven maar vernieuwde de mens niet. De wet Gods eiste zeer zeker reinheid des harten, maar zij gaf het niet. Zij kon alleen maar het getal der overtredingen vaststellen en de noodzaak van de vernieuwing des harten aanwijzen, maar zij bleef buiten de mens.
Zij was niet geschreven op vlezen tafelen des harten. Deze eigenaardige uitdrukking is maar moeilijk te verstaan, als het gaat om haar letterlijke zin. Duidelijk wijst zij echter in haar strekking naar het levende hart, d.i. naar het centrum van het bestaan van de mens. Het gaat hier om het van binnenuit aangegrepen worden en onder het hoog gezag gebracht worden van het schrijven Gods.
Daarom gaat dit schrijven op vlezen tafelen des harten boven dat van de Sinaï, in majesteit uit.
Het is geheel anders en .... rijker.
Rijker, want het brengt weer iets terug van de oorspronkelijke verhouding die er was in het paradijs. Ook daar leefde de waarheid Gods in het hart. Zij kon daar zelfs de bemiddeling van het geschreven Woord missen. Gods openbaring leefde in de mens en deed hem leven.
Sinaï's majesteitelijk schrijven Gods herstelde dit niet. Het bleef buiten de mens. Nu echter gaat Christus door de Geest beslag leggen op de harten. Neen, daarbij kan nu het geschreven Woord nog niet gemist worden — dat zal wel in de toekomst zo zijn — maar het tot de mens komende Woord, wordt door de Geest des levenden Gods, op de tafelen des harten een levend Woord. De geestelijke mens gaat geestelijk verstaan.
Hier is geen schrift met inkt. Dat kon, zelfs op perkament, weer uitgewist worden en krachteloos gemaakt, niet op steen, wel hard maar breekbaar. Neen, het wordt ingeweven in het leven en daarmede één.
Ja, daar wordt geschreven.
Waar geschreven wordt, komt iets wat er tevoren niet stond. Er komen nieuwe dingen aan de orde. Dat doet de Geest van God in alle kracht.
Maar waar geschreven wordt staat ook niet alles tegelijk. Er wordt woord voor woord, zin voor zin, gedachte voor gedachte geschreven. De Geest van God leert niet alle dingen tegelijk verstaan. Hoe langzaam is vaak de vordering in het wezenlijk verstaan van de geheimen Gods tot zaligheid.
Hier raken wij ook aan het diep innerlijk leven van de kinderen Gods. Wij kunnen niet meer wezenlijk verstaan dan de Geest geeft te verstaan. Met ons wezenlijk één wordt alleen datgene, wat waarlijk ons geestelijk eigendom wordt door het onderwijs van de Heilige Geest.
Maar wat daar gaat leven is ook onuitwisbaar. Het wordt het leven der ziel. Dit werk des Geestes ligt dieper dan de gevoelige indruk. Het wordt fundamenteel in ons bestaan.
En wat op de stenen tafelen niet voluit geschreven werd, dat schrijft de Geest des Heeren wel op de vlezen tafelen des harten: de volle rijke deugden en heerlijkheden van de onuitsprekelijk rijke Christus.
Die zal Mij verheerlijken. Hij zal het uit het Mijne nemen en het U verkondigen.
Wat de majesteit Gods niet vermocht dat doet de Geest in de harten.
En bij dit schrijven is niet de donder Gods de omlijsting en de felle bliksemschicht, neen, hier is het suizen van de zachte stilte.
De grote Christus doet dit door de dienst des evangelies. Meer dan eens wijst daarop terecht onze Catechismus.
Zijn eigen ongenoegzaam schrift maakt de Heere zelf tot een Schrift des harten.

Ook bij U ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.